Vertaal/Translate/Select your language

Vinaora Visitors Counter

1139047
Vandaag
Gisteren
Deze week
Vorige week
Deze maand
Vorige maand
Alles
287
463
287
681903
7830
13789
1139047

Your IP: 3.238.232.88
2021-10-17 15:13

Piet Heijstek en Hoek van Holland

 

Zo’n 12 jaar geleden hadden we in het toen nog papieren familieblad BIJ UITSTEK een rubriek “Onze familie in en uit Rotterdam”. In het kader van deze rubriek werd in het septembernummer van 2003 aandacht besteed aan de naamgenoten in Hoek van Holland, een plaats die door Rotterdammers nog wel eens wordt aangeduid als Rotterdam aan Zee. De echte Hoekenaren kunnen deze benaming maar matig waarderen, maar het is wel degelijk verklaarbaar. Tot 1914 maakte Hoek van Holland deel uit van de gemeente ’s-Gravenzande, sindsdien behoort het tot Rotterdam. Toch behield de plaats het karakter van een dorp met meerdere toeristische mogelijkheden. Een lange wandelpier in zee en een promenade langs de Nieuwe Waterweg bieden de bezoeker een imposant schouwspel van aankomende en vertrekkende zeeschepen en ook het strand en duingebied trekken, vooral in het zomerseizoen, vele gasten.

 

Bij de totstandkoming van het artikel in 2003 was Piet Heijstek onze gids. Met een kleine woordspeling zouden we kunnen zeggen: Piet, een gepensioneerd onderwijzer is een gepassioneerd verteller. Ook toen al een druk bezet persoon en ook nu nog, zo’n twaalf jaar later, heeft Piet het zeker niet minder druk. Meer dan voldoende reden voor een hernieuwde kennismaking.

 

Allereerst over zijn voorvaderen:

 

Lodewijk Heijstek (Emmikhoven 1845 – ’s-Gravenhage 1908)

Piet’s overgrootvader Lodewijk werd op 23 november 1845 geboren in Emmikhoven in het Land van Heusden en Altena. Hij kwam in 1869 als polderwerker naar Hoek van Holland om daar werk te vinden bij het graven van de Nieuwe Waterweg, de zo belangrijke directe verbinding van Rotterdam naar zee. Tussen haakjes : Nog maar kortgeleden, op 8 mei 2015, was Piet Heijstek te zien en te beluisteren in het TV-programma De Stalen Eeuw in een uitzending die onder andere ging over de aanleg van deze Nieuwe Waterweg. In het eerdergenoemde jaar 1869 stak Lodewijk de waterweg in aanleg over om op 26 augustus van dat jaar in Brielle te trouwen met de daar geboren Johanna Adriana Steehouwer. In 1874 maakte hij, met vrouw en drie in Brielle geboren kinderen de oversteek in omgekeerde richting en vestigde zich weer in Hoek van Holland.

 

 

Pieter Heijstek (Brielle 1871 – ’s-Gravenzande 1907)

Eén van de kinderen was de op 4 januari 1871 geboren Pieter, die op 4 januari 1895 trouwde met Johanna Pieternella van der Meer. Pieter zou niet ouder worden dan 36 jaar en achter zijn jeugdig overlijden gaat een triest verhaal schuil. Op 21 februari 1907 werd de veerboot “Berlin”, die tussen Hoek van Holland en Harwich voer, in een storm op de Noorderpier geworpen en brak binnen een uur doormidden waarbij 129 passagiers en bemanningsleden verdronken.  Pieter ging met een vlet van een onderaannemer van Rijkswaterstaat erop uit om lichamen te bergen, die waren aangespoeld of in de Waterweg dreven. Hiervoor kreeg hij geld en dat was in het gezin zeer welkom, want zoals bij zoveel mensen in die tijd, men was heel arm. Bij deze berging liep hij een fatale infectie op waaraan hij 3 december van datzelfde jaar overleed, daarbij een vrouw en vier jonge kinderen achterlatend. Van zijn kinderen, twee zonen en twee dochters, gaat onze aandacht vooral uit naar de oudste zoon.

 

 

 

 

 

 

 

 

Lodewijk Heijstek  (’s-Gravenzande 1895 – Hoek van Holland 1974)

Lodewijk, geboren 26 november 1895, trouwde op 16 september 1925 in Rotterdam met Maria Christina van Houte. Dit huwelijk zou kinderloos blijven en Maria overleed op 11 december 1935 op nog maar 39-jarige leeftijd.

