Vertaal/Translate/Select your language

Vinaora Visitors Counter

1139081
Vandaag
Gisteren
Deze week
Vorige week
Deze maand
Vorige maand
Alles
321
463
321
681903
7864
13789
1139081

Your IP: 3.238.232.88
2021-10-17 15:54

Teunis Heijstek nam in 1831 deel aan de Tiendaagse Veldtocht

  

De dienstplicht voor het leger werd in Nederland in 1810 ingesteld toen het Koninkrijk Holland in het Franse Keizerrijk opging. Aanvankelijk vond er een loting plaats die bepaalde of men al dan niet moest opkomen. Wie ingeloot was en niet in dienst wilde, kon een vervanger zoeken die tegen betaling in zijn plaats dienst nam. Het systeem van loting werd pas in 1938 afgeschaft.

 

De dienstplicht bestaat nog steeds, echter sinds 1 mei 1997 is er een opschorting van de opkomstplicht. Jongeren van nu, zowel meisjes (vanaf 2018) als jongens krijgen nog wel een brief over de inschrijving voor de dienstplicht. De opkomstplicht kan ooit weer worden ingesteld als de omstandigheden het nodig maken. Hoe het er vroeger aan toeging bij de loting en het daadwerkelijk dienen werd op dit weblog al eens beschreven door Fred Heistek. Op 1 maart 2019 werd zijn artikel met de titel: “Heijstek dient Nationale Militie” geplaatst op onze website.

 

Teunis Heijstek ingeloot

Onze hoofdpersoon in dit artikel is Teunis Heijstek, op 9 oktober 1809 geboren in Fijnaart als zoon van Teunis Evertse Heijstek en Jannigje van den Hil. Met lotnummer 14 werd hij ingeloot en op 1 mei 1828 ingedeeld bij het 2e regiment Infanterie van de lichting 1828. Op het onderstaande document, men zou het zijn militair paspoort kunnen noemen, staan zijn persoonlijke gegevens vermeld als ook zijn militaire loopbaan. Tussen haakjes: ten onrechte staat zijn achternaam hier vermeld als Hijstek, in de loop van zijn leven zou dit weliswaar de schrijfwijze worden, maar daarover later meer. Mocht U eens willen vergelijken of de uiterlijke kenmerken van Teunis in meer of mindere mate overeenkomen met die van U en Uw familie, U kunt deze in dit document aflezen, van zijn lengte tot en met de kleur van zijn haar.

Teunis lag in 1828-1829 met het 2e regiment infanterie in een legerkamp nabij Rijen (tegenwoordig gemeente Gilze-Rijen). Op 25 augustus 1829 werd hij naar de Grenadiers overgeplaatst en werd dit als volgt in zijn gegevens opgetekend:

“Op 25 augustus 1829 ingevolge autorisatie van het Departement van Oorlog overgenomen van de 2e afdeling Infanterie waarbij hij op den 1 mei 1828 als loteling van lichting 1828 was ingedeeld”. Het regiment werd in 1829 gesplitst, waarbij Teunis werd ingelijfd bij het 1e korps grenadiers als onderdeel van het 18e regiment infanterie. Hij bleef wel in kamp Rijen, waarvan de foto hier rechts.

 

 

 

Opstand in de zuidelijke Nederlanden    

In 1815 werd Willem I, nadat de Franse bezetters waren teruggedrongen, gekroond tot koning van de Noordelijke en Zuidelijke Nederlanden. Deze waren samengevoegd via het Congres van Wenen waar de toekomst van Europa na Napoleon werd besproken. Het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden werd gesticht als buffer tussen Frankrijk en Duitsland. Dit was echter gebeurd zonder binnenlandse inspraak, hetgeen vooral bij het zuidelijk deel van het Koninkrijk veel kwaad bloed had gezet. Zij konden niet verkroppen dat de toenmalige grootmachten de zuidelijke gebieden aan het nieuwe Nederlandse koninkrijk hadden toegewezen. Er waren ook te veel verschillen tussen het protestante noorden en het katholieke zuiden: twee landen met eigen belangen, met een eigen verleden en een eigen mentaliteit.

