Vertaal/Translate/Select your language

Vinaora Visitors Counter

613023
Vandaag
Gisteren
Deze week
Vorige week
Deze maand
Vorige maand
Alles
417
649
417
154726
9494
17302
613023

Your IP: 54.226.23.160
2019-02-17 18:30

Waar blijft de tijd …………. Vakanties van vroeger, deel 1

 

Uit het fotoalbum van een Rotterdamse Heistek-familie

 

Het fotoalbum van mijn ouders

’t Was eens in de vakantiedagen,

Weet je nog wel oudje?

Dat wij dat fotoalbum zagen,

Weet je nog wel oudje?

Wij kiekten al zijn leuke dingen,

Weet je nog wel oudje?

Dat boek zat vol herinneringen,

Weet je nog wel oudje?

 

Bovenstaande regels komen (weliswaar niet in deze volgorde) voor in een liedje van de vroeger bekende conferencier Louis Davids (1883-1939). Ik moest hieraan denken bij het doorbladeren van een aantal fotoalbums uit de nalatenschap van mijn ouders en schoonouders. In die albums uit hoofdzakelijk de jaren dertig, veertig en vijftig van de vorige eeuw zaten nog van die kleine zwart-wit fotootjes met gekartelde randen en ingeplakt met plakkers op elke hoek. Wat een werk! Veelal zullen de foto’s zijn gemaakt met zo’n ouderwetse boxcamera, waarin een rolletje ging van naar ik meen acht of misschien wel tien foto’s. Niet te veel fotograferen in het begin want voor je het wist was het rolletje vol. En ja hoor, aan het eind van de dag of van de vakantie bleek steeds weer dat je te zuinig was geweest en het rolletje toch niet vol was. Bij het doorbladeren van de albums kreeg ik een goed beeld over de vrijetijdsbesteding in de eerder genoemde decennia, in een tijd dat vakantiedagen amper bestonden. Ik heb een en ander aangevuld met mijn eigen herinneringen en veronderstel dat veel van onze lezers min of meer dezelfde herinneringen hebben.

 

 

Een paar vrije dagen per jaar

Het was tot in de twintigste eeuw dat de meeste werknemers helemaal geen of in het meest gunstige geval een paar dagen vrij hadden per jaar. Er werd zes dagen (zelfs zeven dagen kwam voor) gewerkt en werkweken van zestig uur waren heel gewoon. Zo rond 1910 ging de vakbeweging zich sterk maken voor vrije dagen, aanvankelijk zonder al te veel succes. Weliswaar had rond die tijd iets minder dan de helft van de werknemers een paar vrije dagen per jaar, maar dat was geen verplichting van de werkgever en slechts te danken “aan diens goedheid”. In 1919 kwam er een kleine verbetering toen het parlement een wet aannam die bepaalde dat arbeiders niet meer dan acht uur per dag mochten werken en de zaterdagmiddag en zondag vrij zouden zijn. Uiteraard gold dat niet voor iedereen, denk maar aan winkeliers en andere kleine zelfstandigen. Het recht op vakantiedagen bleef een hele strijd, zo staakten loodgieters in 1928 maar liefst negentien weken en lukte het hen hiermede vier vrije dagen te krijgen. Met een soortgelijke actie verkregen de bouwvakkers drie dagen vakantie per jaar. Stapje voor stapje verbeterde de situatie en aan het eind van de jaren dertig had driekwart van de werknemers een aantal vrije dagen per jaar, zelfs werden deze in de meeste gevallen doorbetaald. Door de crisis van die jaren dertig en de daarop volgende Tweede Wereldoorlog werd het pas rond 1955 normaal om een of twee weken per jaar betaald verlof te hebben. In 1960 viel het besluit van de gehele vrije zaterdag en in 1966 werd dan eindelijk wettelijk vastgelegd dat iedereen recht had op vakantie, twee jaar later gevolgd door een wet waarin werd bepaald dat een vakantietoeslag zou worden betaald. Mijn ouders, geboren aan het begin van de vorige eeuw, moesten het dus voor de oorlog doen met een zeer beperkt aantal vrije dagen, hierna konden ook zij nog profiteren van de toegenomen welvaart en hadden ook zij twee weken betaald verlof per jaar.

 

 

Scholen hadden meer vrij

Schoolkinderen hadden al sinds het begin van de negentiende eeuw een periode vrij van school, maar die vakantietijd was niet voor ieder kind een pretje. Voor veel stadskinderen betekende het niet anders dan een paar weken langs de straat slenteren, de ouders hadden geen of maar een paar dagen vrij. Ook waren er die alle dagen vader op het land of moeder in het huishouden moesten helpen. Er waren zelfs kinderen die in de vakantie moesten gaan verdienen en zeker die kinderen waren blij als de school weer begon. Het aantal vrije dagen op school varieerde sterk, uit een geschrift uit 1911: “de duur der vacantiën voor de lagere scholen in Nederland varieert van twee tot negen à tien weken per jaar.”