Op 3 september 1936 hertrouwde Lodewijk in Zaandam met Annigje Schot en uit dat huwelijk zouden zes kinderen worden geboren, drie zonen en drie dochters. Twee van deze kinderen, onze hoofdpersoon Pieter (van 23 mei 1937) en Lodewijk (van 22 maart 1939) zijn van “voor de oorlog”, de anderen werden na de bevrijding geboren.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Piet over zijn vader: “Mijn vader Lodewijk was nog maar twaalf jaar oud toen zijn vader stierf. Hij werd toen kostwinner voor zijn moeder en twee zussen. Hij werd hulpbesteller bij de P.T.T. en liep in zijn vrije tijd met de petroleumkar, omdat zijn moeder een klein kruidenierszaakje had. In zijn resterende vrije uren behaalde hij het H.B.S.-diploma en klom hij op tot employé eerste klas bij de P.T.T. In de vijftiger jaren werd hij hoofdemployé en waarnemend directeur.

 

Deze laatste functie bekleedde hij ook al tijdens en na de Tweede Wereldoorlog, onder andere deed hij dienst in Hoek van Holland, Hellevoetsluis en ’s-Gravenzande. Hij was ook jarenlang voorzitter van de Oranjevereniging en dit leverde hem de eremedaille in goud op verbonden aan de Orde van Oranje -Nassau. Hij was een zeer sociaal ingesteld mens, die kleurrijk kon vertellen, bruiloften leidde als ceremoniemeester en op z’n tijd graag een borreltje lustte.”

 

 

Huize Rielo

 

In 1925, het jaar dat Lodewijk in het huwelijk trad met Maria Christina van Houte, liet hij zijn eigen huis bouwen op een der mooiste plekjes van Hoek van Holland, in het prachtige duingebied. Aanvankelijk stond het huis dicht bij zee, waarvan als bewijs strandpaal 118 nog steeds in de tuin staat. Door natuurlijke en kunstmatige aanwas van het duingebied, ligt het er nu aanzienlijk verder vandaan. Nu min of meer alleen in dit duingebied, in vooroorlogse jaren met vele andere woningen. Huize Rielo was het enige huis dat uit steen was opgetrokken, de overige woningen uit hout. Alle houten woningen werden op last van de Duiters in de oorlog afgebroken.

De naam Rielo, die ook nu nog de gevel van het huis siert, is een samenvoeging van de naam van genoemde Maria (Rie) en Lodewijk (Lo). Piet is nog in het bezit van de factuur en zo weten we dat dit prachtige huis in 1925 kon worden gebouwd voor 8.675,50 gulden. Een groot bedrag voor die tijd en Lodewijk moest aan zijn oom Jan Benard vragen zich in te kopen. Oom Jan stemde toe en was daarna nog jarenlang medebewoner van huize Rielo.

 

 

 

1940 – 1945 : Te midden van bunkers en mijnenvelden

 

De oorlogsjaren waren zwaar voor het gezin van Lodewijk en dit werd door Piet treffend beschreven in een boek dat in december 2002 van zijn hand verscheen met de titel “Temidden van bunkers en mijnenvelden”. Daarin schetst hij het dagelijks leven tijdens de bezetting. De strategische ligging van Hoek van Holland had tot gevolg dat de bevolking vijf zware en moeilijke jaren kende : de afbraak van gebouwen (liefst 370 van de 870 panden werden gesloopt, de meeste van de 500 andere hadden schade), verder de beperkte bewegingsvrijheid, de inwoners die noodgedwongen huis en haard moesten verlaten, kortom Hoek van Holland werd een spookdorp, alles ademde dood en verval.

 

De bijzondere ligging van Lodewijks huis had al snel gevolgen, het huis werd in juni 1940 gevorderd door de Duitsers, vier officieren en twee soldaten betrokken de woning. Alles wat in het huis aanwezig was moest worden achtergelaten. Het ongewenste verblijf van de Duitsers in hun huis duurde vijf lange jaren. Uit hoofde van zijn werk bij de P.T.T. had Lodewijk een pas om de weg langs zijn eigen, door hem noodgedwongen verlaten huis, te mogen passeren en kon daardoor met enige regelmaat een kijkje nemen bij het huis.