 

Op 25 augustus 1830 verzamelden relschoppers zich bij de schouwburg in Brussel, waar ter gelegenheid van de verjaardag van de koning een opera werd gespeeld. Het was een stuk over een opstand tegen de Napolitaanse koninklijke garde. Tientallen bezoekers renden naar buiten en samen met de relschoppers sloegen ze ruiten in, plunderden winkels en verzamelden wapens. Het was het begin van de Belgische opstand, het startsein voor een onafhankelijk België.

 

 

 

In datzelfde jaar 1830 probeerde Prins Willem Frederik van Oranje de stad Brussel te bezetten om daar de oproer te smoren. Het lukte hem niet om Brussel binnen te komen. Teunis maakte deel uit van de legerafdeling die deelnam aan de strijd om Brussel en nam ook deel aan enige acties hierna. Hij en zijn strijdgenoten ontvingen het metalen kruis, uitgereikt “aan allen die aan de krijgsverrichtingen 1830 en 1831 hebben deelgenomen bij het mobiele leger bij gelegenheid van den opstand in België”.

 

Het 1e korps Grenadiers kwam in 1831 onder leiding te staan van Generaal Bernhard von Sachsen-Weimar en hield als basis Rijen. Teunis werd als dienstplichtige, samen met anderen die hetzij in 1830 waren gemobiliseerd dan wel vrijwillig in dienst waren getreden, ingedeeld in de 2de divisie. Andere legerkorpsen waren gelegerd in Breda en St. Oedenrode bij Eindhoven.

 

 

 

 

De Tiendaagse Veldtocht

Onder leiding van de Prins van Oranje, de latere Koning Willem II, trok een Nederlands leger van zo’n 40.000 man naar het zuiden om de Belgische opstand met wapengeweld te onderdrukken en de verloren gegane gebieden te heroveren. Eén van de deelnemende regimenten was dat van Teunis. Op bijgaand kaartje is duidelijk te zien hoe zijn regiment vanuit Rijen via Diest, Sint-Truiden en Tienen richting Brussel trok. Het zou de geschiedenis ingaan als de Tiendaagse Veldtocht, die duurde van 2 tot 12 augustus 1831. Deze veldtocht verliep in militair opzicht zeer succesvol, maar eindigde in een anticlimax door de interventie van Franse legers die zich nog in Henegouwen en Luik bevonden. De Koning zag wel in dat zonder bondgenootschap het strijden tegen een partij als Frankrijk weinig zin had. Het was geen burgeropstand meer maar iets dat kon uitgroeien tot een heuse oorlog tussen landen en dat kon het nieuwe Koninkrijk der Nederlanden in het geheel niet gebruiken.

 

Er restte niets anders dan alle Nederlandse troepen huiswaarts te roepen. Wel hield hij nog jaren het leger gemobiliseerd, hopend op een verschuiving in de internationale verhoudingen, die hem betere kansen zouden geven. Pas in 1839 zou Nederland het bestaan van België erkennen.

 

Iedereen die aan de veldtocht had deelgenomen kreeg daarvoor een eremedaille gegoten uit het brons van vijf kanonnen die bij Hasselt waren buitgemaakt. In het historiek verslag in het betreffende stamboek staat dan ook vermeld dat Teunis zowel met de ijzeren als de bronzen medaille werd gedecoreerd.

 

Teunis zou nog meerdere jaren hierna deel blijven uitmaken van het regiment Grenadiers. In de laatste aantekening op zijn conduitestaat staat genoteerd: "15 april 1838: met paspoort wegens EvD" (Einde van Dienst).

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Teunis en Cornelia de Jong

Zowel voor de Tiendaagse Veldtocht als de jaren erna verbleef het regiment in het legerkamp bij Rijen. Het zou heel goed mogelijk zijn dat Teunis hier Cornelia de Jong heeft leren kennen. Misschien was zij in het legerkamp wel werkzaam als marketenster, dat is iemand die gerechtigd was om aan soldaten waren te verkopen als drank, voedsel en kleine benodigdheden voor het dagelijks leven. Het zou ook kunnen zijn dat hij vanuit zijn legerplaats wel eens een uitstapje naar het nabijgelegen Tilburg maakte. In ieder geval moeten zij begin 1835 iets met elkaar hebben gehad met als resultaat dat op 21 augustus 1835 een zoon werd geboren. Hoewel Teunis en Cornelia niet waren getrouwd, aanvaarde hij de verantwoordelijkheid en erkende het kind dat dan ook werd ingeschreven in de Burgerlijke Stand als Hendrikus Hijstek. Zoals het zo fraai in de akte staat: “buitenechtelijk verwekt, echter wel erkend door Teunis Hijstek, grenadier in legerkamp bij Rijen”. Opmerkelijk ook dat in de akte “zijne huisvrouw” is doorgehaald oftewel duidelijk vermeld is dat zij niet met elkaar waren getrouwd.

