Vinaora Visitors Counter

1250842
Vandaag
Gisteren
Deze week
Vorige week
Deze maand
Vorige maand
Alles
75
671
2958
790068
13076
17131
1250842

Your IP: 3.215.79.204
2022-06-25 03:01

Anthony Heijstek woonde ook in Delft

 

Geboren en getogen is Anthony Heijstek in het dorpje Uitwijk. Maar eenmaal volwassen geworden trekt de grote stad aan hem en neemt hij het besluit het Brabantse platteland te verlaten en in te ruilen voor de Delft. Na zijn Delftse periode komen we zijn naam tegen in diverse registers en in verschillende steden. Honkvast was hij dus niet. Ook hebben we nergens een beroep van hem gelezen. Wie was hij, wat weten wij wel van hem?

 

 

De op 20 oktober 1737 in Uitwijk gedoopte Anthonij is een zoon van Corstiaan Lodewijks Heijstek en van Maaike Antonisse Ruimschotel die samen vijf kinderen kregen waarvan Anthonij de jongste was.

 

Het zal niet anders zijn geweest dan dat Anthonij zijn jeugd in het agrarische Uitwijk heeft doorgebracht. Net als buurtgenoten heeft hij met zijn houten klompen voetafdrukken achtergelaten in het Brabantse platteland. We kunnen er alleen maar naar raden waarom hij Brabant op zijn 21e jaar ging verlaten. Zijn naam komen we in Delft tegen als hij daar na een reis via Dordrecht en Rotterdam in juli van het jaar 1758 als lid van de Hervormde gemeente wordt ingeschreven. Hij ging wonen aan de “Oude Delft”, de belangrijkste gracht met de mooiste panden van de stad.

 

 

 

Waarom Delft

Waarom verkaste hij naar Delft? Eens was het de “Derde stad van Holland” en mocht na Haarlem en Dordrecht haar stem uitbrengen bij de Staten. Maar in de tweede helft van de achttiende eeuw was Delft op zijn retour. Een periode met veel bierbrouwerijen die hun gerstenat naar elders exporteerden was toen nagenoeg afgesloten. Met de aardewerkindustrie, het nu zo bekende Delfts Blauw, ging het ook niet meer zo best. Waren er rond het jaar 1700 nog 30 plateelbakkerijen in de stad die aan zeker 1200 ambachtslieden werk boden, toen Anthonij in Delft ging wonen waren er minder dan vijftien van deze bedrijven die allen een kwijnend bestaan leden.

Natuurlijk had de stad nog het aanzien vanwege een eigen VOC kamer, maar de zeehaven (Delfshaven; thans Rotterdam) lag toch te ver van de stad. Nu we niet de beweegredenen van Anthonij kennen die hem deden verhuizen, blijft de vraag open wat hij is komen doen.

Zeker in vergelijk met zijn geboortedorp Uitwijk, is Delft met ca. 14.000 inwoners een grote stad, maar dat alleen is geen reden om te verhuizen. We kunnen nu slechts een beeld schetsen hoe het leven van een specifieke Delftenaar er in de 18e eeuw zou kunnen hebben uitgezien. In dit specifieke geval in de periode 1758-1762.

 

Charitaatmeesters

Op een gewone doordeweekse dag verlaat Anthonij zijn grachtenwoning. Onder het door grote platanen gesluierde zonlicht stapt hij over de Oude Delft in de richting van de Schoolsteegh die uitkomt bij de Schoolpoort in de stadsveste. Een man loopt hem tegemoet. Anthonij herkent hem, het is een van de twaalf mannen die in opdracht van de Charitaatmeesters eens per week met een “koperen bus” de stad rondgaan ten bate van het Charitaathuis. De man die hij nu ziet aankomen loopt vooruit om de burgers te waarschuwen dat de collecte er aan komt.

