Vertaal/Translate/Select your language

Vinaora Visitors Counter

514877
Vandaag
Gisteren
Deze week
Vorige week
Deze maand
Vorige maand
Alles
192
670
2104
55451
17313
3437
514877

Your IP: 54.225.59.14
2018-09-26 03:04

Sport, sinds 1950 is er veel veranderd

 

Zij die zo halverwege de vorige eeuw aan sport deden en dit misschien nog steeds doen, zal het ongetwijfeld zijn opgevallen: in de loop der jaren is er wel heel veel veranderd. Er zijn nu zoveel verschillende mogelijkheden tot sportbeoefening op of in prachtige accommodaties, maar hoe anders was dat toen. Ik heb die veranderingen mogen meemaken en misschien U ook wel. Een terugblik op een weliswaar qua prestaties zeer bescheiden sportcarrière, maar waar in ieder geval ik met heel veel plezier aan terugdenk, zo onder het motto van de naam van een televisieserie “toen was geluk nog heel gewoon”.

 

 

Met twaalf jaar op voetbal

Zo’n vijf jaar na het einde van de Tweede Wereldoorlog was het ultieme doel van veel jongens lid te worden van een voetbalvereniging. Op straat voetbalden we ons partijtje, sommigen van U zullen het zich ook herinneren. Nauwelijks auto’s in de straat, dus ruimte genoeg. Twee stapels jassen waren de “doelpalen”, drie corners was een “pinantie” en als de politieagent in het vizier kwam, klonk het “juut, bal in je zak” en vlogen we alle kanten op. Trouwens, de bal bestond soms uit proppen papier omwikkeld met een in repen gesneden fietsband. Je kon pas lid worden van een echte voetbalclub bij het bereiken van de twaalfjarige leeftijd. De enige sport waar men op jongere leeftijd aan kon meedoen was turnen en zodoende werd ik lid van een turn-en atletiekclub. Veel herinneringen zijn er niet, alleen dat we soms met een bus (een enorme belevenis in die tijd) naar plaatsen in de omgeving gingen voor een wandelmars. Maar toen ik dan twaalf jaar werd mocht ik me aanmelden bij V.V.O.R., een club uit de Rotterdamse wijk Kralingen waar wij woonden. Ik kreeg voor mijn verjaardag het blauwe shirt, de zwarte broek, de blauwe kousen met wit boord en niet te vergeten een paar echte voetbalschoenen met van die hoge leren noppen. Ik voelde me ineens een echte sportman, die officiële wedstrijden ging spelen met nog wel een echte scheidsrechter.

 

 

We speelden altijd een uitwedstrijd

Ik woonde in Kralingen en ging vanzelfsprekend spelen bij een Kralingse club, dus zult U denken: hij ging lekker dicht bij huis spelen. Mis, helemaal mis! Er was in die tijd een schrijnend gebrek aan, vooral eigen, sportaccommodaties en in veel gevallen moest daarom gebruik worden gemaakt van grote gemeentelijke sportcomplexen. Voor ons was dat Laag Zestienhoven, gelegen aan de andere kant van de stad. Trainingen waren er voor jeugdspelers nog nauwelijks (althans in mijn herinnering), maar voor de wedstrijden was het een aardig eindje fietsen. Er waren geen vaders die voor het vervoer konden zorgen, want wie bezat er in die tijd nou een auto? En het complex lag zo afgelegen dat het met openbaar vervoer nauwelijks te bereiken was. Maar was men er eenmaal, dan had men ook wat! Een gigantisch complex met een heel groot aantal velden, aan het eind van een seizoen allemaal zonder gras. Een hele rij kleine kleedkamers met houten banken, een zinken trog met een paar koudwaterkranen en zowaar ook een douche. Tegen inworp van een stuiver of een dubbeltje zou er warm water uit de douche moeten komen, maar dat gebeurde zelden. Deze thuiswedstrijden waren gezien de afstand beter te betitelen als uitwedstrijden, er waren nota bene echte uitwedstrijden die dichter bij huis waren.