 

Het zware leven van Cornelia met zoon

Cornelia moet het heel moeilijk hebben gehad in het dogmatisch katholieke Tilburg en sleet haar verdere leven in schande met zware arbeid en het opvoeden van haar zoon. In de jaren 1840-1860 kwam in Tilburg de textielindustrie goed op gang en was er genoeg werkgelegenheid, wellicht ook voor Cornelia. De werktijden waren echter lang, zo’n twaalf uur per etmaal en waarbij men weinig verdiende. Ook op de zaterdagen werd gewoon doorgewerkt, zodat je als dagloonster die zuinig leefde met een verdienste van vijftig cent per dag in een maand een twaalf gulden thuis kon brengen. De huur van een huisje van de fabriek (arbeidershuisje) was een kleine zes gulden per maand. Natuurlijk had zij ook nog de zorg voor haar zoon Hendrikus. Al vroeg kon hij mee gaan werken want in Tilburg was het toen heel gewoon dat kinderen vanaf hun achtste levensjaar in de fabriek werkten. Kinderarbeid werd in Nederland pas in 1874 bij wet van Minister van Houten verboden voor kinderen jonger dan dertien jaar en vanaf 1901 zelfs helemaal verboden.

 

In het bevolkingsregister van Tilburg in 1860, staat Cornelia de Jong als dagloonster te boek, samen met haar zoon Hendrikus, woonachtig op het adres K147 in de wijk Veldhoven.

 

Hendrikus, stamvader van de Tilburgse tak

Hendrikus trouwde op 3 augustus 1863 in Tilburg met de daar op 15 februari 1841 geboren Gerarda van Berkel. Vader Teunis was niet bij het huwelijk aanwezig, hij gaf zijn schriftelijke toestemming. Het huwelijk van Hendrikus en Gerarda was vruchtbaar, er werden elf kinderen geboren, zes jongens en vijf meisjes. Twee van de meisjes zouden niet ouder worden dan twee jaar. We hebben nog niet iedereen kunnen achterhalen, maar wat we wel weten is dat zij minstens dertig kleinkinderen hadden. Onder hen aardig wat jongens zodat het niet verwonderlijk is dat de naam Hijstek in Tilburg goed vertegenwoordigd is. Hendrikus stond te boek als wever in een textielfabriek voor een weekloon van ongeveer zes gulden.

 

Het echtpaar ging wonen aan het Groeseind T111 en ondanks de vele kinderen was er nog ruimte om moeder Cornelia in hun huis op te nemen. Zij overleed daar op 30 december 1887 op 74-jarige leeftijd na een ongetwijfeld zwaar leven.

 

Hendrikus overleed op 11 april 1903 in de leeftijd van 67 jaar.

 

Hoe verging het Teunis verder?

Nadat Teunis in 1838 na negen jaar dienst was afgezwaaid zijn we voor een jaar of twee zijn spoor een beetje bijster. We weten bijvoorbeeld niet of hij is teruggegaan naar zijn geboorteplaats Fijnaart. Als dat het geval was dan was dat maar voor korte tijd. Op een gegeven moment duikt hij op in Den Haag waar hij op 16 december 1840 trouwde met de op 16 januari 1812 in Andelst geboren Margaretha Huiskens. Was het misschien weer “een ongelukje” want binnen zes maanden na het huwelijk werd een eerste kind geboren. Uit het huwelijk van Teunis en Margaretha werden in totaal elf kinderen geboren van wie er vier jong overleden. Teunis was in Den Haag werkzaam als koetsier. Het is onbekend of hij ooit nog contact had met Cornelia de Jong, de moeder van zijn oudste zoon of met die zoon Hendrikus zelf. Teunis overleed in Den Haag op 7 februari 1868 dan 58 jaar oud. Zijn vrouw Margaretha overleed 16 mei 1874.

 

Lees ook: 

Heijstek dient Nationale Militie

 

Het overkwam Teunis Heijstek

 

 

Plaats reactie


Beveiligingscode
Vernieuwen