Vinaora Visitors Counter

1235080
Vandaag
Gisteren
Deze week
Vorige week
Deze maand
Vorige maand
Alles
175
528
3071
774269
14445
12391
1235080

Your IP: 35.170.82.159
2022-05-27 05:16

Uit het leven van Heijntje Heijstek, deel 2

 

Wouter Dirksz Duijn

Het lijkt niet aannemelijk dat vader Wouter Duijn uitvoerig met zijn kinderen heeft gesproken over zijn jonge jaren. In het bijzonder over wat hem ten deel was gevallen toen hij 21 jaar oud was. Misschien wist zelfs Hendrina Heijstek er niets van dat zijn naam veelvuldig was vastgelegd in verscheidene documenten die onderdeel zijn van de Schepenrol Velsen en behoren tot het Oud-Rechterlijk Archief Velsen.

 

22 december 1772

Verscheiden getuigen verklaren dat: …….. toen Cornelia de Winter op zaterdag den 19e dezer maand december des ‘s namiddags hebben gevonden Cornelia de Winter, zittende of zig bevindende in Barensnoods, dat zij telkens heeft gezegd dat niemand anders dan Wouter Dirksz Duijn de vader was van het kind waarvan zij stond te verlossen.

 

1773

…… Cornelia de Winter, ongehuwde dochter, alhier woonagtig, verklaart dat zij het ongeluk heeft gehad van geloof geevende en al te veel vertrouwende op en aan d’aanzoekingen, vleiende reedenen en beloften van zeekeren Wouter Duijn, zoon van Dirk Woutersz Duijn en woonende inde Breesaap, haar zooverre te laten verleiden, dat zij haar in vleeschelijke conversatie met denzelve Wouter Duijn heeft overgegeven, welk ten gevolge heeft gehad, dat zij suppliante door den selve is beswangerd geworden en op den 19e december des voorleeden jaars 1772 is verlost van een zoon, waar van zij in baarensnood heeft verklaard den zo eeven genoemde Wouter Duijn te zijn de vader, zonder ooit met iemand anders eenige vleeschelijke conversatie te hebben gehad. Dat sij daaromme ook billijk meergemelde Wouter Duijn hadde aangesprooken en in der minne getragt hem te beweegen tot de prestatie van alimentatie en kraamkosten van en voor het kind aan haar verwekt, mitsgaders de beetering haarer geschondene Eere, waar toe hij na regten gehouden en verpligt is, dan het welke hij absolutelijk is declinerende. En dewijl zij suppliante, als gealimenteerd werdende bij Armmeesteren van de gemeene Roomsen Schaal Armen deezer dorpe buiten staat is Proces kosten te supporteren, versoekt sij te moogen werden bediend Prodeo.

 

2 maart 1773

…… Cornelia de Winter, meerderjarig en ongehuwd, wonende in Beverwijk stelt Nicolaas van Leijden, Procureur voor de Vierschaar der stad Haarlem aan, om haar belangen te behartigen in de “Cas Matrimonieel” tegen Dirk Woutersz Duijn, vader en voogd over zijn nog minderjarige zoon Wouter Duijn, en tegen Wouter Duijn zelf, beiden woonachtig in de Breesaap.

 

5 maart 1773

…… Cornelia de Winter, meerderjarige ongehuwde dogter, woonende in de Steede Beverwijk, op ende jeegens Dirk Woutersz Duijn, als vader en voogd over zijne nog minderjaarige zoon Wouter Duijn, en denselve Wouter Duijn, beiden alhier woonagtig. [Nicolaas van Leijden, procureur, optredend voor Cornelia de Winter, schetst nogmaals de hele situatie, zoals omschreven in de eerder vermelde verklaring voor notaris Jan van der Cocq en eist dat Wouter alsnog met Cornelia in het huwelijk zal treden. Indien Wouter besluit daaraan niet te voldoen, eist Van Leijden schadevergoeding ad f 200.- voor “haare defloratie”, f 50.- voor kraamkosten en f 2.- per week voor het onderhoud van het kind.]


