Historisch taalgebruik met verrassende betekenissen; deel 5

 

De letter E, N en A zijn de drie meest voorkomende letters in de Nederlandse taal. Bijna een op de vijf letters is de letter E. Het is echter niet de meest voorkomende beginletter van een woord. Die letter komt later aan de beurt. Deze week een bloemlezing van woorden uit het Genealogie woordenboek die beginnen met een E.

 

 

Lees meerGenealogische woorden en begrippen beginnende met de letter E

 

Ecclesiæ denuntiatio is een kerkelijke huwelijksaankondiging.

 

Voor wie er op een échafaud staat, ziet het er niet goed uit. Hij staat dan op een schavot. Het betekent ook onthoofding.

 

Écharper doodslaan maar echdis is een hagedis.

 

Echtehuysvrouwe is wel duiudeliojk, het staat voor echtgenote.

 

Een edelkint hoeft niet van adel te zijn, het is een wettig kind, terwijl een eelling een edelman is.

 

Als iets openlijk bekend gemaakt wordt,spreekt met van een edicto.

 

Eerverjaer in een docuiment betekent “het jaar voor verleden jaar”.

 

Egyptien is niet een persoon uit Egypte, maar was een aanduiding voor zigeuner of een heiden.

 

Eisengräber is een stempelsnijder, een eisenhuter een helmmaker en een eisenmeister is een gevangenbewaarder.

 

Wie een elderboom in de tuin heeft staan kan naar een Els kijken, terwijl een Elhorn een Vlierboom is.

 

Elegie is een oude woord voor treurklacht.

 

In de 14e eeuw sprak met over emissio, zij hadden het toen over de heersende pestepidemie.

 

Voor een empoisonneuse in uw nabijheid moet u zich waken, het is een gifmengster.

 

Hij woonde in Enchusa, nu zeggen we hij woont in Enkhuizen.

 

Het beroep is geitenhoeder, vroeger schreef men hij is een ennoyeus.

 

Eodem anno in het zelfde jaar, eodem die op de zelfde dag, eodem instanti op hetzelfde ogenblik en eodem morbo door dezelfde ziekte.

 

Een begrafenislied was een epicedion en een epicedium was een gedenkdicht.

 

Epouse is een echtgenote en épousée een pas gehuwde vrouw.

 

De paardenslager was een equicida en equicius een paardenhandelaar.

 

Erfhure kennen we nog steeds, maar noemen het erfpacht.

 

De erfmombaer is een voogd, die door erfrecht (bloedverwantschap) tot de voogdij geroepen is.

 

Erfrogge is de hoeveelheid rogge, tarwe gerst, boekweit etc als belasting te betalen.

 

In plaats van hem een kluizenaar te nomen, schreef je hij is een erimita.

 

Ersgat is je achterste en een ertsitter een heelmeester.

 

De vroegere zwaardslijper of wapensmid werd eruginator genoemd.

 

Een esellade is een houtmaat van 16 stukken hout.

 

Huizen hadden vroeger een vloer van estrik, vloertegels van gebakken klei.

 

Het voorvoegsel “ex” werd vroeger veel gebruikt. Hier vijf voorbeelden.

 

ex ictu equi getroffen door een paardenhoef.

 

ex longa infirmitate tengevolge van een lange ziekte.

 

ex maligna febri ten gevolge van een kwaadaardige koorts.

 

ex nomine officio ambtshalve afwijzende.

 

ex secundo thoro uit het tweede (huwelijk) bed.

 

Excijs is accijns, dus een excijnsloodje is een stukje gemerkt lood, teken dat de accijns betaald waren.

 

Expirare de laatste adem uitblazen.

 

 

Dit zijn slechts een beperkt aantal voorbeelden van veranderingen in de Nederlandse taal.

 

 

Wordt vervolgd met letter F.

 

Voor deze publicatie is gebruik gemaakt van het door de heer André Dumont samengestelde Genealogisch Woordenboek. Wilt u meer oude woorden leren? Kijk dan op www.genealogieonline.nl/woordenboek