 

 

 

Vader Lodewijk, moeder Annigje en de zoons Pieter en Lodewijk vonden onderdak in het dorp van Hoek van Holland en de kinderen konden daar naar school. Dat laatste tot 18 september 1944 als de School met de Bijbel werd gesloten. Dat betekende dat ze voortaan les kregen van hun moeder. Het hoofd van de school kwam minstens één keer per week op zijn fiets vanuit Rotterdam om ons thuis bij de lessen te begeleiden. Aan heel veel dingen was gebrek, zo ook aan kleding en schoeisel en typerend voor die tijd is het verhaal dat Piet vertelde over de nieuwe schoenen van zijn broertje Lodewijk. “De aanschaf van schoeisel was een zaak van wikken en wegen, bijna alles was op de bon en schoenen werden mondjesmaat toegewezen. Na het spelen kwamen we timide thuis, mijn broertje was één van zijn schoenen kwijtgeraakt. Groot was de consternatie bij moeder. Samen met haar zus, die bij ons inwoonde, gingen we opnieuw naar de speelplek om de schoen te zoeken. Tevergeefs! Wat voelden we ons triest en verdrietig, vooral toen mijn moeder huilend neerplofte in het zand. Huilend om een zoekgeraakte schoen, ik heb het nooit meer hoeven meemaken.”

 

De afstand tussen het verlaten huis aan zee en het tijdelijk onderkomen in het dorp bedroeg zo’n twee kilometer, maar toch een afstand die in de oorlogsjaren nooit kon worden overbrugd. Pas op 31 mei 1945 kon het gezin weer terugkeren naar hun eigen huis. Piet schreef daarover :”Voor het eerst zagen we de zee. Door de enorme kaalslag van de oude Hoek keek je over de flonkerende Maasvlakte tot aan Oostvoorne en wanneer je je blik naar links liet dwalen, zag je de kerk van den Briel boven het landschap van Rozenburg uitsteken. Ondanks de nog dreigende aanwezigheid van kanonnen, bunkers, prikkeldraad en mijnenvelden ademde alles in de natuur een nieuw leven en een nieuw begin. De binnenvallende stralen van de ondergaande zon, die de hal van ons huis in een oranje gloed zette, herinneren mij elk jaar weer op 31 mei aan onze terugkeer op huize Rielo”.

 

Reddingsmuseum

 

Piet heeft altijd al een grote belangstelling aan de dag gelegd voor scheepsstrandingen bij Hoek van Holland en bezat op een gegeven moment een behoorlijke verzameling, niet alleen foto’s maar ook documentatie. De Heer Gerrit van Veldhoven hoorde hiervan en vond dat hij daarover een boek moest schrijven. Piet’s antwoord: ”dat is goed, maar dan duik jij in de archieven en lever mij het materiaal waar ik om vraag”. Zo verscheen in 1982 het boek “In het Zicht van de Haven” deel 1 en kort daarop deel 2. Samen met Gerrit van Veldhoven richtte hij het Reddingsmuseum op, gevestigd in een voormalige bunker. Nog steeds is Piet als beheerder en secretaris aan het museum verbonden, inmiddels uitgebreid tot Reddings-en Veerdienstmuseum. Piet ontvangt groepen en geeft lezingen over het Reddingsstation Hoek van Holland.

Piet als auteur

 

Naast de hiervoorgenoemde drie boeken heeft Piet meegewerkt aan nog andere boeken. Alles heeft te maken met zijn historische belangstelling, vooral als het over de geschiedenis van Hoek van Holland gaat. In november 2013 verscheen van zijn hand : “Toen God nog aan de strandweg woonde” In dit boek beschrijft hij de geschiedenis van het kerkje dat destijds op de Oude Hoek stond. Hij baseerde zich op verslagen, notulen en aantekeningen van de kerkenraad en beschrijft de tijd van het ontstaan van het kerkje, de bewoners van de Oude Hoek en tal van anekdotes en wetenswaardigheden over de kerkgangers en kerkenraad.

Recent werkte hij mee aan het boek “Schilders aan de Nieuwe Waterweg” waarvan hij het hoofdstuk scheepsstrandingen schreef en manuscripten van anderen nakeek en waar nodig verbeterde.

 

Klik hier voor familiefoto’s en andere documenten.

 

 
 

Reacties   

0 #1 Peter Buijk 09-12-2018 02:11
Leuk om 'oom Piet' Heijstek zo on-line te zien! Mijn oude leraar (5e klas Hoekse Hillschool) en goede kennis van mijn ouders.
Ik hoop dat het Piet en Klazien goed gaat! Ik vond het altijd geweldig om als kind bij hun thuis te mogen spelen. Niet alleen in de duinen maar ook bij hun thuis. Leuke waardevolle herinneringen
Citeer | Melden aan beheerder

Plaats reactie


Beveiligingscode
Vernieuwen