 

 

Anthonij doet een greep in zijn jaszak en pakt alvast een paar stuivers. De mannen die collecteren zijn zorgvuldig geïnstrueerd en dienen zich aan regels te houden. Zo moeten de burgers zelf het geld in de bus doen. Als dat in de gleuf blijft hangen, moet de collectant in bijzijn van de gever de bus net zo lang schudden tot het geld er in valt. De stuivers van Anthonij vallen rinkelend op de bodem van de bus, blijkbaar zit er nog niet veel geld in.

 

Kerkgang

Het is zondag en stil in de stad. Klokgelui heeft de gemeente opgeroepen voor de morgendienst die om negen uur aanvangt. Anthonij kleedt zich en besluit naar de Oude Kerk te lopen. In de volksmond werd de kerk ook wel de “Oude Jan” genoemd. Hij mag daar graag komen en is gaan houden van deze kerk met de kenmerkende scheefstaande toren die uit het jaar 1246 stamt. De kerk stroomt vol. Heijstek kiest een plekje op een van de lange houten banken. De voorste banken zijn gereserveerd voor de heren Veertig, zo ziet hij. Ouderlingen en leden van de Kerkeraad ziet hij binnenkomen. Hij groet de man die hem eerder in het jaar heeft ontvangen toen hij zijn uit Uitwijk meegekregen attestatie kwam inleveren om zich als lidmaat te laten inschrijven in de Hervormde Gemeente van Delft.

 

 

Anthonij kan de dag nog voor de geest halen toen hij zich ging melden bij de Kerkmeesters. Daar moest hij zijn attestatie afgeven om aan te tonen uit welke gemeente hij afkomstig was en ten bewijze dat hij de belijdenis des geloofs had gedaan en dat er op hem niets was aan te rekenen. Kortom, het was een waardevol document dat hij uit handen moest geven. Nadat de Kerkmeesters zijn document met veel aandacht hadden bestudeerd en hem nog eens indringend en diep in de ogen hadden aangekeken, werd zijn naam opgenomen in een dik register. Van de gelegenheid maakten de kerkmeesters gebruik hem te informeren dat in deze gemeente iedere zondag drie diensten in de kerken worden gehouden. Te weten in de ochtend om negen uur, ’s middags om twee uur en om vijf uur. De eerste twee diensten, zo hoorde hij, duren ongeveer anderhalf uur en de laatste moet altijd voor zeven uur in de avond zijn beëindigd.

 

Zevenjarige Oorlog

In de landen rondom de Nederlanden werd een oorlog gevoerd, die later in de analen de Zevenjarige Oorlog zou worden genoemd. Het was 1756 het jaar waarin Engeland, verbonden met Pruisen en Frankrijk met Oostenrijk als bondgenoot de hoofdrol spelen en bijna heel Europa in vuur en vlam zet. De Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden hield zich afzijdig. Voor de Nederlanders, die het koopmanschap in het bloed hebben, bood de oorlog volop kansen om handel te drijven. Koopvaarders voeren op Frankrijk, leverde, hout, touw, zeildoek en masten voor de scheepsbouw. Er was grote vraag naar buskruit, geweren en kanonnen. Maar om dat ook te leveren vonden de kooplieden te riskant met het oog op de Engelsen. Het had wel sluikhandel tot gevolg. Hoe dan ook, het waren gouden tijden voor de kooplieden. Of Anthonij Heijstek een koopman was en daar ook iets mee uitstaande had, is niet achterhaald. Feit is dat hij een jaar na het uitbreken van de oorlog Uitwijk verliet en naar Delft vertrok.

 

Plechtige Treurdag

Zondag 25 februari 1759 is geen dag als alle anderen. Ruim een half jaar nadat Anthonij zich in Delft had gevestigd overleed op de 11e januari Anna van Hannover. Zij wordt op deze dag bijgezet in de grafkelder van Oranje-Nassau in de Nieuwe Kerk van Delft. Onze Anthonij had het in de Hollandsche Historische Courant gelezen. Een klein krantje (25x35cm) dat driemaal in de week verschijnt. Daarin stond onder meer dat van de bewoners werd verwacht dat zij deze dag in stemmig zwart zouden zijn gekleed.

