Vertaal/Translate/Select your language

Vinaora Visitors Counter

613068
Vandaag
Gisteren
Deze week
Vorige week
Deze maand
Vorige maand
Alles
462
649
462
154726
9539
17302
613068

Your IP: 54.226.23.160
2019-02-17 19:28

De pijpentocht van Rotterdam naar Gouda

 


Het is januari 2019, buiten vriest het een paar graden en er valt een beetje sneeuw. Een eerste winterse dag en het lijkt wel of heel Nederland in rep en roer is. De spoorwegen besluiten de helft van de treinen uit de dienstregeling te halen, op de luchthavens worden meerdere vluchten geannuleerd en op de wegen wordt een nationaal record “filerijden” gevestigd. Op zulke dagen gaan mijn gedachten steevast een paar decennia terug. Het sneeuwde toen toch ook en vaak veel harder, maar vielen toen ook al treinen uit? Ik meen van niet, ik zie die “hondenkop”, een bijnaam voor een treinstel uit de jaren zestig, rijden in weer en wind, dus ook in sneeuw en ijs. Akkoord, het schijnt dat momenteel veel wordt bediend met elektronica, waarvan men zegt dat dat meer storingsgevoelig is en vroeger werd er minder gevlogen en minder autogereden, dus minder vertragingen en minder files. Maar in mijn herinnering waren de winters vroeger echt koud, viel er meer sneeuw, vroor het weken achter elkaar en stonden we tot vervelens toe op het ijs.

 

 

Een lange traditie

Als het maar even vroor, was de blik altijd gericht op de bij ons voorbijkomende trams van de R.E.T. tot die aan voor-en achterzijde het bordje IJSCLUB KRALINGEN GEOPEND toonden. Daar begon voor ons de ijspret, een ondergespoten tennispark met daarnaast een grasland waar een vierhonderdmeterbaan was uitgezet. Mijn hele vriendenkring was lid van deze ijsclub, men kan zich indenken welk een pret dat gaf, ook ’s-avonds met muziek erbij. Tussen haakjes, deze ijsclub had zelfs een internationale uitstraling, want er werden ook grote kampioenschappen georganiseerd en zelfs een interland Nederland tegen Noorwegen. Met aanzienlijk minder techniek draaiden wij hier onze rondjes, ook ter voorbereiding op het grotere werk dat begon als de tegenover de ijsclub gelegen Kralingse Plas was dichtgevroren en daarmee uiteraard de nabijgelegen sloten en vaarten. Dan begon het bij ons echt te kriebelen, voor ons Rotterdammers kwam de tocht der tochten naderbij: de tocht van Rotterdam naar Gouda vice versa. Uit overlevering hoorden wij dat de traditie van deze tocht al bestond sinds halverwege de achttiende eeuw. Doel was in Gouda de bekende stroopwafels te bemachtigen en een lange of gekrulde pijp ongeschonden als souvenir mee naar huis te nemen. Het was geen georganiseerde tocht, zo’n twintig kilometer heen en uiteraard ook terug, maar was in vroeger tijden een weerkerend festijn.

 

Door de polder

We hadden nog geen schaatsen met schoenen, deden het op zogenaamde Friese doorlopers die je met een touw of veter onder je schoenen bond. Ook waren er van die schaatsen die je met een speciale sleutel aan je schoenen schroefde. Ik herinner me dat ik daar altijd problemen mee had, vaak draaide ik zo hard dat ik letterlijk de hak eraf schroefde. Als jongens uit de wijk Kralingen stapten we op aan de Kralingse Plas voor het eerste stuk. Na een paar honderd meter moesten we al van het ijs af en een drukke weg oversteken. In later jaren, toen we via de televisie de Elfstedentocht konden meebeleven, hoorden we dat dat klunen heette. Vandaar konden we een behoorlijk eind doorrijden, niet gehinderd door bruggetjes of andere obstakels. Er stonden langs die wegen nog geen grote buitens met vaste en vooral lage bruggen, de toen daar gevestigde tuinders of andere bewoners zetten hun ophaalbruggetjes gewoon open voor de schaatsenrijders. Ging dat een enkele keer niet dan waren de obstakels hoog genoeg om er gebukt onderdoor te rijden dan wel op de buik onderdoor te glijden. En moest er toch ergens worden gekluund, dan waren bewoners soms zo vriendelijk de doorgang te voorzien van stro.

Na de landelijke bebouwing van Capelle aan den IJssel achter ons te hebben gelaten lag de grote en toen nog grotendeels lege polder voor ons. Een polder waar in de tweede helft van de vorige eeuw volop werd gebouwd en zodanig dat we nu de tocht zouden kunnen rijden temidden van bebouwing. Onderweg hier en daar een “koek en zopie”, waar men een kop anijsmelk, chocolademelk met een koek erbij kon kopen, vaak gewoon vanuit huis, een leuke bijverdienste voor de bewoners.

 

 

Pijpen en stroopwafels

Tot 1936 ging de tocht naar het centrum van Gouda, maar toen in dat jaar de Julianasluis werd geopend, kwam de denkbeeldige finish daar te liggen. Daar stonden vele kraampjes met uiteraard de eerdergenoemde stroopwafels en pijpen. Het eerste was voor ons dubbel lekker, thuis aten we zoiets zelden of nooit. De wafels waren dus vooral voor het thuisfront, tenslotte hadden we hiervoor geld meegekregen, maar dat ging niet altijd goed. De van huis meegenomen boterhammen waren onderweg al ergens opgegeten, schaatsen maakt hongerig en dus moest er onderweg wel eens een stroopwafeltje worden gegeten. Eén smaakte naar meer en soms lukte het nog een paar wafels over te houden voor thuis. De fraaie Goudse pijp werd door de behulpzame verkoper op muts of trui bevestigd en dan kwam de ultieme test deze pijpen heel over te brengen, hetgeen niet altijd lukte. Een valpartij en warempel: je viel precies op die pijp. Ik moet het eerlijk toegeven, ook mijn gekrulde pijp brak onderweg bij een val. De twee delen altijd bewaard en wie wat bewaart die heeft wat, het resultaat ziet U op deze foto.

 

 

Plaats reactie


Beveiligingscode
Vernieuwen