Vinaora Visitors Counter

1235100
Vandaag
Gisteren
Deze week
Vorige week
Deze maand
Vorige maand
Alles
195
528
3091
774269
14465
12391
1235100

Your IP: 35.170.82.159
2022-05-27 05:29

Gerrit Heijstek, schoolmeester en doodgraver

  

In oktober 1747 lag Willemke Gerritsdr van Wensen in Uitwijk voor de vierde keer in het kraambed. Zij was aan het bevallen van een zoon aan wie zij tijdens diens doop op de 9e van dezelfde maand de voornaam Gerrit zou geven. De kleine Gerrit groeide op in het bescheiden dorpje Uitwijk, maar vele jaren later verliet hij zijn geboortegrond om in de Bommelerwaard te gaan wonen. En wel in het langgerekte pittoreske esdorpje Zuilichem. Hij verliet zo Noord-Brabant en vestigde zich in Gelderland.

Land van Altena en Bommelerwaard

 

Nagenoeg zijn gehele familie verdiende de kost in de agrarische sector. Sommigen konden een eigen bedrijf opzetten, anderen waren dagloners. Een vast inkomen inkomen kenden ze niet. De vader van Gerrit was landbouwer van beroep. Voor hem was het hard werken om de monden van zijn acht kinderen te kunnen vullen.

 

Zoals van veel zijn leeftijdsgenoten, werd ook van de jonge Gerrit verwacht had dat hij zijn bestemming zou vinden op de landbouwgronden rondom Uitwijk. Echter, hij was een schrandere en leergierige leerling die opviel bij zijn inspirerende dorpsschoolmeester. Gerrit, die goed mee kon komen op school besloot door te leren. Hij voorzag voor hemzelf een toekomst voor de klas. Na te zijn opgeleid werd hij als schoolmeester aangesteld in Zuilichem. Voor hem een dankbaar beroep dat hij de rest van zijn leven zou blijven uitoefenen.

 

Zuilichem

Een dorp dat in de vroege middeleeuwen is ontstaan. Het droeg toen de naam Solekeim. Later in 1196 werd de naam Sulenchem om uiteindelijk Zuilichem te worden. Tot het einde van het 1795 was het een Heerlijkheid met het kasteel van dezelfde naam als middelpunt.

 

 

Karig inkomen

Gerrit Heijstek was een typische dorpsschoolmeester die weliswaar aanzien genoot bij de dorpsbewoners maar toch niet tot de notabelen behoorde. Het inkomen van een dorpsschoolmeester was daar ook naar. Waar in tweede helft van de 18e eeuw een stadsschoolmeester kon rekenen op een inkomen van 600 gulden per jaar plus vrij wonen, lag dat voor dorpsschoolmeesters anders. De samenstelling van hun inkomen was van dorp tot dorp verschillend en in ieder geval tamelijk onoverzichtelijk. Het kon bestaan uit schoolgeld, een toelage van het gerecht aangevuld met eventueel een salaris van de kerk als koster en voorzanger, inkomsten als doodgraver, opbrengst van de duivenmest op de kerktoren, het schrijven van diakonierekeningen, optreden als bode van de kerkenraad, en diverse andere kleine inkomsten die het jaarinkomen op 400 gulden konden brengen, plus vrij wonen.

 

Ook Gerrit Heijstek keek uit naar bezigheden die extra inkomsten konden genereren. Hij had er kennis van gekregen dat de aanstelling van Dirk van der Sloot tot doodgraver in de Heerlijkheid Zuilichem in 1779 zou aflopen. Schoolmeester Gerrit stelde zich voor deze taak beschikbaar. Het zat hem niet tegen. Als boerenzoon werd hij sterk genoeg geacht het fysiek zware beroep uit te oefenen. Mr. Johan Boellaard, Erff-Burggraaf en Heere van Zuijlichem en den Braeij, stelde hem op de 5e februari 1779 voor de duur van drie jaar aan. Genoemde Burggraaf liet daarvoor een document opstellen dat door hem werd gezegeld en getekend.

 

 

 

 

 Transcriptie aanstelling tot doodgraver

Ik ondergeschreven Mr. Johan Boellaard Erff-Burggraaf en Heere van Zuijlichem en den Braeij enz enz hebbe aangestelt en gegeven de bedieninge off dood gravers ampt, over mijne Heerleijkheid Zuijlichem, gelijk daar toe aanstelle bij deese Gerrit Heijstek voor de teijd van drie aaneenvolgende jaaren, en langer niet, beginnende het eerste jaar den 5e februarij 1700 negen en seventig en eijndigende het laatste jaar met den 5e februarij 1700 twee en tagtigh en dat op sodane molumenten

als van outs, en gebruijkelijk is met recommandatie ook om dat wel en goed te bedienen; en inval het mogte gebeure dat voornoemde Gerrit Heijstek binnen voorschreven drie jaaren kwam te sterven off van Zuijlichem kwam te vertrekken, soo sal het aan Den Heer van Zuijlichem, off sijn Ed. successeurs vrijstaan, een ander persoon daar mede te begunstigen, even gelijk na expiratie der opgemelde drie jaaren. Bevelende een ieder die sulx aangaan mag, hem daar voor te erkennen. Des ten oorkonde hebbe deese eijgenhandig betekent en besegelt. Actum Tuijl den 5e februarij 1779

 

Buiten de uren dat Gerrit de dorpskinderen moest onderwijzen, besteedde hij in die drie jaren zijn tijd op het plaatselijke kerkhof of in de lokale kerk. Het kan niet anders zijn dan dat hij meer dan hem lief was vooral kleine graven moest uitspitten. De kindersterfte in die tijd was aanzienlijk. Ondanks die pijn zag hij deze bijdrage aan de gemeenschap als een zeer sociaal en afwisselend werk.

 

Getrouwd

Het zal louter toeval zijn dat Gerrit trouwde in het jaar waarin hij zijn taak als doodgraver van Zuilichem moest neerleggen. Hij was 35 jaar oud toen hij met de 28-jarige Jenneke de Zwart trouwde. Met haar keeg hij vier kinderen. Na het overlijden van Jenneke hertrouwde hij op de eerste juni 1797 in Wijk met de 33-jarige Dirske Pullen. Bij haar kreeg hij nog drie kinderen. Gerrit Heijstek overleed in op 17 november 1827 in Wijk. Hij was toen 68 jaar oud.

 

 

Foto’s:

Stichting "De Vier Heerlijkheden"

Gelders Archief 

 

 

Plaats reactie


Beveiligingscode
Vernieuwen