Back to Top

 

 

Dankzij veel en geduldig onderzoek in oude archiefstukken, heeft de Heijstek Familiestichting een bestand kunnen samenstellen waarin meer dan 12.000 personen voorkomen. Van deze personen zijn relevante data teruggevonden en ingevoerd in een database. Het is allemaal terug te vinden in het Familiebestand op de website www.heijstekfamilie.nl. Enige voorbeelden: Arien Cornelissen Heijstek ging in 1639 in Haaften in ondertrouw met Ariken Hendrickx en in het jaar 1680 werden meerdere Heijstekken in de echt met hun partner verbonden. Ook weten wij nu dat Maria Conrarts Heijsteckx op de 12e januari 1698 in Budel trouwde met Joannes Bartholomei Croesen.

 

Voor allen geldt het dat het kerkelijke huwelijken betreft. Hun namen komen voor in de zogenoemde Kerckboeken. Van veel van deze personen zijn slechts de voornamen vastgelegd. Soms aangevuld met een patroniem. In voornoemde gevallen vergt het aanvullend onderzoek in andere documenten of protocollen om “te bewijzen” dat het, zoals in ons geval, om een Heijstek gaat.

 

Kerkelijk huwelijk

Het huwelijk en hoe we daar precies over denken is in de loop van de geschiedenis nogal eens veranderd. In 1611 was in het Eeuwig Edict reeds vastgelegd dat doopsels, huwelijken en begrafenissen in de Zuidelijke Nederlanden verplicht werden geregistreerd. Dit gebeurde door de kerk en de wijze waarop dit gebeurde verschilde van plaats tot plaats.

 

Voor 1611, met name in 1563, bepaalde het concilie van Trente dat een huwelijk moest worden gesloten tijdens een openbare plechtigheid in een kerk en wel ten overstaan van een priester en getuigen. Vooraf moest drie keer een afkondiging zijn gedaan om mensen in de gelegenheid te stellen bezwaar aan te tekenen. Achteraf moest de echtverbintenis worden vastgelegd in een huwelijksregister. Zo ontstond een registratie waarmee men een einde wilde maken aan zaken als geheime huwelijken en polygamie. In de beginperiode werd de regel om huwelijken (en dopen) te registreren echter nog niet consequent toegepast. Later ging men ook over tot het registreren van begrafenissen, in eerste aanleg vooral met de bedoeling om als kasboek te fungeren voor de opbrengsten die werden verkregen uit de begraafkosten.

 

Tijdens de reformatie moest de katholieke kerk in de Noordelijke Nederlanden veelal plaats maken voor de gereformeerde kerk. Deze kerk nam het registratiesysteem over en voegde lidmatenregisters toe. Naast de Staatskerk die vanaf de Synode van Dordrecht (1618) de streng Calvinistische leer koos, werden andere kerken min of meer oogluikend (tegen een betaling van een boete ...) toegestaan. In de katholieke schuilkerken mochten kinderen worden gedoopt, maar het huwelijk was alleen rechtsgeldig als dit voor een dominee van de gereformeerde (Nederduitse) kerk of voor het gerecht plaatsvond.

 

De tegenwoordige Nederlands Hervormde gemeente van Budel en Gastel (NB) is in het bezit van een historisch "KerckBoek" van de voormalige gereformeerde gemeente van Budel. In dat boek is het eerder genoemde huwelijk van Maria en Joannes terug te lezen.

 

 

 

  

Burgerlijke Stand

Na de Franse Revolutie, maar nog voor het regime van Napoleon in 1799 begon, werd bij de Franse wet van september 1792 de Burgerlijke Stand (BS) vastgelegd. Na de annexatie van de Zuidelijke Nederlanden door Frankrijk, werd in Nederland in 1811 de burgerlijke stand ingevoerd. Uitzondering daarop is de gemeente Vlissingen waar de BS al op 1 april 1808 zijn intrede deed. In Zeeuws-Vlaanderen en de delen van Limburg die al in 1795 door de Fransen geannexeerd werden, werd de burgerlijke stand in 1796 ingevoerd. De feitelijke invoering verschilt dus van plaats tot plaats. Zo werden de eerste huwelijksaktes in Amsterdam opgemaakt op 3 maart 1811. De overlijdens- en geboorteaktes beginnen daar op 23 juli van datzelfde jaar..

 

Het huwelijk van Josina Heijstek en Pieter de Regt werd in Kortgene op de tiende augustus 1813 gesloten. Zij zijn daarmee het eerste Burgerlijke Stand huwelijk in de Heijstek stamboom.

 

Trouwakte Josina Heijstek & Pieter de Regt

 

De bordjes verhangen

Het jaar 1563. Toen was is er in de Nederlanden al lang geen sprake meer van een eensgezinde katholieke gemeenschap. Keizer Karel V en koning Filips II lukten het maar niet om de ‘ketterij’ te bedwingen. Wie de lutherse, doopsgezinde of calvinistische beginselen waren toegedaan, stapte natuurlijk liever niet naar de pastoor voor een huwelijk. Het gevolg was dat er net als voorheen veel “geheime” huwelijken plaatsvinden.

 

In 1572 werden de bordjes in Delft verhangen. De parochiekerken kwamen in handen van de calvinisten. Nu werd de situatie omgekeerd. Slechts een kleine minderheid was overtuigd aanhanger van de nieuwe leer. De anderen stonden niet te springen om zich voor een huwelijk naar een dominee te begeven. En die predikanten stonden er ook niet op te wachten om iedereen, ook niet-gemeenteleden, in de echt te verbinden. In 1575 nam het stadsbestuur van Delft een radicaal besluit. Iedereen die wilde gaan trouwen, kon zich op zaterdagmiddag melden in het stadhuis om in “ondertrouw” te gaan. Als er na drie afkondigingen geen bezwaar was aangetekend, kon het huwelijk worden gesloten, naar keuze van het bruidspaar in de kerk of op het stadhuis.