 

Ondanks het vroege uur is er veel volk op de been. Anthonij kijkt uit het venster van zijn gerieflijke woning en ziet langs de gracht vele stemmig geklede personen. Het tafereel bekijkt hij glimlachend en stelt vast dat het op de gracht zwart ziet van de mensen. Enerzijds vanwege hun kleding en anderzijds vanwege het grote aantal personen.

De mensen zijn op zoek naar een geschikt plaatsje langs het water om in de loop van de dag getuige te kunnen zijn van het passeren van vele hoogwaardigheidsbekleders en gasten van Koninklijke Huizen. Volgens informatie die ook Anthonij had bereikt zou de plechtige statie rond 15:00h de stad Delft via de Haaghpoort bereiken om over de westzijde van de Oude Delft de stad in te gaan. Nu het winter is en de bomen langs de gracht kaal zijn, staan ook veel toeschouwers aan de overzijde van de gracht, vandaar hebben zij ook een goed uitzicht op de andere zijde van de Oude Delft waar in de loop van de dag de rouwstoet gaat passeren.

 

Hoewel onze “neef” vanuit zijn woning aan de Oude Delft de stoet kan zien passeren, vind hij het van meer respect voor de prinses getuigen als hij haar op straat de laatste eer bewijst. Passend gekleed verlaat Anthonij Heijstek aan het begin van de middag zijn woning en loopt over de Boterbrug het stadscentrum in. Normaliter moet hij vanwege de vele paardenvijgen op de straten altijd goed uitkijken waar hij loopt. Vandaag niet, vanmorgen vroeg hoorde hij al werkmannen die de straten aan het schoonvegen waren. Na twintig minuten doorstappen vind hij in het gedrang een mooi plekje voorbij de Breesteeg. Anthonij Heijstek heeft speciaal voor dit plekje gekozen. Hij had in de courant gelezen dat in de Breesteeg de “Heeren Princen en respective Leede van de Vergaderinge uyt Haare koetzen treeden” en achter de rouwkoets lopend naar de Nieuwe Kerk gaan.

 

Een zware galm afkomstig van de zwaarste klok die in de Oude Kerk hangt, weerklinkt over de stad. Voor Anthonij en alle andere inwoners het teken dat de rouwstoet het Delftsche grondgebied heeft bereikt. Ook horen ze saluutschoten afkomstig van het bataljon kanonnen dat tussen de Oost Poort en de Rotterdamse Poort staat opgesteld.

 

 

Een dof tromgeroffel kondigt de nadering van de begrafenisstoet aan. Het geluid van hoefijzers op de straatkeien komt dichterbij. De lijkkoets, zo zien de toeschouwers, wordt door acht paarden getrokken met over hun brede ruggen zwarte fluwelen doeken tot aan de grond. Aan de mensen naast hem ziet Anthonij de gelaatstrekken verstrakken. Verdriet. Zelf neemt hij, als de koets passeert, respectvol zijn hoed af en wacht tot die is gepasseerd. Het maakt veel indruk op hem. Een lange stoet met vele hoogwaardigheidsbekleders, militairen en personen die relikwieën dragen gaan aan hem voorbij en laten een onuitwisbare indruk bij hem achter.

 

Burgemeester Jacob Adriaansz van der Lelij met zijn Schout & Schepenen konden na afloop van de plechtigheid tevreden terugkijken op deze dag waarin “alles met de uiterste decentie en deftigheid was uitgevoerd en onaangezien den ongelooflyken toevloed van aanschouweren had men niet verneem dat er ongelukken van belang zyn voorgevallen”.

 

Klik hier en hier om het hele verslag van deze plechtigheid te lezen.