 

De oudste foto

De oudste vakantiefoto werd gevonden in het album van mijn schoonouders, vermoedelijk rond het jaar 1910 gemaakt in Egmond aan Zee. Niet met een boxcamera, maar door een professionele fotograaf. Op deze foto familieleden van mijn vrouw, maar wie o wie? Het kleine meisje op de voorgrond zou mijn schoonmoeder kunnen zijn. We zijn bezig daar achter te komen, maar aan wie kan je dat nu nog vragen? Maar toch een prachtige foto om naar te kijken, die vrijetijdsmomenten van een kleine 110 jaar geleden. Gekleed in een voor die tijd modieus en zomers tenue en allemaal met een schepje in de hand. Was men doelbewust naar het strand gegaan of poseerde men alleen voor de foto in het zand?

 

 

 

 

   

 

Elke foto heeft een verhaal

Op de fiets Maarten Johannes Heistek (1906-1971)

v.l.n.r. Beligje Heistek-de Graaf (1903-1987), Maarten en schoonmoeder Lena Kalkman

 

Mijn ouders verloofden zich in 1932 en hoewel ze toen vast en zeker al uitstapjes maakten, zijn de fotoseries vooral uit de jaren 1934 en 1935. In die beide jaren was men zeer reislustig, werden de uitstapjes met de camera vastgelegd en in de meeste gevallen werd bij de foto’s keurig vermeld plaats en datum van de opname. Om te beginnen werd de omgeving van Rotterdam verkend, soms per openbaar vervoer, soms wandelend, maar ook per gehuurde fiets want een eigen fiets kon men zich nog niet veroorloven. Een bezoek aan wat toen heette een theetuin hoorde tot de “leuke dingen voor de mens”. Opvallend dat veel uitstapjes werden gemaakt in gezelschap van familieleden. Men bezocht onder andere het toen nog eiland Marken in de Zuiderzee, Volendam, Vlissingen en Vaals. Deze laatste bestemming was toch wel een bijzondere en de reis werd gemaakt in mei 1935 met ouders, schoonouders en een oom en tante. Natuurlijk poseren onder het bord Drielandenpunt, had men toch mooi voet op zowel Belgische als ook Duitse bodem gezet! Een behoorlijk verre reis in die tijd, waarschijnlijk per bus over voornamelijk binnenwegen, want rijkswegen zoals wij die nu kennen, waren er nauwelijks of niet. Het zal toch wel tweedaags reisje zijn geweest en dat kostte een behoorlijk deel van hun vakantiedagen en zij hadden er al zo weinig! Als bewijs voor het thuisfront ging men met z’n allen op de foto. Zoals men ziet, reizen ging “met de zondagse kleding” dus keurig in kostuum of jurk en hoed op! Oh ja, van deze foto zijn meerdere exemplaren in omloop, steeds maakte een ander de foto en zo stonden ze er allemaal een keer op. Tja, van een selfie had niemand toen nog gehoord!

 

 

v.l.n.r. Leen van Weel???, schoonvader Pieter Hermanus de Graaf , Belie Heistek-de Graaf, Ludovicus Cornelius Wilhelmus Heistek (1874-1943), Lena Kalkman en Ger van Weel???

 

 

Een ander reisje in 1935 ging naar Vlissingen en omgeving en dan mocht een bezoek aan het strand niet ontbreken. Zo te zien een mooie dag met hier en daar badgasten, waar mijn ouders poseerden in hun beste kleding. Was men de badkleding vergeten en helemaal niet van plan geweest naar het strand te gaan? Oh ja, tachtig jaar later blijkt deze foto ineens een raadplaatje te zijn. Achter moeder is een tweede paar benen te zien. Van wie waren die? Was men volgens traditie ook nu met anderen op stap? Ik meen de oplossing te hebben gevonden. Het andere paar benen moet zijn geweest van mijn tante Cor uit Wassenaar, een nicht van mijn moeder. Diens man Koos had een auto, een bijzonderheid in die tijd en met z’n vieren erop uit met de auto. Welk een luxe! En genoemde Koos moet de foto hebben gemaakt.

Maarten en Belie

Frans van IJperen

Over badkleding gesproken, die was toch wel bijzonder in die tijd. Ook de heren droegen badpakken en in ongeveer datzelfde jaar liet mijn schoonvader zich in het zand fotograferen, maar wel hield hij zijn alpinopet op.

  

Oorlogstijd

Mijn ouders trouwden in 1936 en behalve uiteraard de trouwfoto geen foto’s aangetroffen van een huwelijksreis. Wel af en toe een afbeelding van een familiebezoek, vooral bij de al genoemde nicht in Wassenaar, want dat was zo lekker dicht bij het strand! In 1938 werd het eerste kind geboren en vanaf dat jaar ziet men vooral foto’s van een gelukkig gezin. Trouwens Wassenaar zou nog een belangrijke rol spelen in de oorlog. De familie had daar een groot huis en na het bombardement op Rotterdam in mei 1940, waarbij de bommen angstig dicht bij het huis van mijn ouders in Kralingen waren gevallen, achtte men het veiliger Rotterdam voor enige tijd achter zich te laten. Gelukkig kon en mocht men enige tijd in Wassenaar verblijven. Dat mijn vader in die tijd niet werkte zal te maken hebben met het feit dat een groot deel van zijn werkterrein in warenhuis “de Bijenkorf” bij het bombardement was weggevaagd. Een ander familielid van moeders kant woonde in Beverwijk en ook daarheen werden frequent bezoeken gebracht.

 

Wordt vervolgd

 

 

Plaats reactie


Beveiligingscode
Vernieuwen