 

“Geeft daerop malcanderen de rechterhant.” Zo besluit het Delftse “Formulier van trouwen” dat aldaar in 1575 werd gebruikt. Op dat moment was het volstrekt nieuw dat de burgerlijke overheid zich met zoiets persoonlijks als het huwelijk bemoeide. Met enige voorzichtigheid stellen we nu dat het burgerlijk huwelijk in Delft werd uitgevonden!

 

In Delft hebben nooit veel naamgenoten gewoond. Bekend is dat Anthoni Heijstek daar in 1758 werd ingeschreven als lid van de Hervormde gemeente. Na een verhuizing trouwde hij in Amsterdam.

 

In de loop der tijd zijn er slechts vijf “Heijstek” huwelijken in Delft gesloten waarvan vier in de 20e eeuw. Deze zijn op het stadhuis gesloten en in de BS aldaar geregistreerd. Eerder, en wel in het jaar 1769, trouwde Anna Liessen in Delft met Gerrit Schotting. Via hun dochter zijn zij verbonden met de Heijstek-familie. Dit echtpaar trouwde in de Oude Kerk in Delft. Ook op hun was het mooie “Formulier van trouwen” niet van toepassing.

 

Registatie Delftse huwelijk tussen Gerrit Schotting en Anna Liessen

 

 

 

Gebruiken veranderen. K staat voor kilo. In het Grieks is “Chilioi” het woord voor 1000 en is daarmee de oorsprong van Kilo. Duizendtallen (2000, 20.000, 200.000) worden vaak afgekort met de letter K (2K, 20K, 200K). Deze schrijfwijze vindt zijn oorsprong in de IT-wereld zoals bijvoorbeeld het aantal bytes voor een diskette weergegeven in kilobytes.

 

Voor ons genealogen is de K de elfde letter uit het alfabet, de eerste letter van een serie mooie woorden met misschien wel minder bekende betekenissen.

 

 

Genealogische woorden en begrippen beginnende met de letter K

 

Aan de kaak stellen is duidelijk maken dat je iets verkeerd of schandelijk vindt. De kaak schandpaal is echter een verhoging, platform of een schavot.

 

Een kaakkalaar is een snoever of opschepper.

 

Een kaakster is niet de vrouw die haring kaakt, maar een die veel praat.

 

Kaal betekent arm.

 

Kaalkin betekent melkmuil.

 

Kaasjager is schooier.

 

Kadaster grondbeschrijving register van alle gronden en onroerende eigendommen in een land.

 

Wie kaenpe verbouwt, teelt vlas of hennep.

 

Een kaerdemaker is een wolkammenmaker.

 

Kalenden is de 1e van de maand in de oud Romeinse kalender.

 

De koperslager werd voeger kaltschmied genoemd. Maar een kandler is een tingieter.

 

Kammelot is stof van dierlijk haar.

 

De versterking op een schildis een karbonkel.

 

De karolusguldens was een betaalmiddel, 1 Carolusgulden=20 stuivers kwam voor in 2,94 gram goud en in 23,72 gram zilver.

 

Wie een kasjak draagt heeft een lange overjas aangedaan.

 

Een kede is een ketting en een kedel een vrij kort en wijd overkleed.

 

Keeldarm betekent luchtpijp.

 

Kelle is een waterloop bij een watermolen, maar een kelnear is een kelder.

 

Kerfstoc een stok waarop door kerfjes of insnijdingen aangewezen wordt, hoeveel de houder van de kerfstok op krediet gehad had ontvangen.

 

Een ketikyn is een kettinkje.

 

Met kevesch bedoelde men buitenechtelijk, onecht.

 

Een kinderflepje was een driehoekig doekje voor onder het kinderhoofd.

 

Met kinderheffen bedoelde men het dopen van een kind.

 

De kindoeck is de doek om de kin van een overledene.

 

De doodbidder, aanzegger van overlijden werd klagansager genoemd.

 

De nachtwaker met klapper of klepper die elk uur de tijd aan gaf was een klapperman.

 

Handelde je in klompen dan kende men je als een klippkrämer.

 

De kloostermop is een baksteen uit de middeleeuwen.

 

Klotermelk is gestremde melk.

 

Werd je als echtgenoot bedrogen, dan werd je een koekernoot genoemd.

 

Een heks kende men ook als een kolrijdster.

 

Uit kopzaad groeien geen plantjes. Het is een oppervlaktemaat, 1 kopzaat = 1/4 lopenzaat = 12 vierkante roeden.

 

Kraamkint is een pasgeboren kind, meestal de aanduiding voor doodgeboren.

 

Kroosheemraden zijn vertrouwensmannen binnen een dorp, zij zorgden voor de wegen, sloten en dijken.

 

Kruidenhandelaar is een kruder, maar een kruf is een hoerenkast of een kroeg.

 

De krugbäcker bakt potten.

 

Het kruishout is een timmermansgereedschap en de kruisschepel een inhoudsmaat bij graan.

 

De kumper is een verfknecht.

 

 

Dit zijn slechts een beperkt aantal voorbeelden van veranderingen in de Nederlandse taal.

 

Wordt vervolgd met letter L.

 

Voor deze publicatie is gebruik gemaakt van het door de heer André Dumont samengestelde Genealogisch Woordenboek. Wilt u meer oude woorden leren? Kijk dan op www.genealogieonline.nl/woordenboek

 

 

De in Rotterdam geboren 112-fotograaf Joey Heijstek (24) overleed donderdag 20 september na strijd met zeldzame kanker: Tot hij zijn ogen dicht deed, bleef hij positief.

 

 

Wanneer er in Rotterdam of omgeving een brand uitbrak, een ongeluk gebeurde of geschoten werd, dan was hij altijd daar. Voor 112-fotograaf Joey Heijstek was het niet alleen zijn werk, maar ook zijn grote passie. Zijn droom was om uiteindelijk het Rotterdamse bedrijf MediaTV over te nemen. Zelfs toen hij ziek werd en door kanker zijn been verloor, stond die droom nog overeind. Afgelopen donderdag overleed de 24-jarige Joey, maar in de harten van zijn naasten leeft hij voort.

