Vertaal/Translate/Select your language

Vinaora Visitors Counter

760862
Vandaag
Gisteren
Deze week
Vorige week
Deze maand
Vorige maand
Alles
497
654
3205
300379
7715
17930
760862

Your IP: 34.238.192.150
2019-11-14 20:47

Boeven en boefjes bij de familie Heijstek, deel 1

 

Aanvankelijk had ik dit artikel de titel gegeven: “Naamgenoten en criminaliteit”, maar bij nader inzien vond ik dat een te “zware” benaming. Bij criminaliteit denkt men aan en ik citeer het woordenboek: “alles wat door een wettelijke bepaling als misdrijf strafbaar is gesteld”. Helemaal duidelijk, aan wettelijke bepalingen moet eenieder zich houden, maar om alles een misdrijf te moeten noemen? Bij mijn onderzoek kwam ik zaken tegen van zo’n honderdvijftig jaar geleden, die nu op een totaal andere wijze zouden worden afgehandeld. In sommige van die gevallen zou zelfs de tegenwoordig veel toegepaste taakstraf nog een te zware straf zijn. We zouden veel van die toenmalige daders nu betitelen als boeven en boefjes, maar geen misdadigers noemen. Natuurlijk kwam ik ook naamgenoten tegen die wel degelijk misdadige streken uithaalden en daarvoor ook werden gestraft. Oordeelt U zelf aan de hand van een kleine bloemlezing die ik uit een paar archieven haalde.

 

Twee boevenverhalen in het eerste familieblad

U weet het inmiddels, op zoek naar verhalen blader ik regelmatig door oude exemplaren van ons vroegere papieren familieblad Bij Uitstek. In maart 2001 kwam het eerste nummer uit, als proef een zogenaamd 0-nummer. En warempel, daarin twee verhalen waarin het woord boef of het woord crimineel voorkwam. Het verhaal over de in het jaar 1757 brood smokkelende Pieter en Heymen Heijstek werd op 11 juni 2015 ook gepubliceerd op ons weblog. Klik hier om dat verhaal alsnog te lezen. Het andere verhaal was van de hand van toenmalig bestuurslid Ad Heijstek, die zich afvroeg of zijn op 5 januari 1872 in Wissenkerke geboren overgrootvader Marcus een boef was. Zijn artikel werd nog niet op dit weblog geplaatst, bij deze alsnog:

 

“De vader van de vader van mijn vader heette Marcus Heijstek. Hij was vernoemd naar de vader van zijn moeder. In de familieoverlevering stond hij bekend als een rustig, bedaard en vroom mens. Mijn grootmoeder (die van de vader van mijn vader) sprak altijd met groot respect over haar schoonvader. Dat wil toch wel wat zeggen want dat is in Nederland over het algemeen niet zo vanzelfsprekend.

Toen ik tijdens een van mijn laatste verblijven in het Zeeuws archief stoot op een boek, waarin werd opgeschreven alle mensen die ooit in de gevangenissen (er waren er twee) in Goes hadden gezeten, zocht ik naar Heijstekken. Ik verwachtte er velen. Niet omdat ik denk dat ik uit zo’n criminele familie kom, maar er woonden zoveel Heijstekken in Zeeland en er zullen er allicht bij hebben gezeten die niet op het rechte pad zijn gebleven. Het viel me mee. Er stonden er slechts enkelen, nauwelijks een hand vol. Groot was mijn verbazing dat daar twee keer de naam van mijn overgrootvader voorkwam. Die brave man, dat kan toch niet? Dat zou vast een ander zijn.

 

Nader onderzoek in de persoonsomschrijving gaf me een aardige indruk over z’n lengte, kleur ogen, vorm van neus, enzovoort, dat was allemaal keurig opgeschreven. Nu levert dat natuurlijk nog geen reden op om je op te sluiten, maar het is wel leuk om te lezen dat hij 165 cm. lang was, grijze ogen had en blond haar. Ook lees ik dat “hij lager onderwijs heeft gevolgd”. Er moet toch veel meer aan de hand zijn om zo’n eenvoudige eilandbewoner in het cachot op te sluiten. De reden waarom, evenals hoe lang men werd opgesloten, was ook vermeld. Dat kon me verder brengen in mijn nieuwsgierigheid. Hij heeft een keer een dag doorgebracht in het huis van bewaring in Goes. Dat valt eigenlijk wel mee, dat stelt eigenlijk niets voor. Als reden wordt opgegeven: “wegens overtreding van het reglement wegen enz.” Zou hij te hard gereden hebben op z’n bromfiets? Hoewel hij daar de leeftijd wel voor had (18 jaar), lijkt me dat in 1890 toch niet het geval te kunnen zijn geweest, misschien dat hij te hard op zijn “Zeeuwse knol” heeft gereden? Stoplichten en verkeersregels had men volgens mij nog niet, zeker niet op zo’n Zeeuws eiland. Moeten we denken aan een delict met betrekking tot wegonderhoud? Wie zal het weten?

