Vinaora Visitors Counter

1250853
Vandaag
Gisteren
Deze week
Vorige week
Deze maand
Vorige maand
Alles
86
671
2969
790068
13087
17131
1250853

Your IP: 3.215.79.204
2022-06-25 03:11

Het gezin van Pieter Heijstek en Maria de Lange

 

Johan Christoffel Frederik Heijstek, geboren in Rotterdam 23 juli 1910 en in Haarlem overleden op 15 juni 2005 had eens, ter gelegenheid van Kerstmis, de broers en zusters van zijn vader beschreven en met zijn toestemming mocht zijn artikel worden gebruikt voor plaatsing, niet alleen in een in 2001 verschenen boekwerkje over de Rotterdamse naamgenoten, maar ook voor publicatie in Heijstek bladen. Zijn aankondiging:

 

De redactie laat ook de lezers van onze familiewebsite graag kennismaken met de nakomelingen uit het huwelijk van Pieter Heijstek (Rotterdam 1831-Rotterdam 1916) en Maria de Lange (Middelburg 1834-Rotterdam 1900). Uit hun op 6 januari 1858 in Rotterdam gesloten huwelijk kwamen negen kinderen voort en grootmoeder de Lange sprak altijd over haar negental als drie en een half dozijn. Grootvader Pieter was een driftig personage en het gebeurde nog al eens dat hij vrouw en kinderen liet aanploeteren terwijl hij van wijntje en trijntje genoot.

Kermissen

In de kermistijden trokken zij met een boot langs Den Haag en lagen dan in de Prinsengracht tegenover de Tekenacademie. In Rotterdam, waar de maand augustus de kermismaand was, stonden zij op het Slagveld naast de Delftse Poort. Zijn kinderen moesten dan in de hete kermiszomer voor de vuren en boven de poffertjespannen werken, waarbij menige haarkrul van het vrouwvolk sneuvelde. Toen grootmoeder de Lange na een zwaar leven het moede hoofd had neergelegd, kwam grootvader in huis bij zijn kinderen.

 

Margaretha Tijsse-Heijstek (Raamsdonkveer 1857-Rotterdam 1920), had haar man, die ook wafelbakker was geweest, al vroeg verloren en bleef alleen met vier kinderen achter. Een zoon Gerard, die ik als kind veel bij ons thuis zag en drie dochters. Aangezien haar man reeds op 36-jarige leeftijd stierf, had grootmoeder bevolen dat Margaretha met haar gezin bij Cornelis zou intrekken en samen de zaak zouden voortzetten. Deze samenwerking heeft naderhand in de familie grote beroering gewekt, daar kinderen en aangetrouwden van Margaretha hun deel van de goodwill in de zaak kwamen opeisen. Eerder genoemde zoon Gerard Tijsse en zijn vrouw Lena kregen een dochter, Gré, die samen met mij enige jaren in de vakantie bij Pieter in Apeldoorn werd gestald. Daar is de echtverbintenis met Harry, haar neef uit voortgekomen en zij brachten in Amerika twee zonen groot. Zo was de cirkel weer gesloten. Dat zal wel een nakomelingschap worden in de nieuwe wereld. Henk Heystek trouwde een Amerikaanse. Uit dit huwelijk werden twee dochters en een zoon geboren: Kate, Loni en Danny Heystek. Volgens hun vader zijn zij de enige Heystekken die in Amerika leven. (noot redactie: Johan’s tekst is ongewijzigd gelaten, maar inmiddels weten we dat er tientallen Heystekken in de U.S.A. wonen)

 

De kinderen

Van Jan Heijstek (Rotterdam 1863-’s-Gravenhage 1951) heb ik maar weinig kinderen ontmoet, een zoon moet architect of bouwkundig tekenaar zijn geworden in Rotterdam. Ik heb nog wel eens in het Rotterdamse telefoonboek gezocht naar Heijstekken en er zijn er nog al wat.

 

Dirk Heijstek (Rotterdam 1865-Hillegersberg 1934) trouwde met Miet Vuur. Dirk was een uit het nest gevallen vogeltje. Miet regeerde over hem en mijn vader, die een zekere mate van broodnijd had, ging altijd kijken of Dirk klanten had.

 

Cornelis Heijstek, (Schiedam 1874-’s-Gravenhage 1942) mijn vader, had het oog laten vallen op een meisje dat bij grootmoeder als naaister aan huis kwam. Zij was Sara Schell, mijn moeder. Zij waren als jong echtpaar door grootmoeder aangewezen om zijn zuster Margaretha in de zaak op te nemen en waaruit de bewuste deconfiture is ontstaan.