 

Al op zijn 18e begon Joey als fotograaf bij MediaTV, een bedrijf dat foto's en video's van gebeurtenissen in en om de stad aanlevert aan onder meer Rijnmond. Dat deed hij met ontzettend veel plezier. Het was nooit te veel voor hem. Men hoefde hem maar te bellen en dan kwam hij eraan. Hij was er altijd.

 

Zeldzame tumor

Vorig jaar kreeg Joey last van zijn been. Tijdens uitgebreide onderzoeken bleek de fotograaf een zeldzame tumor te hebben, die ontstaat in het bindweefsel of steunweefsel van het lichaam. Een grote klap voor hem en zijn omgeving. Werken zat er voorlopig niet in.

 

Na chemotherapie, bestralingen en uiteindelijk een beenamputatie, leek het tijdelijk iets beter te gaan met hem. Tot het vorige weekend. "Na vijf of zes operaties heelde de wond aan zijn been eindelijk goed. Maar toen begonnen de problemen met zijn longen. Als er eentje pech heeft gehad, dan is hij het wel..

 

Afgelopen donderdag overleed Joey aan de gevolgen van kanker, tot groot verdriet van de nabestaanden. Het is heel snel gegaan en nog steeds niet te bevatten. Vooral voor zijn ouders, z’n broer en z'n vriendin. Het was een heel bijzondere jongen, die een grote leegte achterlaat bij heel veel mensen.

 

Bron: Rijnmond.nl/nieuws; https://bit.ly/3C4Olct

 

 

In juli 2016 lieten wij u op deze website kennis maken met Susanna Heijstek. De publicatie opende met de volgende alinea:

“Leidde zij een losbandig leven, of was zij haar tijd ruimschoots voor en leefde samen met een partner wat tegenwoordig niet zo ongebruikelijk meer is? Was die eventuele partner soms Wouter van Eck?”

Ondertussen zijn wij meer te weten gekomen over Wouter van Eck die ontegenzeglijk in het leven van Susanna Heijstek een belangrijke rol heeft gespeeld.

 

De naam van Wouter van Eck, waarvan bekend is dat hij een schipper of schuitvaerder was, kwam zeer regelmatig voor in akten van de Burgerlijke Stand van Gorinchem als er melding werd gemaakt dat Susanna Heijstek was bevallen of een van haar kinderen was overleden.

 

In de publicatie van juni 2016 schreven wij: “Hoewel er geen aanwijzingen voor zijn, mag niet worden uitgesloten dat er een innige relatie heeft bestaan tussen Susanna Heijstek en Wouter van Eck. Wellicht was Wouter de vader van al haar kinderen.”

 

In de geboorteakte van Suzanna Maria Heijstek van 29 april 1839 (Gorinchem), was voor het eerst zijn naam te lezen. Wouter was toen 32 jaar oud. De laatste keer dat we Wouters naam in relatie tot Susanna Heijstek tegen waren gekomen, was in een Akte van Overlijden van 27 november 1863.

 

Wouter van Eck

Hij was een zoon van Jonas van Eck en Maria Capel. Wouter was op de 16e oktober 1806 in Gorinchem geboren. Als jongeman maakte hij kennis met Sina Eliezabet IJzing. Zij was geboren op 11 september 1798 en gedoopt op de 30 e september 1798 op de Grietenije (nu noemen we dat een gemeente) Ameland. Haar ouders waren Albert IJzing en Barbera van der Ploeg. Wouter en Sina trouwden op 22 juni 1827 in Gorinchem. Hij was toen 21 jaar en zij naderde haar dertigste verjaardag.

 

De huwelijksakte van dit echtpaar toont van Wouter van Eck exact dezelfde handtekening als die we tegen zijn gekomen op de akten waarin Susanna Heijstek’s naam voor komt. Terecht kan hiermee worden vastgesteld dat we het over een en dezelfde persoon hebben.

 

Boven handtekening op geboorteakte Barbera Johanna van Eck

Onder handtekening op geboorteakte Suzanna Maria Heijstek

 

Vrij snel; na hun huwelijk werd Sina zwanger. Op 10 februari 1828 beviel zij van een zoon die de naam Jonas kreeg. Wouter die van beroep schipper was, was niet bij de bevalling aanwezig. Hij verbleef toen in Amsterdam. Drie weken nadien kwam Jonas te overlijden. Aangifte daarvan werd gedaan door bekenden van de familie en niet door de vader. Wouter van Eck was blijkbaar nog met het schip onderweg. Niet uit te sluiten valt dat Wouter zijn zoon Jonas nooit heeft gezien.

 

Opnieuw raakte Sina zwanger. Ditmaal van een dochter. Op de 28e februari 1829 beviel zij van het kind dat de namen Barbera Johanna kreeg. Wouter van Eck heeft toen wel zelf de aangifte van zijn dochter bij de Burgerlijke Stand (BS) kunnen doen. In 1847 (45 jaar oud) trouwde deze Barbera in Nieuw Lekkerland. Ze overleed in het jaar 1900 op 71-jarige leeftijd. De huwelijksakte vermeld dat beide ouders reeds waren overleden.

Ondanks intensief speuren in de registers van het Archief in Gorinchem zijn we geen andere kinderen van Wouter en Sina tegen gekomen dan de twee hiervoor genoemd.

 

Kalkhaven

Uit wel gevonden documenten is gebleken dat Wouter van Eck met zijn vrouw Sina woonde in het pand met huisnummer 404 aan de Kalkhaven in Gorinchem. De voornoemde Susanna Heijstek woonde aanvankelijk aan de Molenstraat maar was verhuisd naar de Kalkhaven met huisnummer 457. Het kan niet anders of beiden moeten elkaar hebben ontmoet.

 

Rondom de Kalkhaven met vele kleine woningen was altijd veel reuring. De haven was vooral in gebruik voor de stad- en streekhandel en voor marktschuiten en dergelijke boten. De haven stond in open verbinding met de rivier, met gevolg dat bij hoge waterstand in de rivier de lage kaden van de Kalkhaven overstroomden. Het dagelijks leven werd dan ernstig verstoord.

