Vertaal/Translate/Select your language

Vinaora Visitors Counter

893673
Vandaag
Gisteren
Deze week
Vorige week
Deze maand
Vorige maand
Alles
571
582
1153
435105
3350
17901
893673

Your IP: 35.173.48.53
2020-07-06 19:28

Historisch taalgebruik met verrassende betekenissen; deel 3

 

 

De letter C is de derde letter in het moderne Latijnse alfabet. Oorspronkelijk gebruikten de Romeinen de letter C voor zowel “k” als “g”. Later voegden ze een horizontaal streepje toe en ontstond de letter G. In de reeks Genealogisch ABC deze week de letter C waarbij het ook nu weer gaat om woorden die je in historische documenten kunt tegenkomen waaronder een aantal oude beroepen.

 

 

Genealogische woorden en begrippen beginnende met de letter C

 

Bij cabaret moet u niet direct aan kleinkunst denken. Het staat ook voor een meubeltje met likeurstel of een spijshuis.

 

Geeft u er cachet aan? Dan gebruikte u beslist een lakstempel.

 

Caddewadden is een slecht soort leer en niet te gebruiken voor schoenen.

 

Iemand aan de caek stellen. Is iemand aan de schandpaal nagelen.

 

Zijn beroep was caligarius. Hij kan dan soldatenknecht zijn geweest maar ook een kousenmaker. Was hij caligator(-is) dan was hij een laarzen-, schoen- of broekenmaker.

 

Wees geen calomniatrice; dan bent u een lasteraarster of kwaadsprekster, Dus calomniëren staat voor belasteren.

 

Zij diende haar heer als camériste en was daarom een kamermeisje.

 

Campi custos is een eervol beroep. Je bent dan de plaatselijke veldwachter. Staat er Campi pars dan gaat het over cijns (belasting) betaald met veldvruchten.

 

Een candelarum artifex is een kaarsenmaker en een candidarius een bleker. Een caniparius een kelner en een cantafusor een kannengieter.

 

Op een boterham of uit het vuistje at men cantert. Nu heet dat komijnekaas.

 

Zeer elegante droeg zij een capote; een mantel met capuchon. Haar partner was misschien wel een cappecay; een officier.

 

De carcer is een kerker, kerkerkot of gevangenenhuis. Dus carceren is gevangen zetten, kerkeren (in een kerker opsluiten).

 

Cardewanier is een leerbewerker, caretarius een voerman, een carillonneur is een beiaardier en een carnarius een slager.

 

Het is geen fraai woord, maar wie over een carne sprak had het over een rotwijf.

 

De carrucarius is een voerman. Hij gebruikte een carruca, een kar of wagen.

 

Binnen de Heijstekfamilie zijn we geen castrensis tegengekomen. Het is een kasteelheer.

 

In veel notariële akten is geschreven: cautie wat staat voor borgstelling, borgtocht, onderpand of zekerheid. Cautie de judicio sisti is de borg om ten allen tijden in recht te verschijnen en

cautie judicatum solvi een borg om het gewijsde te voldoen. Cautie pro litium expensis de waarborg voor de kosten van het proces. In alle gevallen is de cautionaris de borgsteller.

 

Wie in een cavalje woont, bewoond een bouwvallig huis. Ligt iemand in een caveau, dan ligt die persoon in een grafkelder.

 

Een ceedule kan zijn een schuldbekentenis en een ceel is een rekening.

 

Celebratus betekent gevierd en celebravi ik heb gevierd.

 

Aangeslagen voor census hereditatius? Dan moet u erfpacht betalen.

 

Een censeur is een censuurambtenaar, censuarius een erfpachter, censurabel is belastingplichtig. Een céramiste pottenbakker en een cerarius fabrikant van was.

 

Ceulse croegen zijn geen drinkgelegenheden mar Keulse kruiken.

 

Als hij komt met een chais dan heeft die persoon zich laten voorrijden met een rijtuig.

 

Chirhographum is een handschrift. Een chirographe een met zijn handschrift ondertekende oorkonde, meestal tweemaal geschreven voorzien van een tussenruimte, waar het woord ’chirographe’ is vermeld.

 

De notaris noteerde op zijn akten op welke tijdstip een persoon bij hem compareerde (verscheen). Hij had de keuze uit:

circa cingquam matutinam omstreeks vijf uur in de nacht

circa decimam antemeridianam tien uur ’s ochtends

circa decimam matutinam omstreeks 10 uur in de morgen

circa duodecimam diurnam omstreeks 12 uur in de middag

circa duodecimam nocturnam omstreeks middernacht

circa vesperam omstreeks de avond

 

Op het erf staat een citerne. Nu zouden we zeggen een regenput.

 

Moet het in het geheim? Dan doet u het clanculo. Nu zouden we zeggen clandestien.

 

De clausurmacher is een hersteller van boeksloten, kleinenslotenmaker.

 

Cloppen is de klok luiden en bij een openbare verkoping is de clopslach de hamerslag van toewijzing.

 

Als zij een coelebs is, is zij ongehuwd.

 

Concederen staat voor verlenen, gunnen, toegeven, toestaan, bewilligen.

 

Met Concubinage wordt buitenechtelijke samenlevingen bedoelt en met concupiscentie een kwade begeerte. Een condicta is een bruid of verloofde

 

Conducticius is een dagloner; conestabularis een politieagent een confector een hersteller en een confesseur een biechtvader.

 

Heeft men het over coniugalis? Dan betekent dat getrouwd. Coniuga is de echtgenoot en coniugae echtgenote.

 

Dit zijn slechts een klein aantal voorbeelden van woorden die men in oude documenten kan tegenkomen.

 

Wordt vervolgd met letter D.

 

 

Voor deze publicatie is gebruik gemaakt van het door de heer André Dumont samengestelde Genealogisch Woordenboek. Wilt u meer oude woorden leren? Kijk dan op www.genealogieonline.nl/woordenboek

 

 

Plaats reactie


Beveiligingscode
Vernieuwen