 

Poffertjes en Wafels

Met Margaretha heeft mijn moeder een poosje een zaak in Hilversum gehad, maar dat duurde slechts kort, daar mijn vader ook nog een bedrijfje in Schiedam had. Daarna hadden zij ook nog een zaak aan de Aert van Nesstraat in Rotterdam. Later heeft hij de zaak van Dirk aan het Haagseveer in Rotterdam overgenomen. Hierna zou Dirk geen zaken meer doen, echter daar hij toch weer een zaak begon, hebben de twee broers zich van elkaar verwijderd. Er bestaat een foto van de zaak op het Haagseveer, waar mijn vader met een petje aan de deur staat en waar op het raam staat vermeld ROTTERDAMSCHE POFFERTJES-en WAFELBAKKERIJ DIRK HEIJSTEK.

 

 

 

 

Cornelis kreeg vier kinderen, Maria, Pieter, Johan Christoffel Frederik, resp. in 1900, 1902 en 1910 geboren. In 1903 is er nog een dochtertje gekomen, Johanna Frederika Christina, dat kort na de geboorte overleed. Bij haar begrafenis was mijn vader zo overstuur dat hij die middag in de wafelkraam in de hoek in de beslagteil ging zitten.

 

 

Familie

Mijn oom, Piet Heijstek (Rotterdam 1869-Apeldoorn 1942) woonde in Apeldoorn, was eigenlijk de enige intellectueel in de familie Heijstek. Hij had voor Jurgens in de Verenigde Staten gewerkt en sprak de Engelse taal dus uitstekend. Verder was hij op het idee gekomen van het “Perpetuum Mobilie” dat alleen maar in zijn hoofd zat en er niet uit wilde. Na zijn pensioen gaf hij in Apeldoorn les in Engelse taal en ik herinner mij dat er ook veel jonge mannen, Mormonen, bij hem op bezoek kwamen. Heerlijke tijden heb ik daar doorgebracht. Omdat mijn ouders weinig intellectuele bagage hadden, genoot ik daar altijd van de gezellige sfeer in een gesloten huis.

 

Maria Breve-Heijstek (Rotterdam 1866-Rotterdam 1948) was een klein benig vrouwtje, altijd in rouwkleding na de dood van haar man en altijd betraand. Als kind kwam zij op mij over als een eeuwig wenende weduwe. Zij was kinderloos gebleven. Zij was op een enigszins wanhopige manier verknocht aan haar jongste broer Cornelis, mijn vader. Zij was in het huis van mijn vader aan de Diergaardelaan in Rotterdam ondergebracht. Maar met een halfblinde vader, die ook nog slecht ter been was, moeten de laatste jaren voor haar niet vrolijk zijn geweest. Na de dood van Sara Schell, heeft ze eigenlijk tegen haar wil in, de huishouding van Cornelis bestuurt en die was er ook naar. Zij heeft mijn vader ook nog enkele jaren bijgestaan in de zaak, maar voor de opgroeiende jongeren was zij niet zo aantrekkelijk.

 

 

Cornelia Nieuwenhuizen-Heijstek (Rotterdam 1871-Rotterdam 1940), was een echte Heijstek, zeer spraakzaam en geestig. Zij is in Rotterdam in mei 1940 bij het Duitse bombardement omgekomen, samen met één van haar zonen.

 

Anna Visser-Heijstek (Dirksland 1861-Schiedam 1943) heeft met haar man ook een wafelkraam gedreven in Rotterdam. Daar was in huis altijd een zekere afgunst te voelen ten opzichte van mijn vader, wanneer wij er een enkele maal op bezoek gingen. Zij woonde ergens aan de Rottekade, het water dat vanuit het Haagseveer in de Rotte-rivier naar de polder stroomde.

 

Koos Halk-Heijstek (Rotterdam 1859-Rotterdam 1942) was ook een typisch Heijstek-vrouwtje. Nerveus als een klein vogeltje had ze met haar man een smederij op Overmaas, een gedeelte van Rotterdam dat bereikbaar was via het overvaartbootje bij het Park. Eerst stak men dwars de Maas over, dan werd er aangelegd bij het Holland-Amerika Lijn Hotel om vervolgens de oversteek te maken naar Overmaas. Het hotel lag op een landtong die in de Maas stak en waar rivier-en zeeschepen aanlegden en waar machtige loskranen het werk deden. Dirk Halk was kachelsmid en tot groot vermaak van de familie had hij aan de gevel een bord opgehangen met de vermelding : HARDEN, KAACHELS EN FORNUZEN, waaruit bleek dat de schilder de lagere school niet geheel had doorlopen.

 

Een afsluiting met de oorspronkelijke tekst van Johan C.F.:

 

Het oorspronkelijke artikel van  Johan Christoffel Frederik Heijstek is gedeeltelijk bewerkt door Wim Heistek

 
 
 

Reacties   

0 #1 MG Meijer van Dalen 02-11-2015 16:11
Wilde weten of er ook een familie Heijstek een bollenboerderij in Haarlem- Schoten had
MG Meijer van Dalen Haarlem
Citeer | Melden aan beheerder

Plaats reactie


Beveiligingscode
Vernieuwen