 

Het leven in de 19e eeuw was zo wie zo moeilijk. Er heerste veel armoe en er braken regelmatig besmettelijke ziekten uit omdat men het vuile grachtwater dronk. Daarom werden de grachtjes en later ook de Kalkhaven gedempt. Maar de armoede bleef. Mannen, vrouwen en kinderen moesten hard en lang werken voor een klein beetje geld. Ze woonden in te kleine huizen, in smalle straatjes en stegen.

 

Of het huwelijk van Wouter en Sina slecht te noemen was of dat het niet bestand was tegen het verschil in leeftijd, wij kunnen er slechts naar gissen. Vast staat dat Susanna Heijstek 23 jaar jonger was dan zijn echtgenote Sina. Speelde dat een rol? We weten het niet. Wel staat vast dat Wouter een wellicht meer dan alleen vriendschappelijke relatie was gaan onderhouden met Susanna. De gekozen voornamen van haar kinderen lijken een bevestiging van deze veronderstelling.

 

Het eerste kind van Susanna werd bij de BS ingeschreven onder de namen Suzanna Maria. De eerste naam was een verwijzing naar de biologische moeder terwijl de tweede naam (Maria) een verwijzing kon zijn naar de moeder van Wouter van Eck, te weten Maria Capel.

De eerst geboren zoon bij Susanna kreeg de naam Jonas. Deze naam was gelijk aan die van het eerste kind bij Sina en was tevens de voornaam van de vader van Wouter van Eck.

De tweede zoon kreeg de naam Wouter. Wellicht werd hij vernoemd naar zijn verwekker.

 

Dat zijn bij Sina verwekte zoon alsmede enige van bij Susanna Heijstek verwekte kinderen jong zijn overleden, is mogelijk terug te leiden naar hygiëneproblemen waarmee inwoners van vele Hollandse steden en ook Gorinchem te maken hadden. In 1849 brak cholera uit in de omgeving van de Kalkhaven. Velen stierven aan de ziekte. Ondanks in die tijd toch geboren kinderen, nam in die jaren het aantal bewoners van de stad met vele honderden af.

 

Gezien de aangehaalde naamgevingen van drie van de kinderen van Susanna Heijstek, is met tamelijke zekerheid te veronderstellen dat Wouter van Eck hun vader is. Omdat hij getrouwd was met Sina, kon Wouter van Eck niet als vader in de BS-registers worden opgenomen. Vandaar dat in verschillende akten werd opgetekend dat hij geen bloedverwant was.

 

Was Sina op de hoogte van de escapades van haar echtgenoot? Het laat zich niet uitsluiten. In een kleine stad (8.000 inwoners) gaat zo’n relatie niet ongemerkt voorbij.

 

Zoals in de eerste publicatie is geschreven, is Wouter van Eck in 1868 overleden. Vier jaar later trouwde Susanne Heijstek met Nicolaas Lommers en na diens overlijden twee jaar later met Gerrit Kampers. Sina Johanna IJzing overleed op 30 september 1875 in Gorinchem.

 

Deze publicatie kon worden geschreven dankzij genealogisch speurwerk van de heer Henk Burgering uit Schipluiden.

 

Lees ook: Susanna Heijstek overleeft vijf van haar kinderen

 

  

DNA convenant

There were two widows in the Malan laager after the disastrous battle at Italeni: our 3rd great-grandmother Anna Maria Klopper-Malan, and her sister-in-law, Hercules Malan’s wife, Anna Maria Breedt-Malan. Our 6-year old (2ndgreat-grandmother) Helena Malan and her siblings, including little two-year old Hercules, had lost their father. Maybethese circumstances caused the two young siblings to grow quite close to each other, resulting in the unique familyfriendships we see in the late 1890’s between the Heystek kids and their Oom Hercules Malan.

 

The Trekker minister, Erasmus Smit wrote about the disastrous news about Italeni in his diary on April 13, “On rising I went, when it was still dark, outside the camp in my prayer to God. My heart was so depressed, and I could not find words... Only broken words and sigh upon sigh. Oh God! Help! Help! Help! Even now protect, preserve our camps; do not desert us but save and relieve us, for Your Name, for the will of Christ.” On April 23, Erasmus Smit wrote again about our 2x great-grandfather Daniel Elardus Erasmus and his uncle Stephanus, “We had our evening service in the tent of the leader, Stefanus Erasmus, who has ridden to the camp of Potgieter to persuade him not to move away from us. In the morning… Daniel Erasmus rode on horseback with our letters in the direction of the borders (of the Colony) to Oberholzer and Pieter Jacobs to bring other emigrants on the road to us in order to strengthen and to augment our forces against the enemy Dingaan.” It seems Stephanus was a peacemaker, although Potgieter would not be persuaded to stay.

 

In Port Natal Dingane’s impis had ransacked the town for nine days after the Battles of Italeni and Tugela. Starting on April 23, 1838, their attacks had forced the English settlers to flee en masse aboard the brig, Comet. The Zulus finally withdrew from the town on May the 3rd. A few Trekkers, led by Karel Landman, soon occupied the port and established a handful of laagers in the area. The English trader, Alexander Biggar, who had lost his two sons in the Bloukrans massacre and at the Tugela battle, was one of the very few traders to come back to Port Natal to see what was left of his house. He was now appointed Landdrost (magistrate) by Landman, effectively becoming part of the Trekker government. Meal, wine, rice and salt found in the ransacked shops, and fish caught in the bay were soon distributed among the Trekkers now encamped in four larger laagers along the Bushmen’s River. They still had to survive through the winter of 1838, though. Food and ammunition were scarce, Zulu attacks an everyday fear. Their livestock had to be kept close, with little fresh grazing to be had. Zulu spies were sighted often, and a few caught every now and then, heightening their fears of another attack. The help of new emigrants was desperately needed.

