Vertaal/Translate/Select your language

Vinaora Visitors Counter

1138992
Vandaag
Gisteren
Deze week
Vorige week
Deze maand
Vorige maand
Alles
232
463
232
681903
7775
13789
1138992

Your IP: 3.238.232.88
2021-10-17 14:06

Historie met een culinair sausje

Culinaire criminelen betrapt

In mijn schaarse vrije tijd beoefen ik genealogie als hobby. Tijdens een onderzoek in het Streekarchief voor het Land van Heusden en Altena in Heusden, zocht ik naar 'zwarte schapen' in onze familie. Ik bestudeerde de 'Crimineele Rol van Woudrichem' toen ik stuitte op een zaak, waarin werd beschreven dat enige personen, waaronder Pieter en  Heijmen Heystek in 1757, brood smokkelden van Gelderland naar Holland. Bijzonder hierbij was dat het verhoor van Pieter ter terechtzitting door de griffier letterlijk was opgetekend.

 

De zaak

 

Alsoo den gedetineerde en beklaagde voor deezen agtbare geregte gehoort en ondervraagt sijnde, hadde geconfessieert (bekend,red.) en daarbij gepersisteert (volhard, red.), dat hij den 26e junij 1757 des avonds omtrent half tien tezamen met andere persoonen is gegaan en zig vervoegt heeft van Uijtwijk na Poederoijen in Gelderlandt om broot te halen en dat hij dien avond of in de nagt van den 26e en den 27e junij 1757 tot Poederoijen bij de molenaar gehaalt hadde en over de Rivier de Maas gevoert de quantiteijt van seven tarwebrooden ider van agt pond ende die gebracht tot op Rijswijk, Lande van Altena en dus op Hollandt niettegenstaande den Gedetineerde wiste dat hij door sulk doen sondigde tegen de ordonnantie op het Gemaal, sijnde den gedetineerde aldaar met die seeven brooden door des lants bediendens geattrappeert aangehouden en op de poort tot Woudrichem gebragt en daar den beklaagde sulcx ondernomen hadde sonder van het ingebragte broot eenige aangeving te hebben gedaan, billiët gehaalt of impost betaalt en alsoo dusdanigh doen was aan te merken als eene opsettelijke aangelegde fraude direct aangaande teegen het 7e articul van de ordonnantie op het gemaal

 

Hij had dus opzettelijk zeven tarwebroden gesmokkeld van het toenmalige Gelderse Poederoijen naar het toenmalige Hollandse Rijswijk. Hij en zijn kompanen kochten broden en sommigen ook meel bij een molenaar. Dit werd zwaar aangerekend, omdat de staat het recht had van het malen van meel en het bakken van brood. Ieder die dat wilde doen moest daarvoor vergunning vragen wat natuurlijk geld kostte. Bovendien moest over elk maalsel nog eens belasting worden betaald. Enkele dienders betrapten hen toen zij met de zakken met broden en meel de dijk overstaken om naar huis te gaan. De dienders brachten hen naar de Veerpoort, de gevangenpoort van Woudrichem.

 

Het verhoor onder ede

 

Op 27 juni 1757 werden onder ede zij verhoord door Diderik van Helden, de baljuw van Woudrichem. Het verhoor vond plaats in het raadhuis van Woudrichem, op ongeveer 500 meter afstand van de Veerpoort. Van Pieter Heystek is het volledige verhoor opgenomen.

Vraag 1    Den gevangenen zijnen ouderdom

Antwoord 1    Den gevangene zegt oud te sijn twee en veertig jaar

 

Vraag 2    Sijn woonplaats en handteering

Antwoord 2    Antwoord tot Uijtwijk in den lande van Altena te woonen en een arbeijder te zijn die bij de luijden doet werken

 

Vraag 3    Of hij getroud is en kinderen heeft

Antwoord 3    Antwoord Ja een vrouw te hebben en agt kinderen alle nogh bij hem in huijs

 

Vraag 4    Of hij gedetineerde gisterennagt tussen het 12e en één uur niet door sLands bediendens is geattrappeerd geworden met brood op sijn lijf in een sak gemerkt "PH" onder den dorpen van Rijswijk

Antwoord 4    Den gedetineerde andwoord Ja

 

Vraag 5    Of hij dat brood niet tot Poederoijen in Gelderlant heeft weesen koopen, hoe veel brooden hij in die zak gehad heeft

Antwoord 5    Antwoord Ja en dat hij seeven tarwe brooden ider van agt pond aldaar gekogt had en in de zak op sijn schouder toen hij gevangen wierdt

 

Vraag 6    Of hij gevangene niet wel geweeten heeft dat hij daar meede zondigde teegen de ordonnantie op 't halen van het gemaal en generale ordonnantie en daar door sLands impost quam te frauderen

Antwoord 6    Antwoord Ja dit wel geweten te hebben, maar sulks uijt noot en groote armoede te hebben gedaan

 

Vraag 7    Om wat reeden, hij gevangene, zulken daad gedaan heeft

Antwoord 7    Antwoord sulks gedaan te hebben uijt diepe armoede alzoo hij met sijn vrouw en agt kinderen al lang droogh roggebrood hadde gegeten en ook al lange teijd garstebrood en speltebrood daar zant door gemengdt was gegeten te hebben en dat het tarwebrood te Poederoijen goedkoper was als te Uijtwijk het roggenbrood alsoo aldaar een 8 ponds roggebrood kost 7 stuijvers en 6 duijten en tot Poederoijen het tarwenbrood de acht pond 6 stuijvers en 6 duijten.