 

 

De tweede keer heeft hij zeven dagen doorgebracht in de strafgevangenis van Goes (1889) (zie foto) wegens “strooperij door verenigde personen”. Kijk, dat begrijp ik tenminste. Eerlijk gezegd roept dat bij mij zelfs enige sympathie op, maar dat komt misschien doordat ik vroeger me altijd identificeerde met stropers in de jongensboeken die ik heb gelezen. Mogelijk heeft zijn hechtenis de eerste keer ook met de stroperij te maken gehad, het zou best kunnen. Wat ik dan toch wel mooi vind, is dat in het betreffende archief vermeld wordt dat zijn gedrag in de gevangenis goed was. Dat doet me dan weer deugd. Deze deugniet was toch eigenlijk wel een stoere bink, die mijn door mijn grootmoeder doorgegeven respect verdient. In meerdere opzichten nu.”

 

Twee landlopers en een draaideurcrimineel

Op dit weblog werd op 6 februari 2015 een artikel geplaatst over Andries Hijstek en Dirk Heijstek, zeker geen criminelen maar een vroege uitgave van de ooit zo bekende televisiezwerver Swiebertje. Leest U het nog maar eens na, voor de landloperij werden zij gestraft met een verbanning naar Veenhuizen, waar zij een heropvoeding zouden krijgen. Wel iemand met criminele trekjes was W.J.H. te….., want zo zou deze tegenwoordig in de pers moeten worden aangeduid. Twee maal, op 25 maart 2016 en 7 december 2017, werd op het weblog aandacht geschonken aan deze vooraanstaand medewerker van de fictieve firma List & Bedrog. Het laatste artikel gaat deels over zijn wandel op het rechte pad, waarbij hij onder andere adverteert als zijnde hofleverancier. Waar of niet waar? Ik denk het laatste.

 

Klein of groot vergrijp, voor de eeuwigheid vastgelegd

Na het nogmaals lezen van Ad’s artikel werd ik nieuwsgierig. Hij schreef in de archiefboeken nog een paar Heijstekken te hebben gevonden. Dat moest ik toch eens nakijken. Moest Ad daarvoor nog een hele reis maken naar het Zeeuws Archief in Middelburg, achttien jaar later kon ik alles thuis achter de computer opzoeken. Wonderbaarlijk wat ik ontdekte, zo’n anderhalve eeuw na een klein vergrijp komt men nog van alles te weten, niet alleen over het delict, maar ook over de persoon, de straf en diverse andere wetenswaardigheden. Ik maak U deelgenoot van een paar streken van de boeven en boefjes in onze familie. Soms was ik ernstig, was ik gegrepen door een voorval, maar vaak kon ik ook een glimlach niet onderdrukken. Een vergelijking met de strafoplegging in deze tijd gaat in het geheel niet op.

 

Twee bijzondere gevallen

Allereerst het toch wel trieste verhaal van Elisabeth Cornelia Poulus, in 1791 in Middelburg geboren en op 12 september 1834 in Koudekerke getrouwd met Adriaan Heijstek, in Middelburg geboren op 26 december 1809 en dus een jaar of achttien jonger dan Elisabeth. Zij was verwikkeld in een proces wegens laster, uit de documenten niet kunnen opmaken ten opzichte van wie. Op 22 december 1845 werd zij in hoger beroep veroordeeld tot een maand gevangenisstraf, een boete van 25 gulden en: “met ontzegging van de regten vermeld in art.42 van het Wetboek van Strafregt gedurende den tijd van vijf jaren alsmede veroordeeld in de kosten der procedure”. Me dunkt, een behoorlijk zware straf, wie moet ze belasterd hebben om zo gestraft te worden? Ik noemde het een triest verhaal en wel om volgende reden: haar man Adriaan overleed op 2 januari 1846 op slechts 36-jarige leeftijd, 10 dagen na de uitspraak van het hoger beroep. Als weduwe moest zij van 23 februari tot 24 maart 1846 brommen in de gevangenis van Goes.

Een ander bijzonder geval las ik over Adriaan Heijstek, geboren in Colijnsplaat 22 november 1834. In 1846, op zijn twaalfde jaar dus (!) staat hij te boek als arbeider, de kinderwet van van Houten zou pas in 1874 worden ingevoerd. Adriaan bezondigde zich op deze jonge leeftijd aan diefstal, van wat is niet bekend. Hij werd door de arrondissementsrechtbank in Goes veroordeeld tot een “correctionele gevangenisstraf van drie dagen.” We kunnen het ons in deze tijd niet voorstellen, de twaalfjarige arbeider Adriaan gaat voor drie dagen de gevangenis in.

 

Je kan hem zo uittekenen

Ja, er was orde en tucht in de negentiende eeuw. Hoe dat nu is, daar heeft ieder wel een mening over. Een volgend voorbeeld is Pieter Johannes Heijstek, geboren in Middelburg op 15 mei 1825. In de processen-verbaal werden zijn voornamen omgedraaid, daarin werd hij aangeduid als Johannes Pieter. Maar zie zijn handtekening: hij tekent met P.J. Hij was een zoon van Johanna Heijstek en van een onbekende vader. Hij werd in 1866 veroordeeld voor het “uiten van smaad of scheldwoorden”. In de tegenwoordige tijd zou dat misschien wel mogen, men zegt al heel gauw dat het valt onder de vrijheid van meningsuiting. Johannes moest er vier dagen voor naar het gevang. Vanwege die vier dagen weten we nu, 150 jaar later, alles over hem. Wij beschikken niet over een foto uit die tijd, maar wel over een zeer gedetailleerde beschrijving. Een goede tekenaar zou hem zo kunnen uittekenen.