 

Monday August 13 brought a much-feared large-scale Zulu attack on the laager at Gatsrand (near today’s Estcourt) where our Erasmus family was encamped along with the Retief/Greyling families, as well as Rev. Erasmus Smit. Since the Malans had joined the Retief group after the Bloukrans massacres, I assume they were part of this encampment at Gatsrand as well. The attack by 10,000 impis was led by the Zulu general Ndlela kaSompisi, who had been trained as a warrior by Shaka and was now the prime minister and chief advisor to Dingane. Some impis were riding stolen Trekker horses and had Trekker muskets that they, fortunately, fired from too far away. Through three days and nights of repeated attack with assegais set ablaze to try and burn the laager down, even setting the grass in front of the wagons on fire, the impis could not get close enough to succeed in their attack. Smit wrote in his diary that when someone translated the impis’ shouted threats about the coming night’s attacks, “We brought this boasting and jeering language in prayer before God, and remained trusting in the Lord.” Ever the intercessor for his people, Smit prayed day and night with Psalm 91, writing afterwards that the Zulu “dare not risk attacking the camp because our God restrained them…” Even with the surrounding grass on fire, no attack came. Smit concluded, “God’s protection was over the camp.” 200 Zulu were found dead around the camp on the morning of Wednesday the 15th. One Trekker and one Khoi servant who were outside the laager at the time of the attack, had been killed. The Trekkers renamed Gatsrand “Veglaager” (“Fight Laager”.) Yet again the Trekkers suffered a horrendous loss of livestock. As for Ndlela: he and his impis would next meet up with the Trekkers in December 1838 at a hippo pool in the Ncome River.

 

On September 23, in Sooilaager, Trekker leader Gerrit Maritz died of “dropsy”, which most likely was oedema, indicating he could have suffered a heart attack. Erasmus Smit had to be carried across a swollen river to conduct the funeral. Around this same time Andries Pretorius left the Cape Colony en route to Natal with 38 families.

 

During these months the Trekkers had managed to secure a road to Port Natal where Karel Landman and his families were encamped. In October a ship arrived from the Cape, laden with supplies for the Trekkers. They also laid out a new settlement on the Umsindusi River and named it Pietermaritzburg, after their two dead leaders, Pieter Retief and Gerrit Maritz. This was to become the capital of the Voortrekkers’ Republic of Natalia for a few short years.

 

 

On November 22 the Pretorius trek arrived in Sooilaager, accompanied by a cannon on a crudely-built carriage on wheels. He was immediately appointed as Commandant General, and took over all the Trekker administration. Pretorius’ first priority was to complete the punitive expeditions against the Zulus, bringing and end to the attacks and securing the land they had bought. On November 28 Pretorius rode out of Sooilager with a contingent of about 470 men, including Karel Landman's men from Port Natal. Sixty servants went along to take care of livestock in the laagers and help load muskets. Sixty wagons carried all the supplies and ammunition. They also had three small muzzle-loading canons including the one we know as “ou Grietjie”. The English settler, Alexander Biggar, joined the men with his Port Natal Volunteers of over a hundred Zulus. Pretorius established strict military discipline and created six divisions under the leadership of  commandant Stephanus Erasmus and five others. Stephanus’ brother, our 3rd great-grandfather, Lourens Erasmus was one of four “laager commandants”. The rest of the men included 2nd great-grandfather Daniel Elardus, as well as four Malan men: David Daniel and Jacob Jacobus, sons of Hercules Malan who had been murdered by Dingane; Daniel Jacobus Johannes, son of our 3rd great-grandfather Jacobus Malan who fell at the Battle of Italeni (Helena's half-brother); and a Stephanus Malan, possibly Jacobus and Hercules' brother.

Near modern-day Ladysmith the commando enjoyed the hospitality of a friendly Zulu chief who entertained them with a display of dancing. Of course the Trekkers named the place "Danskraal". It was apparently here that Sarel Cilliers, the spiritual leader who accompanied the commando, led the men in committing themselves to God in a Covenant on December the 9th. (I love the picture of hospitality and friendship, happy dancing, and an appeal to heaven all in one!) The Trekkers vowed that, if He would give them victory over Dingane’s Zulu army, they would commit themselves, their children and their “children’s children” to remember Him in a Day of Thanksgiving each year on that calendar day. This is of course where the first “Dingaansdag”, later changed into the “Day of the Covenant”, and now the “Day of Reconciliation”, held on December 16 each year, comes from. The Trekkers would also build a church in His honor. Alexander Biggar and other Englishmen in his entourage committed themselves to this Covenant as well, although a couple of Trekkers refused to do so, fearing God’s judgment on their descendants should they break such a solemn vow.

 

Strategically the blunder at the Battle of Italeni and the victory of Veglaager may have helped Pretorius in deciding on his strategy for the upcoming battle, which is why, on December 14, he chose a perfect field of defense of his own standing, fighting from inside the protection of his laager and drawing the Zulu general to him rather than being enticed back into the narrow Italeni gorge. The lay of the land gave Pretorius protection on two sides of his laager, forcing the Zulu army into concentrated attack points where Trekker weaponry was at its deadliest, as shown in this diagram and illustration of the Ncome River with its hippo pool and deep donga. Sarel Cilliers wrote about this place, “I must particularly mention how the Lord, in his watchfulness over us, brought us to the place where he had ordained the battle to be fought.”

 

On December 15, Pretorius rode out with a patrol to make contact with the main Zulu army. In the Nqutu valley they saw about 15,000 impis. Upon sighting the trekkers, the impis fell back, attempting to draw the Trekkers into the same trap that they had laid for Uys and Potgieter in April. Sarel Cilliers was apparently just as ready to fight, but Pretorius told him, “Do not let us go to them, let them come to us.” Cilliers wrote later, “Afterwards I saw that it was for the best that we had done nothing that day… for the Lord hath said My counsel shall remain. I will fulfill My desires” – quoting a couple of Bible scriptures to himself. Pretorius drew back to his laager. The Zulu army, led by Generals Ndlela kaSompisi and Dambuza Nzobo, followed him to the Ncome battleground throughout that night. However, a heavy mist curtailed the movement of the Zulu army, so that by that Sunday morning of December the 16th, a mere 5,000 impis had crossed the Ncome River in readiness to attack. The Trekker men feared that this mist would render their gun powder useless, but with sunrise the mist dried up completely, their powder had stayed amazingly dry.