 

Naast voetbal ook korfballen

Een merkwaardige combinatie zult U zeggen. Inderdaad, maar dat korfbal was dan ook maar één keer per jaar. Niet alleen in mijn schooltijd, maar ook nu nog, is voor veel scholieren het traditionele Paasvoetbaltournooi een sportief hoogtepunt. Het enige verschil met “die goeie ouwe tijd” is dat toen elke school zijn sterkste elftal kon opstellen. Niets geen gezeur van verenigingen dat hun zogenaamde topspelers zich moesten sparen voor de echte competitie. Je speelde gewoon een dag voor je school en een paar dagen later voor je club. Het was de tijd dat het betaalde voetbal nog in de kinderschoenen stond, wellicht beter gezegd: het was betaald amateurisme. Maar hoe zat dat dan met korfbal? Zoals gezegd, de jongens voetbalden met Pasen, met Pinksteren waren er de schoolkorfbaltournooien, dat toen nog werd gespeeld met zes meisjes en zes jongens. U begrijpt het al, de voetballers van Pasen stelden zich met veel plezier beschikbaar voor het korfbalteam.

 

Voor het eerst naar het buitenland

Heden ten dage klinkt dat vreemd, maar ik was zestien jaar en nog nooit in het buitenland geweest. De vakanties van mijn ouders gingen meestal naar Katwijk aan Zee, een enkele keer helemaal naar de Veluwe. Befaamd waren toen sportontmoetingen tussen de schooljeugd van Rotterdam en Antwerpen. Een jaar eerder had ik al eens mee mogen doen, maar dat was in Rotterdam. Om de kans op deelname zo groot mogelijk te maken had ik op twee paarden gewed, voetbal en atletiek. Een grote hoeveelheid aanmeldingen voor alle takken van sport, dus waren er selectiewedstrijden. In het voetbal had ik geen schijn van kans, na één selectiewedstrijd lag ik er al uit. Achteraf geen wonder, ik kende veel spelers die het wel haalden en een aantal van hen zou later in het profvoetbal spelen, sommigen haalden zelfs het Nederlands elftal. Met atletiek had ik meer succes en mocht deel uit maken van de estafetteploeg. Op naar Antwerpen dus! Dagen tevoren was ik al behoorlijk nerveus, twee dagen vrij van school, ik moest een paspoort aanvragen, met de bus voor het eerst van mijn leven de grens over, daar zelfs overnachten, dat was toch wat voor die tijd. Het werd een onvergetelijke belevenis. Wij, waarvan de meesten nog nooit de rijkdom van een trainingspak hadden gekend, kregen deze in bruikleen van de gemeente Rotterdam vooral om daarin deel te nemen aan het grootse defilé in het Olympisch Stadion van Antwerpen.

 

Met de senioren naar de eilanden

V.V.O.R. was van oorsprong een christelijke vereniging en speelde zijn wedstrijden op zaterdag. De gemeenten op de (toen nog) eilanden ten zuiden van Rotterdam hadden welhaast alle een zeer kerkelijke bevolking en voetbal op zondag was daar uit den boze. Dat betekende op zaterdag vanuit Rotterdam reizen naar Goeree-Overflakkee, Voorne-Putten, Rozenburg, enz., want juist in Rotterdam speelde het overgrote deel van de verenigingen op zondag. Soms uren reistijd met een bus of met het “moordenaartje”, de stoomtram van Rotterdam naar de eilanden en die de bijnaam dankte aan het grote aantal ongelukken met vaak fatale afloop. De huidige bruggen en tunnels tussen de eilanden waren nog niet allemaal gereed, dus was het ook overvaren. Neem een wedstrijd tegen Rozenburg, vanuit Rotterdam pak je nu de auto, door de Beneluxtunnel en binnen een half uur ter plaatse. Vroeger eerst met de bus of tram naar station Rotterdam CS, de trein naar Maassluis, dan overvaren naar Rozenburg en het laatste stukje lopen. Vonden wij het vervelend? Neen, in het geheel niet, we wisten niet beter.

