Vertaal/Translate/Select your language

Vinaora Visitors Counter

760866
Vandaag
Gisteren
Deze week
Vorige week
Deze maand
Vorige maand
Alles
501
654
3209
300379
7719
17930
760866

Your IP: 34.238.192.150
2019-11-14 20:58

Waar blijft de tijd………aan het werk

 

Er is iets dat we gemeen hebben met onze naamgenoten die in vroeger tijden leefden, namelijk dat wij allen hebben moeten werken om in het levensonderhoud te kunnen voorzien. Dat de voorwaarden in de loop der eeuwen aanzienlijk zijn veranderd behoeft geen nader betoog. In een aantal artikelen op dit weblog kwam het dagelijkse werk al eens aan de orde, van varende naamgenoten die in de negentiende eeuw naar zee gingen, via een schoolmeester die meer dan vijftig jaar voor de klas stond tot een opsomming van (heel) verre neven en nichten die werkzaam waren in allerlei oude en deels verdwenen beroepen. Ook in mijn eerder artikel over vroegere vakanties kon men kennisnemen van de werkomstandigheden in een periode nog niet zo lang geleden. Werkweken van zestig uur die tot in de twintigste eeuw heel gewoon waren en waar werknemers een dag of zes vakantie per jaar hadden. Stap voor stap veranderde de situatie, in de jaren vijftig van de vorige eeuw had men al twee weken vakantie per jaar en in 1960 kreeg men de vrije zaterdag, een vijfdaagse werkweek dus. Juist in die tijd begon mijn werkzame leven, een terugblik met wellicht ook voor sommige lezers herkenbare zaken.

 

 

Jongste bediende

Midden jaren vijftig behaalde ik het einddiploma van de middelbare school en hoewel ik graag overdag verder had willen studeren, behoorde dat in ons gezin helaas niet de mogelijkheden en dus moest er een baantje worden gevonden. In die tijd, nog maar een tiental jaren na de oorlog, geen probleem want er was werk genoeg. Mijn eerste keus was iets met sport of bij een krant, maar omdat dat niet lukte leek ook de scheepvaart mij heel interessant. De eerste sollicitatie was gelijk raak en ik werd als jongste bediende aangenomen voor een salaris van maar liefst negentig gulden per maand (voor lezers die de gulden niet hebben meegemaakt, dat is ongeveer veertig euro). Ik moet hier wel aan toevoegen dat toen een brood twintig guldencent kostte, een liter melk dertig cent en een pakje van vijfentwintig sigaretten een gulden. En dat laatste in een tijd dat haast iedereen overal rookte. Ook bijzonder: slechts één op de drie gezinnen had een koelkast.

 

Gelijk op de wip?

Toen ik mijn schriftelijke aanstelling ontving riep die gelijk vraagtekens op, ik zou komen te werken op de WIP. Een WIP? Dat is niet alleen een speeltoestel, maar ook een gezegde dat iemand elk moment kon worden ontslagen. Het was toch wel een echte en vooral vaste kantoorbaan? Jazeker, de betekenis kwam later, het betrof de afdeling West-Indië Pacific, afgekort dus de WIP. Met nog een paar nieuwkomers dienden wij ons te melden bij de afdelingschef en van zijn welkomstwoorden herinner ik mij nu nog zijn gevleugelde openingszin: “Jullie hebben ongetwijfeld een mooi diploma, maar dat vind ik niet interessant want je moet je in de praktijk gaan bewijzen. Ik heb zelf niet veel diploma’s maar heb het toch gebracht tot procuratiehouder van deze afdeling”. Trouwens, het bleek een alleraardigste en prima chef te zijn.

 

Aan de balie

Ik begon aan de balie, vooral documenten maken voor geboekte scheepslading en welke documenten aldaar werden opgehaald door een keur aan zogenaamde kantoorlopers. In die tijd waren er nog geen containerschepen, alles werd los gestuwd in de ruimen van het schip. Was wel even wennen na een relatief rustige schooltijd, werken op een afdeling met enige tientallen personen, gezeten aan lange rijen bureaus, een druk telefoonverkeer, iedereen typend op die ouderwetse schrijfmachines, tellend op handmatige telmachines, documenten vermenigvuldigend op stencilmachines, het was een orgie van lawaai. En denk erom, overhemd met stropdas en netjes in het pak! Alleen bij extreem warm weer mocht het colbert uit. Na een paar maanden aan de balie kwam ik bij een groep uitgaande lading, de hele dag telefonisch contact met klanten en met de door ons vertegenwoordigde rederij, de K.N.S.M. in Amsterdam. Er was uiteraard ook daar (nog) geen fax, computer of ander hulpmiddel op kantoor. Elk te voeren interlokaal telefoongesprek aanvragen bij de telefooncentrale en achteraf het bonnetje van het gesprek aftekenen.