 

Many stories about this mist and the day’s battle have been written. Pretorius’ letter to the President of the Council at the Trekkers’ camps stated that, “…the Zulus had…encircled our camp with their thousands while I was not yet intending to attack them (on account of the Sabbath), that we then had to defend ourselves fiercely as they also fiercely…stormed the camp in several attacks, but it pleased the Allhighest (on Whom we called) to give them into our hands.” During the final charge and hand-to-hand combat, three men were wounded, including the 39-year old Andries Pretorius who was stabbed in his hand with an assegai, but none of the Trekkers died that day. Some 3,000 Zulu had perished, according to the Trekker estimates. The surviving Zulu army fled. They say that the Ncome River turned red with the blood of Zulu impis, hence the name Bloedrivier. 

 

The details of the military strategies of both the Zulu, who at this stage were the mightiest African army on the southern continent, and these simple Dutch farmer-emigrants in this battle are too much for me to summarize succinctly. Here are a couple of links if you would like to read more about it: http://www.voortrekkerhistory. co.za/blood_river_great_trek… and https://www.ourcivilisation.com/smartb…/…/ransford/chap9.htm. Links to other stories, according to those who lived through it or spoke to some of the surviving impis long afterwards, can be found in the resources.

 

 

Also on this Sunday of December 16, 1838, unbeknownst to the Trekkers in the interior, one hundred “Red Jackets” landed at Port Natal to annex the area for their British Empire and build a fortification. The new Cape Colony governor, Sir Benjamin D’Urban, had decided that neither “barbarous nation” - Zulu, or British Settler, or “emigrant farmers” had any right to Port Natal. They were merely “unauthorized intruders on the soil” which rightfully belongs to the Crown of Great Britain. The Trekker government at Pietermaritzburg had, in fact, a mere handful of years left in Natal. In the days following the Battle of Blood River the Trekkers pursued the fleeing Zulu, intending to take Dingane’s capital city of Umgungundhlovu and recapture their stolen cattle. On the banks of the White Umfolozi River they encountered hundreds of their enemy. Yet again some Trekkers, this time under the more inexperienced Karel Landman who did not fight at Italeni, now followed a few Zulus into a ravine, where six Trekkers died in the ensuing battle, including the English settler Alexander Biggar whose two sons had died at Bloukrans and Italeni. Seventy of the Zulus in Biggar’s Natal Volunteer Army died with him. (The Trekkers later named Biggarsberg in Natal in honor of Alexander Biggar.)

 

Arriving at Umgungundhlovu at the end of December, Pretorius and his men found that Dingane had fled with all his people and most of the cattle, burning the city to the ground. On the hill of KwaMatiwane they found the skeletons of their murdered comrades, Piet Retief and his son, and Retief’s band of men—including Mattheus Pieter Taute and our 3x great-uncle Hercules Phillipus Malan. The treaty between Dingane and Retief was found intact in a leather “hunting wallet” on Retief’s body. Cilliers wrote in his diary about the implements of the cruel torture that Retief's men died under, still being visible in their bodies (they had been impaled and then clubbed to death.) After the contingent had arrived back at the Sooilaager camp on the 6th of January, Pretorius visited Erasmus Smit to show him the treaty. Erasmus asked “for an authentic copy in order to enter it [in his diary], but could not obtain it” that day. He testified, however, at having seen and read it. Handwritten copies were soon made, these still exist. Apparently the original document went missing during the Second Anglo Boer War, when it was sent to the Netherlands for safekeeping in about 1900.

 

 

Resources:

http://www.sahistory.org.za/topic/durban-timeline-1497-1990

https://www.geni.com/projects/Battle-of-Blood-River-Slag-van-Bloedrivier/2621 - List of names.

https://www.wikitree.com/photo.php/2/24/Erasmus-843.pdf : Lewensverhaal van Pionierboer en Voortrekker Lourens Abraham Erasmus,

N.A. Coetzee en E.M. Erasmus. If you have N.A. Coetzee’s book on Jan Heystek, this is his writing about the Erasmus family.

http://www.benkhumalo-seegelken.de/suedafrika-texte/717-wolfram-kistner-the-16th-of-december-in-south-africa/ - Thoughts on the Day of the Covenant.

http://www.labuschagne.info/the-miracle-of-blood-river.htm#.WjRrESPMyRs - Uncle Gert de Jager Blood River witness stories

Google books: Zulu Conquered: The March of the Red Soldiers, 1822-1888, Ron Lock

Historical Dictionary of the Zulu Wars, John Laband

http://www.voortrekker-history.co.za/blood_river_great_trek.php#.WjRhWSPMyRs

https://www.britannica.com/biography/Dingane

http://www.battlefieldsroute.co.za/wp-content/uploads/2016/11/Battlefields-Route-eBrochure.pdf Battlefields map: all the light blue markers are Voortrekker sites.

“Port Natal” is the city of Durban.

For maps of the Voortrekker and Zulu movements see http://samilitaryhistory.org/misc/bldrvr.html

 

 

 

 

Sleeuwijk, drie december 1829, in het gezin van Adriaan Heijstek en Christina van Iersel werd een zoon geboren. Het was hun eerste kind en dat bij de plaatselijke Burgerlijke Stand als Cornelis Heijstek werd ingeschreven.

 

Op 25-jarige leeftijd trouwde Cornelis in Vuren met de 23-jarige Hendrina de Jong uit Dalem.

 

Trouwakte Cornelis Heijstek en Hendrina de Jong

 

Zij kregen drie kinderen die allen jong zouden overlijden. Hun als tweede kind geboren zoon zou dertien jaar oud worden. Hendrina zelf is in 1859 vijf dagen na de geboorte van haar derde kind in Gorinchem overleden. Min of meer in het kraambed.

 

In hetzelfde jaar hertrouwde Cornelis met de 30-jarige Maria Ewijck. Cornelis is dan ook dertig jaar oud.

 

Trouwakte Cornelis Heijstek en Maria Ewijck

 

Samen kregen zij twee zoons. Hun tweede zoon kwam op de 7e januari 1863 levenloos ter wereld. Maria overleed drie dagen later. Dus ook min of meer in het kraambed.