21 maart 1773

…… (Procuratie ad lites): Dirk Woutersz Duijn als vader en voogd over zijn zoon Wouter Dirksz Duijn, minderjarige jongeman, en dezelver Wouter Dirksz Duijn, wonende in de Breesaap, benoemen Wernerus Kohne, Procureur voor de Vierschaar der Stad Haarlem, om voor hen op te treden in de “Cas Matrimonieel” tegen Cornelia de Winter.


24 maart 1773

…… Regtdag: Cornelia de Winter op ende jeegens Dirk Woutersz Duijn en zijn minderjarige zoon Wouter Duijn. Wernerus Kuhne, procureur, optredende voor vader en zoon Duijn verklaart dat den tweede gedaagde berijd is onder solemneele eede te verklaaren dat hij nooijt ofte nooijt aan de Eijsschersse eenige Trouwbeloften heeft gedaan ofte gegeven, als mede dat hij nooijt ofte nooijt met de Eijsschersse eenige vleeschelijke conversatie heeft gehad ofte gehouden. 


21 april 1773

…… Jan Caspersz Alders, Aagje Klaase Hugtenburg, Gerrit Velserman, Klaas de Boer en Teunis Kool worden opgeroepen te verschijnen als getuigen van de Eijsscheres. 


12 mei 1773

…… Scheepenen besluiten dat de pleidooien op 2 juli zullen plaats vinden. 


2 juli 1773

…… Scheepenen, houden de dispositie van desen zaak in advijs; ordonneren partijen hinc inde te fourneren ieder de sommen van f 15.-, binne den tijd van twee weeken; omme op het different in questie met Regtsgeleerden te consulteren en hun Advis in te neemen.

 

3 aug.1773

…… De rechtskundig adviseurs van Schout en Schepenen van Velsen, de heren Meijnsma en Bond uit Amsterdam, adviseren ten gunste van de gedaagde; uit hun adviesen blijkt evenwel dat zij grote twijfel hebben over het waarheidsgehalte van de verklaringen van Wouter Duijn; ook menen zij dat de vader van Wouter mogelijk zijn zoon beinvloedt; zij adviseren “alvorens hem den eed afteneemen hem dan in het particulier en buiten tegenwoordigheid van zijnen vader, die men zoude kunnen ordonnereeren buiten te staan zo wel als de verdere gemeente, serieuslijk onderhielden over het gewigt van den eed; en de straffe des meineeds”.


17 aug.1773

…… Scheepenen, na ingenoomen advijs van twee neutrale Regtsgeleerden, ontzeggen de Eijsschersse haaren Eijsch, met de kosten; mits de tweede gedaagde onder solemneele Eede verklaare dat hij nimmer ofte ooijt met de Eijsschersse eenige vleeschelijke conversatie heeft gehad en gehouden. En bij refuus van gemelden Eed, condemneren Scheepenen den tweede gedaagden aan de Eijsschersse voor defloratie te betaalen een somme van f 200.- en voor kraamkosten een somme van f 50.-, mitsgaders weekelijks tot onderhout van ‘t kind een somme van f 2.-, te reekenen van den 19 December 1772 af, tot dat het zelve kind den ouderdom van 18 jaaren zal hebben bereikt.


8 sept.1773

…… Wouter Duijn verklaart bereid te zijn de eed af te leggen.


29 sept.1773

…… Wouter Duijn legt de eed af.

 

Hiet eindigt de geschiedschrijving. Helaas, een document waaruit het definitieve oordeel van de Schepenen blijkt is niet in het archief aangetroffen. Een veronderstelling dat Wouter Dirksz Duijn veroordeeld werd tot het betalen van onder meer alimentatie over het kind verwekt bij Cornelia de Winter lijkt niet ver van de waarheid te liggen. Die verplichting zou ophouden bij het bereiken van het 18e levensjaar van het kind. Opmerkelijk genoeg is dat hetzelfde jaar waarin Wouter Duijn met Hendrina Heijstek trouwde. Toeval of niet? Het zou zomaar kunnen dat Hendrina van dit alles nooit iets heeft geweten.

 

Bronnen

Gerechtelijk Archief Velsen; Akte 15 Raadpleging van Naastbestaanden

Schepenrol Oud-Rechterlijk Archief Velsen

 

Lees ook

Uit het leven van Heijntje Heijstek, deel 1

 

 

Plaats reactie


Beveiligingscode
Vernieuwen