 

Trainen vanuit het café

Het probleem van het ontbreken van trainingsaccommodaties dicht bij huis werd op een bijzondere wijze opgelost. Laten we zeggen op een wijze die in deze tijd onmogelijk zou zijn. We hadden niet direct een specifieke voetbaltrainer, maar een conditietrainer die tevens trainer was van de Schaatsvereniging Rotterdam.  Die trainingen vonden plaats in het Kralingse Bos en aan de rand van dat bos was een café gevestigd. Boven was de zogenaamde gelagkamer en daaronder een opslagruimte voor onder andere kratten en vaten bier en limonade. Daar tussenin een paar haken voor kleding en een kraan met uiteraard koud water, hetzelfde koude water dat ook uit de enige douche kwam. Na de training was het altijd gezellig, er was de traditionele imitatiedrank (citroenlimonade met bier), gezamenlijk werden Europacupwedstrijden gekeken op een piepklein zwart-wit televisietoestel. En na afloop weer op de fiets naar huis, dwars door het Kralingse Bos. De conditietrainingen waren niet mis, het bos in met oefeningen, sprinten, duurlopen, enz. waarbij de trainer graag gebruik maakte van de ruiterpaden, dat was tenslotte een stuk zwaarder dan die geplaveide wegen. Bij afgelasting van het voetbalprogramma mochten wij ’s zaterdags meetrainen met de schaatsers. Wisten wij veel wie die schaatsers waren. Een paar jaar later werden hun namen wereldnieuws toen Kees Verkerk, Peter Nottet, Rudi Liebrechts en Stien Kaiser vaak met groot succes deelnamen aan Europese en wereldkampioenschappen, zelfs Olympische Spelen. U zult begrijpen dat die extra trainingen op zaterdag veel van ons als voetballers vergden, we zeiden wel eens gekscherend: “wij raken geen bal maar met onze conditie lopen we de reclameborden van het veld”.

 

Steeds betere mogelijkheden

Het bovenstaande speelde zich af in de jaren vijftig en eerste helft van de jaren zestig. In 1966, inmiddels getrouwd en wonend in een van die Rotterdamse, na de oorlog gebouwde nieuwbouwwijken ging ik een nieuw avontuur aan. In de nieuwe wijk richtte men een nieuwe vereniging op [Alexandria ‘66]. Ik werd lid met de gedachte nu wel dicht bij huis te kunnen spelen en trainen. Trainen ging nog wel op die eindeloze zandvlaktes van de nieuwbouw, maar ook deze vereniging moest de eerste twee jaar zijn thuiswedstrijden spelen in die zelfde vergaarbak van tientallen velden, Laag Zestienhoven aan de andere kant van de stad. Soms mochten we gebruik maken van een veld van een bevriende vereniging. Hoe zo’n veld eruit zag? Zie bijgaande zwart-wit foto en de ondergrond was inderdaad zwart, ook wel koolas of sintels genoemd.

Toen de vereniging na twee jaar dan eindelijk een eigen thuis kreeg in de nieuwe wijk, was dat ongeveer het begin van het tijdperk dat op en in heel veel plaatsen steeds betere accommodaties werden aangelegd. Ik ben nog steeds actief met sport bezig en moet vaak terugdenken hoe wij de sport toen beoefenden en beleefden. Ik heb veel mogen reizen en in welk land ik ook kwam, welhaast nergens ziet men zulke fraaie en goed uitgeruste sportaccommodaties als in Nederland. Eén ding is, in ieder geval voor mij, zeker: ik ben blij dat ik het hele proces van begin tot eind heb mogen meemaken en alle veranderingen aan den lijve heb ondervonden.

 

 

 

Plaats reactie


Beveiligingscode
Vernieuwen