Vertaal/Translate/Select your language

Vinaora Visitors Counter

557449
Vandaag
Gisteren
Deze week
Vorige week
Deze maand
Vorige maand
Alles
620
868
2261
94889
11987
27352
557449

Your IP: 54.92.193.89
2018-11-13 23:21

Een bijzonder familieverhaal, deel 2

 

Selma Heijstek werd een heel goede atlete

 

Johannes Cornelis Heijstek was gedurende zijn tijd in Zaandam lid, resp. bestuurslid van de Atletiekvereniging “Zaanland”. In ons familieblad BIJ UITSTEK van september 2004 verhaalde dochter Selma zelf over haar atletiekcarrière, een artikel waarvan U onderstaand nog weer een keer kennis kan nemen. Selma is hierin op sommige punten toch ietwat bescheiden geweest, reden waarom de redactie haar verhaal hier en daar wat heeft uitgebreid met krantenartikelen waarin de betekenis van haar successen duidelijker wordt.

 

 

 

 

 

 

Kampioenschappen

Selma: “Aangespoord door een eerste plaats op de 80 meter hardlopen bij schoolwedstrijden in 1948 en de successen van Fanny Blankers-Koen op de Olympische Spelen in Londen in datzelfde jaar werd ik lid van Zaanland. Als juniore behaalde ik tussen 1949 en 1951 op de 80 meter en bij het discuswerpen vele successen bij “gewone wedstrijden” en nationale jeugdkampioenschappen. In 1952 verhuisde ons gezin naar Rotterdam omdat mijn vader daar benoemd werd tot hoofd van een school. Ik werd lid van de Rotterdamse Dames Atletiekvereniging “Hollandia” die haar domicilie had op de Nenijto-atletiekbaan. Ik kwam van een voetbalveld als trainingsbaan op een echte sintelbaan, wat mijn prestatiecurve omhoog bracht. Ik legde mij toe op het hordelopen wat ik qua techniek erg leuk vond om te doen en meestal wat je leuk vind gaat je ook goed af. De prestaties werden steeds beter en in 1954 liep ik voor het eerst de 80 meter horden op de Nederlandse Kampioenschappen in Tilburg. Ik werd tweede achter Fanny Blankers-Koen, mijn grote voorbeeld!

Omdat Fanny hierna geen kampioenschappen meer liep werd ik in 1955 en 1956 Nederlands Kampioene op de 80 meter horden. In de jaren 1955 en 1958 werd ik met drie andere clubleden 4 x 100 meter estafettekampioen en ook werden we van 1955 tot en met 1959 Nederlands clubkampioen.”

 

 

 

Nog voor de titelstrijd van 1955 zag de pers al de mogelijkheden van Selma, uit een verslag van een wedstrijd in mei: “Bij de dames was er die hartverwarmende sprint van Selma Heystek (Hollandia) op de 80 meter horden. Haar hordentechniek krijgt steeds meer karakter. Haar balans wordt efficiënter. Kortom, zij heeft prettige perspectieven voor de toekomst.” Na het door Selma gewonnen Nederlands kampioenschap 1955: “Selma Heystek werd kampioene, omdat zij slechts 11,5 seconden nodig had om over de horden te wippen die verspreid stonden over 80 meter.” De lofuitingen in de pers gingen door in 1956, in mei bij een wedstrijd: “Selma Heystek demonstreerde haar feilloze techniek op de 80 meter horden” en in juli 1956: “Bij de dames kwam het herstel van Selma Heystek op de 80 meter horden als een welkome bijkomstigheid, omdat zij ongetwijfeld tegen Frankrijk over veertien dagen een versterking zal blijken voor de damesploeg”. In haar verhaal vertelde zij weinig over haar uitverkiezing voor landenwedstrijden, maar in de jaren vijftig en zestig werd zij vele keren gekozen in de nationale Nederlandse ploeg.

 

 

 

 

 

 

 

De Maccabia Spelen, een hoogtepunt

Selma: “In 1961 en 1965 nam ik deel aan de Maccabia-spelen in Israël en behaalde daar tweemaal de gouden medaille op de 80 meter horden. Deze spelen waren hoogtepunten in mijn atletiekloopbaan en ik heb daar dan ook fijne herinneringen aan.”

De pers hierover in 1961: “Het gehele stadion in Ramat Gan bij Tel Aviv, waar de spelen worden gehouden, gaf zich over aan een ovationeel applaus toen de Nederlandse deelnemers bij de openingsplechtigheid het stadion binnen marcheerden. Het gejubel was niet van de lucht. Alleen die openingsplechtigheid was de moeite van het gaan al waard. Selma Heystek, die nu reeds tot de “veteranen” wordt gerekend, heeft besloten om nog vier jaar door te gaan, opdat zij dan opnieuw naar de Maccabia kan gaan. Niet alleen voor een plak maar meer voor de sfeer.”

 

 

 

Hetzelfde dagblad Trouw deed nog een opmerkelijke uitspraak over Selma: “Veel eerder had Selma Heystek, die reeds grote ervaring heeft in de internationale sport, enige malen maakte zij deel uit van het Nederlands team bij wedstrijden in het buitenland, naar de Maccabia kunnen gaan. Wellicht waren haar prestaties in 1956 nog groter geweest. Selma maakte toen echter geen deel uit van de ploeg Nederlandse Joodse sportlieden, die naar Israël trokken, omdat zij eerst sinds kort weet dat zij Joods is voor de Joodsreligieuze wetten, haar moeder is Joods. Nu zij eenmaal weet dat zij in aanmerking komt om opgenomen te worden in de Nederlandse ploeg en nu zij de sfeer heeft geproefd van de Joodse Olympische Spelen is zij vastbesloten om door te trainen opdat zij bij de zevende Maccabia, die in 1965 zal worden gehouden, weer naar Israël kan trekken.”

 

Selma vervolgt haar verhaal

Eind 1965 nam ik afscheid van de atletiek. Het was heel mooi geweest. Mede door de vele buitenlandse landenwedstrijden waaraan ik deelnam, zowel van KNAU-zijde als van clubzijde, was mijn reislust gewekt. En na mijn vroegtijdige pensionering trekken mijn partner en ik er lustig op los met onze kampeerauto. Op 25 maart 2004 waren wij persoonlijk bij het ontsteken van de Olympische vlam in Olympia (Griekenland). Het ons bevinden tussen 15.000 enthousiaste Grieken was een ware belevenis.

 

Lees ook: Een bijzonder familieverhaal, deel 1

 

 

Plaats reactie


Beveiligingscode
Vernieuwen