Vertaal/Translate/Select your language

Vinaora Visitors Counter

1099923
Vandaag
Gisteren
Deze week
Vorige week
Deze maand
Vorige maand
Alles
171
468
2302
639921
16163
14026
1099923

Your IP: 35.172.223.30
2021-07-30 04:14

Historisch taalgebruik met verrassende betekenissen; deel 6

  

De letter F is de zesde letter van het moderne Latijnse alfabet. De Etrusken waren de uitvinders van deze letter. De F werd in het Etruskisch en in het Grieks als “w” uitgesproken. De letter heette digamma en was gevormd door twee Γ's op elkaar te stapelen. De letter verdween door klankverandering.

 

De oorsprong van F ligt in de Semitische letter wâw die ook voor “v” en “w” gebruikt werd en waarschijnlijk oorspronkelijk een knots of haak voorstelde. Mogelijk was deze letter zelf gebaseerd op de overeenkomstige Egyptische hiëroglief.

 

In het internationale spellingsalfabet wordt de F weergegeven met het woord Foxtrot. In het Nederlands telefoonalfabet wordt de F weergegeven met de naam Ferdinand.

 

In het Genealogisch woordenboek komen veel woorden voor die met een F beginnen. Hierna enige voorbeelden met een toelichting daarbij.

 

Genealogische woorden en begrippen beginnende met de letter F

 

In een faas kan je geen bloemen zetten omdat het een dwarsbalk is.

 

Een faber is een smid en een faber armorum een wapensmid.

 

Je wordt fabricateur genoemd als je wordt aangezien voor een vervalser.

 

De fabriekmeester werkte in vroegere tijden echt niet op een fabriek. Hij was de stadsbouwmeester.

 

Tijdens optochten in het donker liepen facifers mee, ofwel fakkeldragers.

 

De drie verplichte afkondigingen van een huwelijk kende men onder de naam proclamationibus.

 

Factus est dominus is de 1e zondag na Drievuldigheid.

 

Van een advocaat mag welsprekendheid worden verwacht of wel facunde.

 

De persoon die beschuldigd wordt van failleren is in gebreke gebleven. En een faiseur is een oplichter.

 

Rijke mensen hadden vroeger een famella (dienstmeisje) in huis maar vaak ook een famellus (knecht of bediende).

 

“En garde” riep hij en trok zijn fautsoen (degen).

 

De dokter onderzocht de patiënt en stelde vast dat deze door koorts was uitgeput. In zijn journaal noteerde hij febri putridus.

 

Als een vrouw een japon droeg van felp, had zij een japon van flueelstof aangetrokken.

 

Indien op reis gaan naar Venetië te gewoon klinkt, kon men ook zeggen dat Fenesy het einddoel was.

 

Het slachtoffer stierf door fenynig. Met andere woorden hij of zij was vergiftigd.

 

Een fermier is een landbouwer of een veehouder en de fermière een boerin.

 

Wie niet gedienst is van fexeren, houdt niet van kwellen of plagen.

 

We gebruiken nog steeds het woord fiat teneinde iets goed te keuren.

 

Kleding kan je bij elkaar houden met een fibule; een kledinggesp, kledingspeld, sluitspeld, doekspeld.

 

Vraag de bakker naar een ficelle en hij geeft je een klein stokbrood.

 

Fidejussio staat voor borgstelling, schriftelijke borgstelling.

 

De persoon is bekend om fielterij. Men bedoelde dan schelmerij.

 

Een figaro is een barbier of kapper en een figlerius pottenbakker of tegelbakker.

 

Het getuigt van weinig fatsoen om een middelvinger op te steken. Dezelfde vinger werd vroeger aangeduid als fikkere.

 

Filia fratris is de dochter van een broer, een filia innupta ongehuwde dochter, een filia legitima een wettige dochter en een filia redicta is een nagelaten dochter.

 

Een zoon geboren tijdens een huwelijk is een filius legitimus wettig, filius natu maximus is de oudste zoon, filius natu minimus de jongste zoon, filius naturalis een buitenechtelijke zoon, en als er maar een zoon wordt geboren is het een filius unicus.

 

Een spinster werd filitrix genoemd.

 

Zijn beroep is flaconnier, hij is een flessenmaker.

 

Flandorum ligt in het huidige België, wij schrijven nu Brugge.

 

De tegenstander werd neergehaald met een fleer, dus met een kaakslag.

 

Om verwaaien van het haar te voorkomen droeg de vrouw een flep, een driehoekige hoofddoek. Maar fleppen is drinken.

 

Onze oude gulden werd vroeger ook wel aangeduid met fl. een afkorting van de florijn die een waarde had gelijk aan 28 stuivers.

 

Als een tekst is te lezen op de voorzijde van een blad, dan spreekt men van folio recto, folio verso duidt aan dat de tekst op de achterzijde van het papier of perkament staat.

 

Fonderie is een gieterij maar fondrière is een moerassige grond.

 

Boodschappen haal je bij de fragner, de kruidenier.

 

Notaris Antonie Lodewijk Heijstek (de man van het Heijstek familiewapen) was een franc maçon, hij was toegetreden tot de Orde van de Vrijmetselarij.

 

De fruitier is een kaasmaker; de frumentarius een graanhandelaar en een frumwerker is een dagloner.

 

Een fuik betekent is niet alleen een vistuig, maar werd vroeger ook gebruikt als men een vrouwelijk geslachtsorgaan wenste aan te duiden.

 

Fussenvellen zijn gewoon vossenvellen.

 

Dit zijn slechts een beperkt aantal voorbeelden van veranderingen in de Nederlandse taal.

 

Wordt vervolgd met letter G.

 

Voor deze publicatie is gebruik gemaakt van het door de heer André Dumont samengestelde Genealogisch Woordenboek. Wilt u meer oude woorden leren? Kijk dan op www.genealogieonline.nl/woordenboek

Plaats reactie


Beveiligingscode
Vernieuwen