Vertaal/Translate/Select your language

Vinaora Visitors Counter

869005
Vandaag
Gisteren
Deze week
Vorige week
Deze maand
Vorige maand
Alles
195
594
1386
410202
13301
14186
869005

Your IP: 34.238.190.122
2020-05-26 07:45

Portret Trijntje Heijstek en Jacobus Heermans

 

 

Nederlandse archieven bevatten miljoenen documenten uit het verleden. Voorbeelden daarvan zijn de DTB-registers (kerkelijke Doop-, Trouw- en Begraafregisters) voor de periode voorafgaande aan de Burgerlijke Stand (BS) die in 1811 werd ingevoerd. Daarnaast worden tal van andere documenten zorgvuldig bewaard. Oude notariële registers, charters, borgbrieven, registers van de Rechterlijke Macht, Weeskamer registers en registraties van Eigendom overdracht zijn slechts enkele voorbeelden daarvan. Bij elkaar genomen zijn het waardevolle bronnen voor historici maar ook voor stamboomonderzoekers. Ze bieden veel informatie waarmee voorouders op de juiste plaats in een stamboom worden opgenomen en geven vaak inzicht hoe zij hebben geleefd.

 

Waalwijk

Aan het einde van de 18e eeuw leefden Trijntje en Jacobus hun leven in Waalwijk Een mooi dorp in de Republiek der Verenigde Nederlanden waar Hugo de Groot, nadat hij in 1621 uit slot Loevestein ontsnapte, enige tijd verbleef.

In een ambtelijk document komen we Trijntje Heijstek tegen, die getrouwd was met Jacobus Heermans. Samen waren zij de ouders van Christiaan die met zijn geboorte in 1771 hun leven rijker had gemaakt. Hoewel echt rijk zullen zij niet zijn geweest. Het leven was zwaar. Veel van de mannen verdienden een inkomen door te werken in de grienden waar onder meer turf werd gewonnen en in de zomermaanden hooi geoogst. In die tijd heerste er onvrede op het platteland. Bewoners daar voelden zich niet gehoord door het gewestelijke bestuur. De dagelijkse dienst werd voornamelijk uitgemaakt door Burgemeesters, Schouten en Schepenen. In feite waren het regenten die vooral aandacht hadden voor het eigen belang en minder voor die van de belasting betalende burgers.

Waalwijk en Uitwijk

 

Jacobus voelde verantwoordelijkheid voor zijn gezin en liep dagelijks te peinzen hoe hij vrouw en kind een beter bestaan kon bezorgen. Hier en daar legde hij zijn oor te luisteren en vroeg advies. Zo werd bij hem de VOC (Vereenigde Oostindische Compagnie) onder de aandacht gebracht. In die tijd een grote handelsonderneming met eigen schepen. Als hij nu eens een of meerdere reizen naar Indië kon maken, zou hij wellicht een groot bedrag kunnen verdienen. Zo had hij bedacht. Jacobus Heermans liet zich informeren en nam een besluit met verstrekkende gevolgen. Hij zou aanmonsteren bij de Amsterdamse kamer van de VOC.

 

Testament

Samen met Trijntje Heijstek besprak hij hoe verder te handelen en wat beslist niet mocht worden nagelaten. Het maken van een verre reis bracht veel onzekerheden met zich mee. Vandaar dat zij besloten een zogenoemd langstlevende testament op te laten stellen. Ze bezochten in Waalwijk het kantoor van notaris Antonij Gerrard Heermans. Daar passeerde op de zesde januari 1775 hun testament. Zo werd officieel gedocumenteerd dat de eerst stervende al zijn of haar bezitting zou achterlaten ten gunste van de langstlevende. Hij of zij werd dus de “eenige en universeele erfgenaam van alle roerende en onroerende goederen”. Ook vonden zij het belangrijk dat in het testament voogden werden benoemd. Vrouwen werden in die tijd als onmondig gezien, zodat in het geval een echtgenoot komt te overlijden duidelijk moet zijn wie voor de weduwe besluiten kan nemen respectievelijk namens zoon Christiaan kon optreden. Jacobus legde die verantwoordelijkheid neer bij zijn schoonvader en Trijntje had haar vader Pieter Heijstek gevraagd voogd te worden.