 

Eveneens in 1863, maar dan tien maanden later en in Nijmegen, trouwde Cornelis voor de derde keer. Hij had kennis gekregen aan de 26-jarige in Maastricht geboren Elisabeth Magermans. Bij deze vrouw kreeg hij een dochter.

 

Trouwakte Cornelis Heijstek en Elisabeth Magermans

 

Terug in de tijd. Het is september 1862. Cornelis die voornamelijk als schipper(sknecht) of als stuurman een inkomen verdiende, was in Rotterdam komen wonen. En wel aan de Nieuwe Vogelenzang. Niet bepaald aan een boulevard, maar in een oude volksbuurt met vele smalle straatjes. Of hij zich op de 28e september van dat jaar op zijn schip bevond is niet achterhaald, wel haalde zijn naam een krantenbericht.

 

ROTTERDAM, 28 Sept. Heden namiddag bij het vertrek der stoomboot van Schoonhoven, wilden twee ingezetenen dier gemeente nog op de boot springen, toen die reeds van den wal was; zij hadden echter het ongeluk mis te springen, vielen in de Maas en zouden vermoedelijk verdronken zijn, zoo niet eerst Coenraad Hoewijk, werkman, wonende in de Baan en daarna ook Cornelis Heijstek, wonende in de Nieuwe Vogelenzang zich te water begeven hadden. Eerstgenoemde is van den wal in de Maas gesprongen, terwijl de ander zich lang eenen paal van het vlot in het water liet afzakken.

Met zijn levensreddende actie werd Cornelis een bekende persoonlijkheid.

 

Nieuwe Vogelenzang, wijk 9, nummer 296 waar Cornelis Heijstek heeft gewoond

 

Zoon verdronken

In het jaar 1870, drie jaar na zijn heldhaftig handelen was Cornelis stuurman op een binnenvaartschip. Zijn oudste zoon, Adrianus Antonie, was dertien jaar en werkte ondanks zijn jonge leeftijd reeds als schippersknecht. In die tijd niet ongewoon om reeds op jonge leeftijd te gaan werken. Of hij op het schip was waarop zijn vader werkte is niet achterhaald. Wel staat vast dat de veldwachter Antonie van Zon op de 11e juli van het genoemde jaar samen met schipper Bastiaan Baks bij de Burgerlijke Stand van de gemeente Rijswijk in de provincie Noord-Brabant, aangifte hadden gedaan dat twee dagen eerder het kind Adrianus Antonie Heijstek levenloos uit de rivier Maas aldaar was opgehaald.

 

Akte van Overlijden van Adrianus Antonie Heijstek

Zoals vaker is voorgekomen werden op de akte de voornamen in een afwijkende volgorde geschreven

 

Broer verdronken

Cornelis had een zeventien jaar jongere broer. Het was Adrianus die ook als schippersknecht op de binnenvaart werkte. De geschiedenis herhaalde zich. Adrianus is niet aan een ziekte overleden maar werd in 1873 levenloos uit de rivier het Haringvliet gehaald. Over Adrianus is op dit weblog gepubliceerd.

 

Akte van Overlijden van Adrianus Heijstek

 

 

 

Symbool voor energie (of arbeid), afkorting van Joule. Genoemd naar de Engelsman James Joule, die aantoonde dat de energie die in één seconde in een weerstand wordt opgewekt, gelijk is aan het product van de stroom door de weerstand en de spanning die over de weerstand staat.

 

De letter J is de tiende letter van het moderne Latijnse alfabet. Deze letter was oorspronkelijk alleen de hoofdlettervorm van de i. Maar niet alleen in oude handschriften is dit gebruik terug te vinden, ook schrijven sommige mensen in Duitsland en Italië nog steeds hun naam als Jsabel, Jnes e.d. in plaats van Isabel en Ines. In de techniek is de letter J het symbool voor energie (of arbeid) als afkorting van Joule. Genoemd naar de Engelsman James Joule, die aantoonde dat de energie die in één seconde in een weerstand wordt opgewekt, gelijk is aan het product van de stroom door de weerstand en de spanning die over de weerstand staat.

 

In deze publicatie behandelen een selectie aan woorden die met de letter J beginnen en een relatie hebben met genealogie.

 

Genealogische woorden en begrippen beginnende met de letter J

 

Jaagpad is pad naast een rivier of kanaal voor scheepsjager (trekker of paard).

 

Ben je jacens in lecto? Dan ben je bedlegerig.

 

Jachtaufe is een nooddoop; toegpast als een jonggeborene niet levensvatbaar lijkt.

 

Wie een jacinct bezit, is eigenaar van een soort robijn, edelsteen.

 

Hij draagt een jacket of wel een wambuis, schobbejak.

 

Een smalle verglaasde aardewerk kan is een jacobakan.

 

De jaarlijkse kerkdienst voor de overledene is een jaerbeganc en een jaergedinge jaarlijkse rechtzitting.

 

Jaergelt een som geld, meestal een rente die per jaar betaald of ontvangen moet worden. Jaergetide is het jaarlijks op de sterfdag laten lezen van een mis voor het zielenheil.

 

Eén januari is jaersdaeg.

 

Jaervrome de vruchtenoogst van een jaar.

 

Jam smeer je niet op een cracker maar betekent reeds, al, nu.

 

Drink je jampu, dan houd je van jenever.

 

Een jangeleer is een betaalmiddel uit de 14e eeuw, een zilveren munt.

 

Komt de janitor aan de deur, dan ontvangt u de deurwaarder.

 

Jansdach is de feestdag van h. Johannes, 24 juni.

 

Een janushoofd is een heraldiekteken, hoofd met 2 profiel -gezichten, voorstellend verleden en toekomst.

 

De jegenrolle is het controleboek voor de rekeningen.

 

jm. is de gebruikelijke afkorting voor een jonge (ongehuwde) man.

 

joa is een afkorting voor Joanna, Johanna.

 

Ontvangt u een joachimdaler, dan krijgt u een zilveren munt..

 

Joer is een ander schrijfwijze voor jaar.

 

Met joien bedoelt men copuleren, geslachtsgemeenschap hebben.

 

Een jonckint is een jonggeborene. Jonckwijf kan staan voor jonge vrouw maar ook voort een dienstmeid.. Een jonge dochter (jd) is ongehuwde jonge vrouw, mejuffrouw.