 

Stadsfabriek

Zou Anthonij iets hebben gehad met de Stadsfabriek (toeziener van stadswerken) van Delft? In het jaar 1759 werd Nicolaes Terburgh als nieuwe stadsfabriek aangesteld. Deze man die vanuit zijn functie verantwoordelijk was voor het aanleg en onderhoud van straten, kademuren, riolering, grachten en stadswal is voortvarend aan het werk gegaan. Al met al kennis die Anthonij had kunnen gebruiken en mee terug zou kunnen nemen als hij terug zou keren naar zijn geboortedorp.

 

Naar Rotterdam

Na vier jaar in Delft gewoond en gewerkt te hebben, vertrekt Anthonij naar een grotere stad. Hij kiest voor Rotterdam met toen meer dan 50.000 inwoners. Op de tweede mei van het jaar 1762 tekenen de Kerkmeesters van Delft in een van de door hun bijgehouden boeken aan dat Anthonij Heijstek (ze schrijven Hijstek) de stad heeft verlaten en zich heeft gevestigd in Rotterdam. Het zal ongetwijfeld waar zijn, maar in de archief aldaar komen we zijn naam niet tegen.

Opvallend aan deze registratie is dat achter de naam van Anthonij en accolade staat en hij zo wordt samengevoegd met Alida Bleijer(s). Beiden woonden aan de Oude Delft, verlaten de stad Delft en vertrekken naar Rotterdam. De vraag die nu opkomt is of hier sprake is van een concubinaat van deze personen? We weten niet meer dan dat Alida in september 1761 uit Rotterdam in Delft was gearriveerd en nu samen met Anthonij terug naar Rotterdam was gegaan. Tot een duurzame relatie is het in ieder geval niet gekomen. Deze Alida trouwt in 1769 in Rotterdam met Hermannus Haakman.

 

 

Trouwen in Amsterdam

Vier jaar na zijn vertrek uit Delft, het is 1766 en Anthonij is dan 28 jaar, lezen we de naam Anthonij Heijstek in een register van het Amsterdamse Archief. Hij woont dan aan de Koningstraat en heeft in de voorbije jaren kennis gemaakt met de dan 35 jarige in Arnhem geboren Maria Reijnders. Maria woonde op stand en wel aan de Keijzersgracht. Zij, Anthonij en Maria, kondigden op 25 april 1766 een huwelijk aan dat op 11 mei zou worden gesloten.

 

 

Anthonij en Maria worden de ouders van drie zonen.

Christiaan (1768-1821), Reijnier (1770-1773) en Antonie Lodewijk (1772-1837). Deze derde zoon kennen wij als de Amsterdamse notaris aan wie we ons familiewapen te danken hebben.

 

 

Naar Gelderland

Na de Amsterdamse periode verhuisden Anthonij en Maria naar Gelderland. Anthonij overlijdt in Zaltbommel op 16 juni 1825. Maria was twaalf jaar eerder overleden. Zij sloot haar ogen in Gameren op drie september 1813.

 

 

Dank

Onze dank gaat naar het archief Delft en het Delftse museum Prinsenhof voor het belangeloos beschikbaar stellen van afbeeldingen.

 

 

 

 
 
 

Reacties   

0 #3 Tes Rogers 14-05-2016 17:04
ek stem saam met Marie. Baie dankie vir die uitstekende geskiedenis-ver haal wat die tydperk en "mindset" van die mense, hul owerhede en die lande so goed beskryf.
Citeer | Melden aan beheerder
0 #2 Truus 14-05-2016 08:57
Prachtig verhaal Fred, leuk te lezen dat er in de achttiende eeuw ook al Heij(ei)stekken woonden in Delft.
Citeer | Melden aan beheerder
0 #1 Marie Hattingh 13-05-2016 15:44
Wat 'n geheel heerlike stuk geskiedenis van nog een naamgenoot. Dankie vir al die moeite wat ingesit word om ons kennis ook te verbreed met sulke geskiedkundige feite en gebeurtenisse.
Citeer | Melden aan beheerder

Plaats reactie


Beveiligingscode
Vernieuwen