Handtekeningen onder testament

 

Aanmonsteren

In de ogen van Jacobus had hij door het laten opstellen van het testament zijn verantwoordelijkheden genomen. De weg naar de VOC lag nu voor hem open. Overal in het land waren ronselaars op zoek naar officieren en manschappen om te voldoen aan de enorme vraag naar zeevarend personeel voor de VOC schepen. Het ligt voor de hand aan te nemen dat Jacobus van hun diensten gebruik heeft gemaakt

Jacobus kon terecht bij de VOC-kamer van Amsterdam en monsterde in 1776 aan op het relatief jonge schip de Bot dat in 1768 voor de kamer Zeeland was gebouwd. Het was een houten zeilschip met een lengte van 150 voet (45m) en een laadvermogen van 575 last (1150 ton) en bood ruimte aan maximaal 365 koppen waarvan het merendeel personeel was: zeelieden resp. soldaten.

Voor het dagelijkse onderhoud van zijn gezin dat hij in Waalwijk achter moest laten, tekende Jacobus een VOC schuldbrief. Een op naam gestelde obligatie van maximaal 300 gld. waarop aan toonder werd uitbetaald. Hij had ook voor een maandbrief kunnen kiezen. Hiermee konden werknemers bij de VOC maximaal drie maandlonen per jaar bestemmen voor verwanten in de eerste graad: ouders, echtgenote of kinderen. Heermans maakte hier geen gebruik van. Driehonderd gulden was in die tijd een aanzienlijk bedrag. Zo liet Jacobus zijn vrouw en kind niet zonder geld achter.

 

Vertrek

Jacobus Heermans nam met pijn in het hart afscheid van zijn lief Trijntje en zijn vijfjarige zoon Christaan. Hij verliet Waalwijk en reisde naar de rede van Texel vanwaar hij op 24 oktober 1776 in de rang van Jong Soldaat vertrok voor een lange reis. Christiaan van Veerde was voor deze reis de verantwoordelijke schipper. Ongeveer een derde van de opvarenden waren mensen die als passagier meegingen op de boot. Laatstgenoemden waren voornamelijk kooplieden, ambachtslieden en ambtenaren.

Het leven als zeeman viel Jacobus niet mee. Hoewel hij een van de soldaten was, werden ook zij voor het werk dat bij zeelieden hoort ingezet. Het werk aan boord was zwaar en ongezond. De omstandigheden aan boord van de VOC-schepen waren bijzonder slecht. Ziekten en andere levensbedreigende gevaren bepaalden leven en dood. Uitputtingsziekten door gebrek aan goede voeding en aan water waren aan de orde van de dag. Ook kwamen besmettelijke ziekten, longontsteking en tbc. Als er onverhoopt vlektyfus uitbrak kon die grote delen van de bemanning uitroeien. Naast ziekten waren er vele andere oorzaken van sterfte zoals bedrijfsongevallen, gevechten en schipbreuk.

VOC schip

 

Bijna vier maanden na het vertrek, bereikte de Bot op 10 februari 1777 Kaap de Goede Hoop. Daar werd vers water ingenomen en verse groenten uit de Koloniale Tuinen van Jan van Riebeeck en werd er gewacht op een gunstige wind voor het vervolg van de reis.

Op twaalf maart 1777 komt de wind uit de goede hoek en vangt het tweede deel van de reis aan om op drie juni 1777 in Batavia aan te meren. Daar is er alle tijd voor onderhoud aan het schip en wacht de schipper op voldoende lading voor de terugreis. Voornamelijk zijn dat specerijen waaraan door de VOC veel valt te verdienen.

 

Batavia

Het is dertig oktober 1777, ruim vier maanden na aankomst, als schipper Christiaan van Veerde de trossen in Batavia laat losgooien en op weg gaat naar Rammekens (Zeeland). Jacobus Heermans is dan niet aan boord. Dat is ongebruikelijk omdat over het algemeen voor zowel de heen– als voor de terugreis op hetzelfde schip werd aangemonsterd. Was Jacobus toen al ziek? Feit is wel dat in de VOC registers is aangetekend Jacobus Heermans op 13 april 1778 vanwege zijn overlijden in Indië uit de Compagnie-registers is geschreven. Hij was in een hospitaal overleden. Vanaf die datum is Trijntje Heijstek weduwe. Pas maanden later zal zij daarvan in kennis kunnen worden gesteld.

Volgens de VOC-registers is Jacobus in Indië in een hospitaal overleden. De kosten die daar waren gemaakt werden verrekend met het nog uit te betalen loon.

 

 

Plaats reactie


Beveiligingscode
Vernieuwen