 

Jonnen is gunnen en jonstelijk genadig.

 

Jook staat voor begeerte en een jool is een sukkel.

 

Een dagloner, daggelder of loswerkman is een jour als afkorting voor journalier. Natuurlijk is dan een journalière een daggeldster, loswerkvrouw, dagloonster.

 

Jovis dies betekent donderdag en jovis sancta witte donderdag.

 

Jubileë is een juigjaar, luitjaar, jubileum.

 

Een gezaghebbend beroep is dat van een judex, een rechter.

 

Judicature wil zeggenvonnis, rechtspleging en judiceeren oordelen, rechten, wijzen, judiciaal gerechtelijk, rechtspreken.

 

Juisteren is ijken.

 

Een juk is een oppervlaktemaat (1 juk = ca. 240-300 vierkante roeden) maar kan ook zijn de oppervlakte die een stel ossen in een dag kon ploegen.

 

De winterzonnewende is jultag.

 

Junctum is verbonden en juncture voeging, gelid, gewricht.

 

Jura parochalia zijn de dominees-, pastoors-, predikantskosten.

 

Een jurament eed is een vrijwillige eed en een jurator is een jurylid, gezworene.

 

Jure concili tridentini volgens de rechtsregels van het concilie van Trente.

 

Met Jurisdictie bedoelt men rechtsdwang, rechtsgebied, rechtsmacht en Jurisprudentie is rechtskunde, rechtsgeleerdheid.

 

Jus agendi recht om te eisen wat toegezegd is.

 

Jus canonicum kerkelijk recht. 

 

Jus civile burgerwet, burgerrecht, burgerlijk recht.

 

Jus divinum goddelijk recht.

 

Jus gentium volkenwet, volkerenrecht.

 

Jus possesionis bezitrecht.

 

Jus privatum bijzonder burger rechtswet.

 

Jus succedendi versterfrecht.

 

Justificeren is onschuldig verklaren, vrijspreken en justisieren gerechtvaardig worden

 

Een justitiae satellis is een gerechtsbode.

 

Dit zijn slechts een beperkt aantal voorbeelden van veranderingen in de Nederlandse taal.

 

Wordt vervolgd met letter K.

Voor deze publicatie is gebruik gemaakt van het door de heer André Dumont samengestelde Genealogisch Woordenboek. Wilt u meer oude woorden leren? Kijk dan op www.genealogieonline.nl/woordenboek

 

 

Op vrijdag 13 mei 2022 is in Zuid-Afrika overleden

 

Adriaan "Attie" Sarel Heystek

 

Attie was weduwnaar van Susanna Francina Vos (1940 – 2018) met wie hij twee dochters had gekregen; Annemien en Corien.

 

Hij is 82 jaar oud geworden.

 

Onze gedachten gaan naar de familie met hun verdriet.

 

 

Het aantal slachtoffers van het bombardement op Rotterdam van 14 mei 1940 wordt al jaren geschat. De schattingen variëren van 800-1400 slachtoffers. Om meer zekerheid over het aantal te krijgen heeft de “Stichting voorouder” daar onderzoek naar gedaan.

De Heijstekfamiliestichting heeft eerder onderzoek gedaan of er zich naamgenoten bevinden onder de slachtoffers. Daarbij is gebleken dat Cornelia Heijstek er een van was. Wij publiceerden onze bevindingen op deze website in het jaar 2010. Klik hier om de publicatie (opnieuw) te lezen. [Redactie: door een technisch probleem zijn de afbeeldingen mogelijk niet zichtbaar, er wordt hard aan een oplossing gewerkt]

 

Geschiedenis

Dinsdag 14 mei 1940, drie minuten voor half drie. Het luchtalarm huilde over Rotterdam. Een bommenregen van de Deutsche Luftwaffe liet de grond trillen en vernietigde in amper een kwartier de complete binnenstad van Rotterdam.

Cornelia Heijstek was op het verkeerde moment op de verkeerde plaats. Zij bracht net een bezoek aan haar zoon toen ook zij de grond voelde trillen en stofwolken haar uitzicht belemmerden. De ervaring was onwerkelijk. Brisantbommen en brandbommen vielen op de stad en veroorzaakten een inferno waardoor hele straten tot puin werden gedecimeerd. Na afloop waren elektriciteit, gas, telefoon en water uitgevallen. Ook de woning van haar zoon Johannes Nieuwenhuizen werd vernietigd. Hij, zijn echtgenote haar dochter en Cornelia Heijstek waren slachtoffer van het geweld.

 

Stichting voorouder

Deze stichting houdt zich bezig met de samenstelling van bevolkingsreconstructies en het uitvoeren en bevorderen van genealogisch, demografisch en DNA-verwantschapsonderzoek in Nederland. Binnen dit kader wilde zij de bestaande lijst met slachtoffers van het bombardement aanvullen met de namen van slachtoffers die daar niet eerder op zijn voorgekomen. De Heijstekfamiliestichting heeft de resultaten van het eigen onderzoek aan de Stichting voorouder aangeboden. Nu, 82 jaar na het begin van de Tweede Wereldoorlog in Nederland, zijn de namen achterhaald van 1150 burgers en militairen. Klik hier om de volledige lijst met burgerslachtoffers te kunnen zien. De namen van Cornelia Heijstek, haar zoon Johannes Nieuwenhuizen, zijn tweede echtgenote Johanna Petronella Visser en die van haar dochter komen nu op deze lijst voor.

 

Herdenken

Ieder jaar op 14 mei herdenkt Rotterdam de verwoesting van de binnenstad. In de gerestaureerde Laurenskerk worden dan alle namen van de slachtoffers opgelezen en herdacht. Dit jaar ook de namen van Cornelia Heijstek com suis.

 

 

 

Op dinsdag 19 april 2022 is in Middelburg overleden

 

Jozina “Jo” Heystek

 

Jo werd op 8 november 1911 in Colijnsplaat geboren

 

Sinds 2012 was zij weduwe van Henk Versluis

 

Jozina is 92 jaar geworden