 

Vraag 8    Of er niet nog meer Persoonen met hem van Uijtwijk na Piederooijen sijn gegaan om aldaar brood te gaan koopen en wie daeze persoonen geweest zijn

Antwoord 8    Antwoord Ja dat hij Pieter van der Wal en Cornelis van Andel bij malkander vond en dat zij te saamen over haare diepe armoede spraaken. Dat hij gevangene zich met haar gesprek had ingelaaten en te saamen resolveerden omme na Poedroyen te gaan om brood te haalen. Dat hij gevangene met voornoemde twee persoonen omtrend halft ene van Uijtwijk waare gegaan. Dat haar van agteren persoonen gevoegd zijn en ook al voor uit waaren dat hij gevangene of zijn twee meedemaats er niet van wisten. En dat zij tot Rijswijk met haar sessen bij malkanderen gekoomen waarden namentlijk den gevangene, twee reeds genoemde persoonen en dan nog Cornelis van der Wal, Gerrit Pullen en Frederik Spooren

 

 

Tot zover het verhoor. Wij leren hieruit, dat het gewone volk uit 1757 verschillende soorten brood at. We leren ook, dat tarwebrood in die tijd als luxebrood werd gezien en dat het qua smaak ook de voorkeur van het volk had. Daarna kwam roggebrood dat als een goed en betaalbaar alternatief voor tarwebrood werd gezien. Spelt is een oud tarweras, dat in Duitsland geteeld werd. Het wordt ook wel dinkel genoemd. Omdat het een oud ras is, is het minder gecultiveerd dan de huidige rassen. Daardoor bevat spelt waarschijnlijk minder gluten, maar meer eiwitten dan gewone tarwe. De smaak is sterker; spelt wordt in die tijd wel als smaakversterker aan soep toegevoegd. Je kunt brood bakken van spelt, alleen moet je het langer laten rijzen. Veel bakkers verkopen nu nog speltebrood. In 1757 echter had men in die streek meer speltgras, dat is een slechte soort spelt. De korrel was keihard en het kaf was nauwelijks te verwijderen. Door brood hiervan met zand te mengen kreeg het nog enig volume en zorgde het voor maagvulling. Ik hoef u niet nader uit te leggen dat alleen het arme volk dit at.

 

De straf

 

Op 26 juli 1757 vonniste het gerecht:

Den gedetineerden over zijnen geconfesseerde (bekende, red.) gedaane fraude in een boete van ses hondert guldens uijt cragte van het 7e articul en in een boete van vijf hondert guldens agtervoegens het 4e articul van de geneeraalen ordonnantie alsmeede in de costen en misen van justitie.

 

Ter vergelijking: uit een Staat van Goed uit datzelfde jaar weten we dat een boerderij van een zekere Joannes bestond uit een huis, schuren en stallen die slechts gedeeltelijk op cijnsgrond stond. De waarde werd geschat op 50 gulden 7 stuivers. Er wordt melding gemaakt van koren, tarwe, stro, vlas en lijnzaad. Als gereedschap wordt vermeld: twee spaden, een braak, een riek, een meshaak, een kafmand en een waskuip. De enige koe ("koeijbeestien") wordt geschat op 10 gulden. De bomen worden geschat op 23 gulden, de "hoender" op 7 stuivers en de 9 pond varkensvlees op 1 gulden 11 stuivers.

 

De gedetineerde was bij de uitspraak aanwezig, en hem werd gevraagd of hij goederen kon aanwijzen waar de boetes en kosten uit verhaald konden worden. Zijn antwoord was: "Neen". Daarop volgde toen de omzetting van de straf:

 

Waar omme Scheepenen Commissarissen voornoemd hem gedetineerde Pieter Heystek bannen uit deeze provintie van Holland en Westvrieslandt voor den tijd van twaalf maanden op peene van swaardere straffe indien hij binnen gemelde tijd daar in gevonden wordt.

 

Het laatste vonnis in deze zaak tegen de smokkelaars werd op 22 oktober 1757 gewezen. Alle vonnissen zijn gelijkluidend en ieder verbleef tot het vonnis in de gevangenpoort. Deze smokkelaars werden voor een jaar verbannen. Ik vond in andere rechterlijke archieven, dat minimaal twee van hen toch binnen dat jaar in Uitwijk verbleven. Reden: zij waren zoons van de vroegere schout van Uitwijk en diens opvolgers wilden voor zijn familie wel een oogje dicht doen!

 

 

Plaats reactie


Beveiligingscode
Vernieuwen