 

 

Nog meer veroordelingen

Hoewel we het wel hebben over onze familie, lezen anderhalve eeuw later al die processen-verbaal soms als een spannend jongensboek. Als U mee wilt lezen, ga ik nog even verder. Er is het verhaal van de op 26 juni 1843 in Colijnsplaat geboren Sara Heijstek, in juni 1865 getrouwd met Cornelis Douw. Zij werd betrapt op het stelen van een paar aardappelen en op 25 januari 1868 daarvoor veroordeeld tot twee dagen gevangenisstraf. Dan ga ik toch nadenken, hadden zij het misschien zo arm dat ze niets te eten konden kopen en dat Sara ten einde raad een paar aardappelen stal? En dan: voor het proces en voor het uitzitten van die twee dagen moest Sara wel van Colijnsplaat naar Goes reizen, een afstand van een kleine twintig kilometer en er was echt nog geen openbaar vervoer. Hoe zou zij daar gekomen zijn?

En dan is er Pieter Heijstek, geboren 14 november 1848 in Colijnsplaat. Hij was negentien jaar toe hij werd betrapt door de plaatselijke veldwachter voor: “het afbreken van zeven boomen”. Bij het woord veldwachter moet ik altijd denken aan veldwachter Bromsnor uit de befaamde TV-serie Swiebertje. Toch moet het een behoorlijk zwaar delict zijn geweest, want hij werd veroordeeld tot maar liefst vijftien dagen eenzame opsluiting en zat die uit in Goes van 23 maart tot 7 april 1868. Trouwens, eenzame opsluiting? Zou men in die tijd dan met meer mensen in een cel hebben gezeten? Pieter zat in cel nummer 16, maar kon In ieder geval niet hard weglopen, want bij zijn lichamelijke kenmerken stond: “rechterbeen stijf”.

In het jaar 1903 werd er, zij het op kleine schaal, al gevoetbald, maar er waren beslist nog geen hooligans. Wel waren er vechtende vrienden. Adriaan Heijstek, op 10 oktober 1886 in Wissenkerke geboren, was waarschijnlijk met een aantal vrienden uit Wissenkerke aan het stappen en verwikkeld geraakt in een vechtpartij. De dan 17-jarige Adriaan was de jongste van het stel, de anderen resp. 18, 20, 20 en 22 jaar. De vijf vrienden kregen allemaal dezelfde straf voor “mishandeling” en dat was niet mis: twee maanden detentie. Hoewel de straf wel degelijk werd uitgezeten in de gevangenis van Goes, staat aangetekend dat Adriaans’ gedrag in het gesticht goed was. Saillant detail: Adriaan zat zijn straf uit in cel nummer 16, dezelfde waar achttien jaar ervoor eerdergenoemde Pieter zat.

 

Ook in Noord-Brabant

De bovenstaande verhalen uit Zeeland maakten me toch nog nieuwsgieriger. Zouden soortgelijke zaken ook in andere provincies zijn opgetekend? Hoe zat het daar met onze naamgenoten?

In 2008 had Piet Heistek uit Zaandijk het Brabants archief al eens doorgenomen en kwam toen tot een lijst van 26 “boeven” in de negentiende eeuw. Inmiddels zijn weer een aantal bronnen vrijgegeven en is de lijst wat langer geworden. Onder de namen Heijstek en Hijstek zijn er nu 39 vermeldingen, waarvan 28 in de negentiende eeuw en 11 in de twintigste. Niet verrassend, de provincie Noord-Brabant is aanzienlijk groter dan Zeeland en heeft veel meer inwoners. Van de in totaal 39 vonnissen werden er 27 behandeld door de rechtbank in ’s-Hertogenbosch en 12 in Breda.

Een ander kenmerkend verschil tussen beide provincies: in Zeeland te vinden onder de titel “gedetineerde”, in Noord-Brabant staan zij onder: “criminele vonnissen” en dat vind ik toch minder prettig klinken. Trouwens in Noord-Brabant staat 20% van de vonnissen op naam van de in 1896 geboren H.A.H. te T., in de meeste gevallen wegens diefstal en begaan in de periode van 1913 tot 1924. Als U weet dat hij in die jaren regelmatig een gevangenisstraf moest uitzitten, weet U ook dat hij met zijn acht veroordelingen in de tussenliggende periode het druk gehad moet hebben. De overige provincies hebben nog geen aparte database voor soortgelijke zaken. Ook in de provincie Noord-Brabant kwam ik een aantal voorbeelden tegen die ik het vermelden waard vind. Waarom? Omdat deze een beeld geven van het leven in vroeger eeuwen. Hierover leest u in het tweede gedeelte van deze publicatie.

 

Wordt vervolgd

 

Plaats reactie


Beveiligingscode
Vernieuwen