Heistek, vijftig jaar Kruininger Gors - slot

Na een winter in de stad, keken we altijd uit naar Pasen. Dan begon voor ons weer het seizoen. Waar stadskinderen vakanties op straat doorbrachten, gingen we met onze kinderen naar Oostvoorne. Iedere Paasvakantie, Pinkstervakantie en wat heet de Grote Vakantie. Ook de weekenden waren wij daar. Die waren niet zo langs als nu. We werkten nog halve dagen op zaterdag en de jongens zaten tot half twaalf op school. Op zaterdagmiddag fietsten wij via Vlaardingen naar Maassluis om met de veerboot over te varen naar het eiland Rozenburg. Het was altijd weer een evenement. Voor iedere oversteek stonden vele tientallen tot soms wel meer dan twee honderd (brom)fietsers te wachten om overgezet te worden. Eerst werden er (vracht)auto’s op het schip toegelaten waarna de tweewielers er een plaatsje tussen moesten zien te vinden. Als laatste kwam dan de bruine lijndienstbus van Vermaat (busdienst Maassluis-Brielle-Oostvoorne-Hellevoetsluis) aan boord.

 

 

Zo staken wij de waterweg over om vervolgens naar de andere kant van het eiland Rozenburg te fietsen om daar over te varen met een kabelpont naar Brielle. Vandaar was het nog maar een half uur fietsen naar het huisje. Toen wij het ons konden veroorloven kochten we twee Solexen en reden daarmee. Aanvankelijk zaten de jongens bij ons achterop de Solex, toen zij groter werden gingen zij zelf op de fiets. Het iedere week overvaren met vier personen en twee veerboten liep aardig in de dubbeltjes. Om kosten te sparen fietsen wij wel eens via de Maastunnel in Rotterdam en daarna langs de Groene Kruisweg via kleine dorpjes zoals Zwartewaal en Heenvliet naar Oostvoorne. Het vroeg veel meer tijd, maar bespaarde kosten.

In de zestiger jaren, Nederland werd rijker, veroorloofden we ons een Volkswagen Kever en reden daarmee naar het kamp.

 

Op het Kruininger Gors zijn verschillende verenigingen, ieder  met eigen velden. Soms staan de huisjes op een groot veld met in het midden een speelterrein voor de kinderen. Bij onze vereniging Landzicht had je een eigen terreintje. Ons perceel was 12x12m. Ik had het huisje bewust wat uit het midden gezet zodat we aan een zijde extra ruimte kregen voor een bloementuintje. Aan een zijde stonden grote Meidoornbomen en aan de achterzijde keken wij uit op het terrein van een lokale tuinder. De voorzijde en de rechterzijde van het perceel had ik beplant met eerst een beukhaag en later met een vlierbessenhaag. Op vele plaatsen stonden populieren bomen. Die ruisten zomers in de wind erg gezellig. Na zo’n 25-jaar waren ze zo groot geworden en gaven zoveel schaduw dat ze massaal zijn gekapt. Nu staan er kleinschaliger bomen en grotere coniferen.

Niet dat we ons gingen vervelen op Het Gors, integendeel zelfs, maar ook wij wilden meer van de wereld gaan zien dan alleen Oostvoorne, Brielle en Rockanje om maar een paar plaatsen te noemen. Andere landen lokten ons. Samen met mijn vrouw maakte ik vele reizen. Soms met een nachttrein of met een bus; een andere keer met een boot of het vliegtuig. Zo waren wij in de landen rondom Nederland, maar kwamen ook in Spanje, Portugal, Italië, Frankrijk en Griekenland. De Alpenlanden waren voor ons ook geen onbekende meer net zo min als Scandinavië en wat nu de voormalige Oostblok landen worden genoemd. De verste reis was naar Tunesië. Als wij niet op reis waren kon men ons op het Kruininger Gors vinden.  Dat hielden wij vol tot diep in de jaren negentig. Toen werd het lichamelijk te zwaar, de auto hadden wij niet meer en besloten het huisje te verkopen. Na meer dan vijftig jaar Kruininger Gors kwam er een einde aan een mooie periode. Het doet mij goed dat het huisje nu nog steeds staat. Het is een teken dat het goed in elkaar is gezet.

 

Mijn vrouw is in 2004 overleden, zij was toen 85-jaar. Zelf ben ik nu 99 jaar en leef met mijn herinneringen aan vroeger tijden. Ik woon in een verzorgingstehuis. Iedere dag is nu hetzelfde geworden. Als ik wakker word sta ik op, als er eten wordt gebracht neem ik het tot mij en als de avond valt zoek ik het bed op. Aan een krant, een radio of televisie heb ik geen behoefte meer. Het was mooi zo. Wie weet ben ik volgend jaar wel de eerste van onze familietak die 100-jaar wordt.

Slot

 

Nb Freek Heistek overleed op 27 november 2013

 

Heistek, vijftig jaar Kruininger Gors - 1

Heistek, vijftig jaar Kruininger Gors - 2

Heistek, vijftig jaar Kruininger Gors - 3