 

Lange dagen

Wordt er wel eens geklaagd over lange dagen? Door de week naar kantoor van half negen tot naar ik meen vijf uur, op de fiets naar huis, vlug eten en drie avonden in de week van zeven tot tien naar avondschool voor mijn studie handelswetenschappen. De andere avonden huiswerk terwijl er ook nog twee avonden in de week moest worden getraind voor het voetbal, dus dat werd een combinatie van eerst trainen en dan nog huiswerk. Op zaterdagmiddag een wedstrijd, de eerste jaren was dat ook haasten want de vrije zaterdag bestond nog niet overal.

 

Als schildwacht de K.N.S.M. zien

Na ruim twee jaar kreeg ook ik de onvermijdelijke oproep voor de militaire dienstplicht met opkomst december 1958 in Amsterdam. Een bijzonder toeval: in die twee jaar zorgde ik voor aanname van lading voor de K.N.S.M.-schepen, die niet alleen in Rotterdam werden geladen en gelost maar ook in de thuishaven Amsterdam. Nog nooit had ik het beladen van deze schepen gezien, maar wat bleek? Eén van de posten waar ik als militair wacht moest lopen, lag aan het IJ en zo zag ik uit de verte de belading van de K.N.S.M.-schepen. Vier maanden duurde mijn diensttijd in Amsterdam en zodoende heb ik meer schepen zien laden en lossen dan mijn achtergebleven collega’s in Rotterdam.

 

Expediteur

Na afloop van de diensttijd in 1960 ging ik terug naar mijn oude werkgever. Ik wist dat allang, maar in dienst met de weinige vrije dagen kreeg men vrij voor sollicitaties en het laat zich raden dat van die mogelijkheid gretig gebruik werd gemaakt. Wel wilde ik een andere functie en dat werd de afdeling expeditie. Op de parterre van het gebouw was een grote hoge zaal, slechts een paar ramen net onder het plafond. Niet alleen een groot verschil met het vele buiten zijn in militaire dienst maar ook een groot verschil met het uitzicht op de WIP. Daarvandaan zag men aan de overkant van de Maas de Holland Amerika Lijn, altijd weer een fascinerend schouwspel, vooral als het door duizenden uitgewuifde emigrantenschepen betrof. Op de afdeling expeditie zagen we niets, helemaal niets van het gebeuren buiten, omhoogkijkend soms een vleugje lucht. Vandaag de dag zou een dergelijke ruimte als totaal ongeschikt worden betiteld voor, in mijn herinnering, zo’n veertig personen. In de hoek bevond zich een van hout en glas opgetrokken afgescheiden deel waar de afdelingschef zetelde. Ik vermijd de naam kantoor want het verdiende die naam geenszins. Een dreun met de vuist op het glas betekende dat je je direct bij hem moest melden en ook dat deed een ieder zonder morren. Wat was men in die tijd toch nog meegaand.

 

Bij vijven, dus tijd voor…….

Bijzonder waren de keren dat je naar de havens mocht, soms zelfs aan boord. Niet altijd even gemakkelijk, ik herinner me een keer naar een boot die op stroom lag. Er was nog geen lading ingenomen, dus lag het schip hoog op het water. Erheen met een klein vaartuig dat we nu een soort van watertaxi zouden noemen. Aangekomen bij het schip werd een touwladder uitgegooid, vele meters lang. Welkom aan boord, maar daar dacht ik toen heel anders over en ik vertel ook niet hoe ik weer beneden kwam. Ik schreef het al, het was in de tijd dat er nog geen containers waren en de goederen handmatig werden geladen en gelost. In de ruimen van het schip daarvoor de havenarbeiders, waarvan mij het “eindsignaal” van hun taak nog precies herinner. De zogeheten botenbaas pakte een megafoon en riep met luide stem op zijn plat-Rotterdams: “Het is bij vijven en nu weer tijd voor de wijven”.

 

Prachtige herinneringen

Hoewel ik in totaal nog geen tien jaar daar heb gewerkt, zijn de herinneringen onuitwisbaar. Je was jong, je eerste baantje, alles was nieuw, het was de tijd van wederopbouw en er heerste een goede collegialiteit. Alle scheepvaart-en expeditiekantoren waren in die omgeving gevestigd (voor bekenden in Rotterdam: het gebied rond de Veerhaven tussen Spido en Park), in de middagpauze wandelde je met de van huis meegenomen boterhammen een rondje scheepvaartkwartier en je kwam allerlei bekenden tegen. Soms ook een balletje trappen in het Park en dan bezweet en al terug naar kantoor, maar wel met stropdas en colbert.

De Veerhaven waaromheen de scheepvaart-en expeditiebedrijven waren gevestigd.

 

Plaats reactie


Beveiligingscode
Vernieuwen